Umberto Agnelli uit Fiat-top op last bankier

ROME, 15 NOV. Aan de top van de Fiat-groep is een ingrijpende herschikking doorgevoerd waarbij Umberto Agnelli, de jongere broer van president Gianni Agnelli en lange tijd diens gedoodverfde opvolger, zijn ambities opgeeft en plaats maakt voor zijn 29-jarige zoon Giovanni.

De herschikking, afgelopen weekeinde bekendgemaakt, zou vandaag worden besproken op een vergadering van aandeelhouders. Het vertrek van Umberto Agnelli uit de raad van bestuur van Fiat is de prijs die de groep betaalt voor de enorme kapitaalinjectie die wordt verzorgd door de handelsbank Mediobanca.

Nadat openbaar was geworden dat Mediobanca geen vertrouwen had in Umberto en president Gianni Agnelli en managing director Cesare Romiti had gevraagd om hun aangekondigde afscheid uit te stellen en nog drie jaar in functie te blijven, moest een oplossing worden gevonden voor Umberto. Deze wordt nu vice-president en managing director van de familieholding IFI. Via de holding IFIL controleerde Umberto Agnelli al belangrijke onderdelen als de warenhuisketen Rinascente en de verzekeringsgroep Toro. Nu krijgt hij de leiding over alle financiële en industriële Fiat-dochters buiten de autosector, samen goed voor ongeveer dertig procent van het kapitaal van de groep.

Umberto's zoon Giovanni, ook wel aangeduid met het verkleinwoord Giovannino, is de gedoodverfde opvolger van zijn oom Gianni Agnelli als leider van de autosector. Hij wordt een van de elf leden van de nieuwe raad van bestuur en blijft tevens president van het scooterbedrijf Piaggio. Edoardo Agnelli, de zoon van de huidige Fiat-president, had ook aspiraties om de leiding over te nemen, maar heeft deze al enige tijd geleden opgegeven ten gunste van zijn neef Giovanni.

Ondanks de financiële injectie van zes miljard gulden waarover Fiat overeenstemming heeft bereikt met Mediobanca, de Deutsche Bank, de verzekeringsmaatschappij Generali en de Franse Alcatel-groep, blijven er grote vraagtekens staan bij de toekomst van de groep. Bruno Trentin, leider van de linkse vakbond CGIL, heeft er bij het kabinet op aangedrongen de situatie van het grootste particuliere bedrijf van het land onder de loep te nemen. Voor volgende week is daarover overleg georganiseerd in Rome tussen de Fiat-top en de bonden, die vrezen dat tienduizenden banen op de tocht staan.

Begin vorige week heeft Fiat aangekondigd dat in december iedere week van bijna 13.000 tot 42.600 werknemers (in de laatste week) tijdelijk op non-actief zullen worden gesteld. In de auto-divisie van Fiat werken ruim honderdduizend man. Opzet is met deze maatregel de produktie met 42.000 auto's terug te brengen.

    • Marc Leijendekker