Twee vermiste Nederlanders in de Sahara omgekomen

DEN HAAG, 15 NOV. De Algerijnse politie heeft vorige week donderdag in de Sahara hoogstwaarschijnlijk de stoffelijke overschotten gevonden van twee Nederlanders die sinds 25 juli werden vermist.

De beide lichamen moeten nog worden geïdentificeerd, maar de Algerijnse politie gaat ervan uit dat het om de Arnhemmers Peter Teggelaar en Marc Gilsing gaat. Vlak bij de stoffelijke overschotten werd namelijk een dagboek met aantekeningen van de Nederlanders gevonden. Zij kregen pech met hun auto en zijn vervolgens in de woestijn van dorst omgekomen, aldus het Algerijnse persbureau APS.

De Algerijnse autoriteiten hebben het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken op de hoogte gesteld. Het is nog onduidelijk wanneer de lichamen worden geïdentificeerd, aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken.

De mannen, beiden 24 jaar, waren met een auto onderweg van Algerije naar Mali of mogelijk Niger, dwars door de Sahara. Op 21 juli belden ze vanuit Reggane in Zuid-Algerije. Vier dagen later heeft een Nederlander hen voor het laatst gezien in de plaats Tamanrasset. In augustus en september zijn uitgebreide zoekacties op touw gezet, waaraan ook Interpol en de eerste handelssecreatris van de Nederlandse ambassade in Algiers meededen.

De twee lichamen werden 180 kilometer ten zuidoosten van Tamanrasset gevonden in de buurt van het uitgebrande wrak van hun auto. Volgens de Algerijnse politie zijn de toeristen van de hoofdweg naar Niger afgeraakt. Ze kregen pech in een afgelegen deel van de woestijn en hebben uiteindelijk hun auto in brand gestoken om aandacht te trekken.

De Algerijnse autoriteiten raden toeristen af om de Sahara-woestijn in te gaan zonder gids. Geregeld verdwijnen daar mensen en worden er reizigers beroofd. (ANP/Reuter)