SARDAR FAROOQ AHMAD KHAN LEGHARI; Vertrouweling van premier Bhutto

De nieuwe president van Pakistan, Sardar Farooq Ahmad Khan Leghari, stamt net als premier Benazir Bhutto uit een grootgrondbezittersfamilie. Hoewel feodale landheren over het algemeen niet bij uitstek bekend staan als grote democraten, ziet de 53-jarige Leghari een nobele rol voor zichzelf weggelegd als de man die de Pakistaanse democratie eindelijk duurzame stabiliteit kan verschaffen.

Dat hoopt hij vooral te doen door het gewraakte zogeheten achtste amendement op de grondwet te helpen intrekken, op grond waarvan het staatshoofd het recht heeft om regering en parlement naar huis te sturen wanneer hij dat nodig acht. Deze bepaling is een erfstukje uit de tijd van de vroegere militaire president Zia Ul Haq, dat de Pakistaanse democratie vaak last heeft bezorgd.

Vooral de vorige president Ghulam Ishaq Khan maakte naar believen gebruik van het artikel. Zo stuurde hij in 1990 de regering van Benazir Bhutto naar huis en het afgelopen voorjaar deed hij hetzelfde met de regering van Nawaz Sharif. “Het zwaard van Damocles van ontbinding door de president dat boven het parlement hangt moet verwijderd worden”, verklaarde Leghari vrijdag voor hij de volgende dag met een ruime meerderheid door parlement en provinciale volksvertegenwoordigers werd gekozen. “Ik heb het gevoel dat ik een sleutelrol kan vervullen bij het stabiliseren van de democratie.”

Leghari is afkomstig uit Dera Ghazi Khan, in het zuidwesten van de provincie Punjab, niet ver van Baluchistan. Als jongen bezocht hij Aitchison College in Lahore, waar de bovenlaag van Pakistan zijn kinderen bij voorkeur laat onderwijzen. Daarna studeerde hij in Oxford, om vervolgens enige tijd als ambtenaar te werken.

In de jaren zeventig werd hij lid van de Pakistaanse Volkspartij (PPP) van Benazirs vader, Zulfikar Ali Bhutto. Onder het bewind van Zia Ul Haq zat Leghari vier jaar in de gevangenis. Toen in 1988 de democratie werd hersteld in Pakistan en Benazir de verkiezingen won, werd hij minister van waterstaat. Hij gold toen al als een vertrouweling van de premier.

Als een der weinigen in Benazirs eerste kabinet werd hij niet verdacht van corruptie. Die reputatie van persoonlijke integriteit kwam hem uitstekend van pas bij de presidentsverkiezingen van zaterdag. Na de verkiezingen van oktober trad Leghari aanvankelijk op als staatssecretaris van buitenlandse zaken. Die positie heeft hij nu evenals zijn lidmaatschap van de PPP opgegeven voor het hoogste ambt in het land, dat als het aan hem ligt de komende tijd veel van zijn invloed zal verliezen.