Sampras wint in Antwerpen: kikker, vijver, plons

ANTWERPEN, 15 NOV. De Amerikaanse tennisser Pete Sampras blijft de komende jaren de nummer één van de wereld. Daarover bestond gisteren in Antwerpen geen twijfel bij de Zweed Magnus Gustafsson. Die had in de finale van het ECC-toernooi een genadeloos pak slaag gekregen van Sampras. Na zeventien minuten was het 5-0, na 53 minuten 6-1 en 6-4. Schijnbaar achteloos overklaste het natuurtalent de zwoeger.

“Sampras heeft alles in zich. Dat zei ik drie jaar geleden al, toen hij nog geen eerste stond”, vertelde Gustafsson. De Zweedse gravelspecialist, nummer vijftien van de wereld, kan ook op indoorbanen wel wat schade aanrichten. Vrijdag had hij Stich verslagen, zaterdag Becker en vorige week Courier in Parijs. Maar Sampras is een klasse apart.

“Tegen Courier weet je wat je te wachten staat. In een partij tegen Pete weet alleen de hemel wat zich gaat afspelen. Hij slaat ace na ace. Het is buitengewoon moeilijk om hem onder druk te zetten, om zijn service-games te breken. Alleen hele goede service-volley-spelers, zoals Stich, Edberg en Ivanisevic kunnen hem verslaan”, zei Gustafsson.

De 26-jarige Gustafsson kent zijn eigen beperkingen. Hij moet werken voor zijn punten, hij moet zwoegen en zweten. De geblokte 'Robocop' kan in een rally lekker vegen met zijn machtige forehand, maar heeft daar wel een enorme achterzwaai van zijn arm voor nodig. Dat kost tijd en die kreeg hij niet op het snelle greenset-tapijt in het Antwerpse sportpaleis.

De 22-jarige Sampras serveert ijzersterk - deze week 57 aces in vijf partijen - en beheerst ook alle andere slagen vrijwel perfect. Hard en zuiver of subtiel en precies, alles schijnbaar zonder inspanningen, zonder gekreun, zonder gezeur over fouten van de lijnrechters.

Gustafsson schaamde zich voor zijn ontluisterende nederlaag. Vlak voor het einde trok hij zijn shirt voor zijn gezicht. “Op gravel verlies ik nooit met deze cijfers”, zei Gustafsson. “Dan sla je een bal binnen de lijnen en kan je nog terugkomen. Maar indoor lukt dat niet. Ik was nerveus. Ik ben toch wat minder gewend finales te spelen dan Sampras.”

Ook Gustafsson had ooit de ambitie om de beste van de wereld te worden. Als jeugdspeler trok hij van baansoort naar baansoort. Maar hij kan nu eenmaal niet alles en heeft zich daarbij neergelegd. “Niet iedereen kan zo spelen als Sampras, want niet iedereen is zo gebouwd als Sampras”, zei Gustafsson eerder dit jaar in Hilversum. “Ik heb de touch niet.” Hij neemt golf - zijn hobby - als voorbeeld. “Ik kan hard slaan, net als met tennis, maar op de greens ben ik hopeloos.”

Technische perfectie streeft Gustafsson niet meer na. “Coaches moeten zich niet te veel concentreren op techniek. Je duim een centimeter meer naar links verplaatsen, daar heb ik niets aan.” Vorig jaar moest hij rust houden met een schouderblessure, voltooide hij zijn eindexamen van de middelbare school en begon hij aan een studie psychologie. Hij assisteerde bij het schrijven van een boek over tennis. En leerde een paar trucs.

“Het gaat om visualiseren. Het boek geeft suggesties.” Voor zijn zwakste punten, het spel aan het net, heeft hij twee tips. “Bij een volley denk ik aan een kikker. De bal is de kikker, de baan is de vijver. Kikker, vijver, plons. Daar heb je geen techniek voor nodig. Om mijn voetenwerk aan het net levend te houden, beeld ik me in dat ik op de rug van een tijger sta. Riding the tiger.”

Tegen Sampras had Gustafsson niets aan zijn trucs. Het enige punt dat hij in de eerste set wist te maken op de service van Sampras was een dubbele fout van de Amerikaan. Sampras groeide deze week naar een topvorm en is alleen zaterdag tegen Pioline in problemen geweest. De Fransman mocht bij een 6-3, 5-4 voorsprong serveren voor de partij, maar faalde en verloor de tweede set met 7-5 en de derde met 6-1. Hij is de grote favoriet in Frankfurt en zal daar geen last hebben van de partijen die hij in Antwerpen speelde. “Van indoor-partijen word je wel moe, maar raak je niet vermoeid.”

Sampras brak dit jaar defintief door als de nummer één van de wereld met acht toernooizeges, waaronder Wimbledon, de US Open en Key Biscayne. Zijn overwinning in Antwerpen garandeert hem, ongeacht wat er volgende week in Frankfurt gebeurt, aan het einde van het jaar de eerste plaats op de ranglijst.

Hij moest zich een opoffering getroosten. Wekenlang was hij in Europa. Wat is er zo vervelend aan Europa? “Het is ver van huis.” En dan, bijna onverstaanbaar. “Hier ontbreken de moderne gemakken.” Maar het winnen hielp. “Als je in de eerste ronde wordt uitgeschakeld, heb je zes dagen niets te doen. Als je wint, gaat de tijd sneller.”