REVANCHE VAN EEUWIG LACHEBEKJE

Deelnemen aan de Olympische Spelen van volgend jaar in Noorwegen is het grote doel van schaatsster Sandra Voetelink. Haar kans daarop is echter beperkt, vooral omdat ze geen lid meer is van de nationale allroundploeg. Afgelopen zaterdag bewees ze met haar derde plaats in het toernooi om de IJsselcup dat ze nog niet mag worden afgeschreven.

Ze droeg niet meer het vertrouwde blauwe schaatstenue, want ze is uit de kernploeg gestoten. Maar ze is nog razend populair. De extra aandacht van de televisiecamera bij de IJsselcup vormde daarvoor het bewijs, net als de opdringerige groep handtekeningenjagers in het sportcentrum De Scheg in Deventer. Sandra Voetelink genoot er zichtbaar van. De 23-jarige rijdster uit Halfweg straalde, als altijd. Toch heeft het eeuwige lachebekje een moeilijke periode achter de rug. “Het was een heel harde klap voor haar, dat gedwongen vertrek uit de allround-selectie afgelopen winter”, zegt Floor van Leeuwen, haar huidige trainer. “Gelukkig is ze daar nu overheen. Sandra is uit op revanche. Ze wenst niet met woorden te schoppen tegen bondscoach Gemser en de gevestigde orde, want dan gaat ze de bietenbrug op. Sandra wil met aansprekende prestaties bewijzen dat ze nog meetelt.”

De eerste grote stap is gezet. Voetelink, de vriendin van oud-topper Leo Visser, gleed soepel en snel over het slechte Deventer ijs. Ze werd tweede op de 500 meter en derde op de schaatsmijl, met als gevolg een knappe derde plaats in het eindklassement van het toernooi. “Sandra verdient een compliment”, zei Henk Gemser tegen de verzamelde pers, terwijl Voetelink op het ereschavot stond. En dat meende hij. “Ze moet in de voorbereiding zeker stukken beter zijn bezig geweest dan vorig jaar”, liet de vakman uit Oudehaske daar wel meteen op volgen. In 1992 had Gemser bij de eerste training al gezien dat het met de toenmalige kernploegrijdster Voetelink niets zou worden. De teruggehaalde bondscoach stelde vast dat de Noordhollandse in feite opnieuw moest leren schaatsen. Bij de eerste World-Cupwedstrijd in Berlijn ging hij nog verder in zijn kritiek: Gemser omschreef haar als “kernploeg-onwaardig, ongedisciplineerd en lui” Een andere klacht was dat Voetelink rond bazuinde haar sport “als een hobby” te beschouwen en dus “niet professioneel” bezig was.

In Deventer zei Voetelink zaterdag dat ze “die tirades” nooit zal vergeten. En ook dat ze vond dat ze al die modder ten onrechte over zich heen had gekregen. Met name wat haar inzet betrof. “Want”, verdedigde ze zich, “ik had juist veel extra's gedaan. Driemaal daags was ik met oefeningen bezig, omdat Gemser dat wilde. Dat was gewoon te veel van het goede. Overtraind is niet het goede woord, maar ik had me wel zo zwaar belast dat de macht bij de wedstrijden weg was. Gemsers opmerkingen klonken zó spectaculair, dat ik kansloos was. Mijn lezing van het verhaal haalde de kranten niet.”

Nu ze alle faciliteiten van de kernploeg mist is het voor Voetelink bijzonder moeilijk zich met de besten te meten. Ze moet véél alleen doen, hoewel de schaatsster erin is geslaagd enige financiële steun te verwerven. Handelsonderneming Frans de Bruyn, twee co-sponsors en een aantal indirekte 'hulpverleners' legden voor dit seizoen dertig mille op tafel voor een alternatief ploegje, waarvan ook ex-selectielid Marion van Zuilen deel uitmaakt. Het duo ontvangt geen salaris. “Het geld”, verduidelijkt coördinator Orlando van den Bosch van het team, “wordt gebruikt voor buitenlandse trainingskampen (Inzell, Berlijn, Sauerland, red.) en voor oefenweekeinden in eigen land. Bovendien is er een coach. De doelstelling is het tweetal terug te brengen aan de absolute top, waar ze thuis horen. Ze hebben er in de kernploeg niet uit gehaald wat erin zat.”

In de mini-equipe van coach Van Leeuwen, jaren lang oefenmeester van het gewest Noord-Holland/Utrecht, worden de trainingsschema's aan de wensen van beide vrouwen aangepast. Voetelink zegt dat ze er best hard tegenaan wil, maar dat ze ook naar haar lichaam wil luisteren. “We komen per week drie keer samen”, legt Van Leeuwen uit, “twee maal in Utrecht, een keer in Haarlem. Daar komt dan nog het krachthonk bij.” Voetelink richt zich met name op de 1000 en 1500 meter, waarop ze in februari 1994 bij de Olympische Spelen in Noorwegen hoopt mee te doen. “Dat betekent niet”, vertelt Van Leeuwen, “dat ze nooit meer een 3000 meter rijdt. Die drie kilometer heeft ze nodig als basis. Vergeet ze die, dan gaat ze op de 1500 meter het schip in.”

Van Leeuwen weet dat de kansen van Voetelink beperkt zijn. En dan doelt hij op haar mogelijkheden bij wedstrijden aan de start te komen. “De kernploeg is overal welkom”, verduidelijkt hij, “voor de anderen ligt dat stukken moeilijker. Sandra heeft zich vorig weekeinde voor de IJsselcup moeten kwalificeren. Het grootste probleem is het punt, wáár ze aan de limieten (1.23,10 en 2.06,50, red.) moet voldoen. De geschikte hooglandbanen van Davos en Collalbo zijn nog niet open.” Het Thialfstadion in Heerenveen misschien, waar op 28 en 29 december de NK afstanden worden afgewerkt? Van Leeuwen betwijfelt of het in 'Thialf' zal lukken, “want die baan is lang niet altijd in topconditie”. “Sandra zou eigenlijk naar de hal in Calgary moeten, maar daarvoor ontbreekt ons het geld. Kon ze maar aan de World-Cupwedstrijden meedoen, over veertien dagen in Berlijn of over drie weken in Hamar.” Ineens wijst hij naar het dak van De Scheg. “Maar”, vervolgt hij, “dat is even moeilijk als die overkapping naar beneden trekken. De Begeleidings Commissie Kernploegen is er stevig op tegen dat niet-kernploegleden aan dat circuit deelnemen, ik denk omdat ze bang is dat buitenstaanders de selectie-rijders overtreffen.”

Als het aan Gemser ligt mag die regel echter worden doorbroken. “Ik ga niet over de sprintnummers”, zei de coach van de allroundsters zaterdag, “maar als Sandra ook bij Kraantje Lek sterk schaatst, is het het overwegen waard haar uit te nodigen voor de 500 of 1000 meter in Berlijn of Hamar. Er zijn op die afstanden nog startplaatsen vrij voor Nederland.” Voetelink keek in Deventer wel even op van dat positieve geluid uit de mond van de trainer, met wie ze vorig jaar nog flink in de clinch lag. “Ach” giechelde ze, “wat onze gedachten betreft zitten Gemser en ik niet op één lijn. Maar we kunnen best samen door één deur. Ik wil dolgraag mee in dat Nederlandse busje, dat volgende week naar Berlijn vertrekt.”