Oranje traint met zwabberbal

AMSTERDAM, 15 NOV. Aan de rand van het speelveld liggen twee ballen. Ed de Goey staat er bij en kijkt er naar alsof het giftig onkruid betreft. Met het automatisme van een voetballer beroert hij ze met de punt van zijn rechter schoen. Maar wel omzichtig. “Rot ballen zijn het”, bromt de doelman, die zojuist in het oefenpartijtje van het Nederlands elftal zijn plaats heeft afgestaan aan reserve Theo Snelders. “Ze zeilen en zwabberen. Ze zijn onberekenbaar.”

De wervelende wind die op deze zaterdagmiddag zoals altijd binnen het Olympisch Stadion heerst, zou de oorzaak kunnen zijn. De Goey wil er niet van weten, zijn blik bezwerend op de ballen gericht. Vijandig wijst hij op het afwijkende fabrikaat. Ze zijn van het merk Lotto, niet zoals anders van Derby Star. Niet dat ze lichter zijn, of zwaarder. Maar ze zijn anders. Net 'tangoballen', veronderstelt De Goey.

Het is omdat de Polen er woensdag mee spelen, legt de obsessieve Feyenoord-doelman uit. “Dan zul je er toch op voorbereid moeten zijn. We gaan er de komende dagen veel mee oefenen. Een beetje het gevoel krijgen”, hoopt De Goey. Maar dat ze zullen zeilen en zwabberen, daar doe je niets tegen.

“In Polen voetballen ze nu eenmaal met deze Lotto-ballen. Daar nemen ze er nog genoegen mee. ”, verklaart Edo Ophof, vertegenwoordiger van het Italiaanse sportartikelenmerk bij het Nederlands elftal. “De ballen zijn goedkoop maar niet zo goed. De Nederlandse voetbalbond heeft wel een contract met Lotto, maar gebruikt liever andere ballen, zoals van Derby Star.”

De oud-international kan zich wel voorstellen dat De Goey wat gemerkt heeft aan de bal, gevoelsmensen als keepers zijn. Ophof legt een van zijn ballen op zijn vingertoppen en brengt hem op ooghoogte. “Zie je, hij lijkt eivormig.” Vervolgens wijst hij op de aaneenschakeling van logootjes die voor een bizar lijnenspel op de bal zorgen. Hij gooit de bal omhoog en laat hem snel draaien. “Zie je dat het net is of hij zwabbert. De bal lijkt niet rond meer. Dat komt door die logolijnen.”

PSV'er Mitchell van der Gaag, die met Jong Oranje meespeelde, komt als laatste uit de kleedkamer. Hij ziet het schouwspel. Of hij wat aan de bal heeft gemerkt. “Ja, toen ik een keer bij een strak schot de bal wilde koppen, zakte hij ineens. Er was iets mee, wat weet ik niet. Niet lichter of zwaarder. Je hoorde wel dat er af en toe over de bal geluld werd. Maar dat gebeurt wel vaker.”

Ophof weet dat voetballers gauw problemen maken. “We hebben eens tien ballen getest onder voetballers. Van verschillende merken. We hadden ze allemaal wit gespoten. Nou, ik kan je vertellen dat het resultaat zeer verrassend was. Als spelers van niets weten is er geen probleem.”

    • Guus van Holland