Kuiltje van Wery kostte Oranje punt in Poolse heksenketel

Vijf keer eerder speelde het Nederlands voetbalelftal een A-interland in en tegen Polen. Vier keer werd er verloren, één keer gewonnen. Op 7 september 1969 verloor Oranje voor 100.000 toeschouwers in Chorzow met 2-1 van Polen, een cruciale nederlaag in het kwalificatietoernooi voor het wereldkampioenschap van '70 in Mexico. In de slotfase had Feyenoorder Henk Wery dé kans op de gelijkmaker. Hij mocht een strafschop nemen, maar schoot naast.

LEUSDEN, 15 NOV. De strafschop. PSV'er Wietze Veenstra, ingevallen voor Van Hanegem, duikelt acht minuten voor tijd over de Poolse keeper Kostka heen en scheidsrechter Placek wijst tot ieders verbazing naar de stip. Nederland doet er lang over om te bepalen wie gaat schieten. De spelers kijken elkaar vertwijfeld aan. Wie durft? Wie heeft zelfvertrouwen? De keuze valt op Henk Wery. Aanvoerder Hans Eijkenbroek vertelt het hem. “Jij zit lekker in de wedstrijd. Jij moet 'm nemen.” Wery krijgt de bal in zijn handen gedrukt. Hij staat bekend als een strafschoppenspecialist. “Maar hier was ik niet op voorbereid”, vertelt de rechtsbuiten 24 jaar later.

Want Wery is vooraf niet aangewezen als één van de schutters voor eventuele penalty's. Dat zijn Ajacied Henk Groot en Wery's clubgenoot Rinus Israel. Zij hebben in het trainingskamp nog apart met bondscoach George Kessler op strafschoppen getraind. Maar nu het er op aankomt geven ze niet thuis. Groot is even daarvoor tegen zijn knie geschopt door Szoltysik en strompelt over het veld. Hij kan niet worden vervangen omdat bondscoach George Kessler zijn twee wissels al heeft gebruikt. De blessure zou het einde van Groots carrière betekenen. En Israel? 'IJzeren' Rinus zegt tegen Eijkenbroek niet zeker van zijn zaak te zijn en bedankt voor de eer.

Dus moet Wery het doen. Hij had in zijn eerste interland, in '67 tegen Rusland, al een keer vanaf elf meter gescoord. Maar nu voelt hij zich temidden van 100.000 fluitende en krijsende Polen in het Sileziënstadion niet op zijn gemak. Toch weigert hij niet om de penalty te nemen. “Zo was ik niet. Ik ben er altijd ingesprongen.” Zijn aanloop ziet er al niet overtuigend uit. Zijn schot is te zacht en hobbelt rechts van de keeper een flink stuk naast het doel. “Wel een meter, geloof ik”, zegt Wery.

Later zag Wery, 50 jaar inmiddels, op beelden van de wedstrijd dat een Poolse speler achter zijn rug de bal precies op de penaltystip legde. En daar had zich een kuiltje gevormd. “Vind je het gek dat de bal niet goed van de grond kwam?” Wery constateert dat hij op dat moment “verdoofd” moet zijn geweest. “Ik had de bal zelf iets voor de stip gelegd. Normaal houd je daarna de bal in de gaten. Dan loop je achterwaarts weg voor je aanloop. Toen deed ik dat niet. Ik was gewoon afwezig. Het is ook gek dat niemand van mijn ploeggenoten me er op attendeerde dat die Pool aan de bal had gezeten.”

De stand bleef 2-1. En Wery was de zondebok. Hij herinnert zich dat hij na afloop de tranen in de ogen had staan en dat Kessler na afloop in de kleedkamer voordeed hoe hij vroeger zelf de strafschoppen nam. “Hij had zelf bij Bal Op Het Dak gespeeld. Dus wat heeft zo'n uitspraak dan voor nut?” Hij kan er nu nog kwaad om worden. “Toen had ik die arrogante Kessler wel willen aanvliegen.” Verscheidene kranten namen het in de dagen na de wedstrijd op voor de arme Wery. “Een menselijke zaak”, noemde het Algemeen Dagblad de misser. “De Feyenoorder werd plotseling voor een voldongen feit geplaatst.”

Wery behoorde destijds in Polen tot de betere Nederlandse spelers. Hij had Oranje ook na een combinatie met Johan Cruijff in de eerste helft op voorsprong gezet. Nederland beheerste voor rust de wedstrijd, maar kon ondanks de vele kansen de voorsprong niet vergroten. In de tweede helft werd het team van Kessler in de verdediging gedrukt en wist Polen verdiend twee doelpunten te maken door invaller Jarosik en sterspeler Lubanski.

De thuisploeg werd daarbij wel geholpen door arbiter Placek. Hij zag bij het eerste doelpunt een zuivere buitenspelsituatie over hoofd. De Tsjech floot warrig en in twijfelgevallen meestal tegen Nederland. Hij werd waarschijnlijk beïnvloed door de heksenketel in Chorzow. De stadionspeaker zweepte met zijn teksten voortdurend de supporters op. Daar kreeg de Poolse voetbalbond later een boete voor. Kessler nu: “In de Hel van Deurne kon het er heet aan toegaan, maar in Chorzow was het dubbel zo erg.”

Het Algemeen Handelsblad schreef de dag na het duel: “Wederom heeft een FIFA-scheidsrechter een wedstrijd uit de voorronde van het wereldkampioenschap verknold. En wederom ging de benadeelde partij in oranje gekleed.” Een jaar eerder zou Nederland in het met 2-0 verloren kwalificatieduel tegen Bulgarije onterecht een strafschop tegen hebben gekregen. Alle Nederlanders moesten echter ook toegeven dat de penalty die Oranje in Polen kreeg een geschenk was. Een lachertje, constateerde 'slachtoffer' Veenstra destijds.

Nederland had na de nederlaag tegen Polen nog een kleine kans op de eerste plaats in kwalificatiegroep 8, maar dan moest er een maand later wel van Bulgarije worden gewonnen. Dat lukte niet. Het werd in Rotterdam 1-1. De Bulgaren, met de later verongelukte Asparoukhov als de vedette, gingen als poulewinnaar in '70 naar Mexico en werden daar al in de eerste ronde uitgeschakeld. Volgens de toenmalige bondstrainer Kessler had Nederland de kwaliteiten om de eindronde te halen. Tegen Polen stond er een team op het veld met routiniers - Moulijn (32 jaar), Groot (31), Eijkenbroek (29) - én talenten - Cruijff (22), Rijnders (22) en Van Beveren (21). Wery (26) behoorde met Israel (27) en Van Hanegem (25) qua leeftijd tot de middengroep.

Cruijff deed in Chorzow dus ook weer een keer mee. Hij speelde er pas zijn achtste interland, terwijl hij precies drie jaar eerder al had gedebuteerd in Oranje. Hij was echter om uiteenlopende redenen vaak afwezig. Er was altijd wel wat aan de hand met de eigenzinnige Amsterdammer. Zo werd hij langdurig geschorst omdat hij in zijn tweede interland tegen Tsjechoslowakije arbiter Glöckner onheus had bejegend. Later weigerde hij met andere Ajacieden voor de nationale ploeg uit te komen wegens een aan clubgenoot Piet Keizer opgelegde straf. Voor de WK-uitwedstrijd tegen Bulgarije meldde Cruijff zich geblesseerd af en bij het thuisduel ontbrak hij weer wegens zaken: hij was bezig met een schoenenzaak voor zijn echtgenote.

Kessler, tegenwoordig gepensioneerd voetbaltrainer, stelt achteraf dat Cruijff niet alleen schuld had aan zijn problemen bij Oranje. Ook zijn club speelde daar een grote rol in, aldus de oud-bondscoach. “Ajax koos voor Ajax. Die club kreeg net wat internationaal succes. En niemand had daar ervaring mee.” Aan de verstandhouding tussen coach en speler lag het volgens Kessler niet dat Cruijff zo weinig voor de nationale ploeg uitkwam. “Johan, een formidabele vent, kwam in die tijd zelfs bij mij thuis. Hij had toen een rode Porsche met een zwart dak.”

Dat dat hij meestal niet in de sterkste opstelling kon spelen, is fataal geweest voor het eindresultaat, constateert Kessler, destijds een jonge, onervaren bondstrainer - 36 jaar - die zijn opleiding in Duitsland had gekregen. “Ik kon zo niet aan een vast elftal met een vast spelpatroon werken.” Kessler had nog een contract bij de KNVB tot 1971, maar nam na de uitschakeling voor de WK-eindronde teleurgesteld ontslag. “Als we Mexico hadden gehaald zou die groep vier jaar later bij het WK in Duitsland nóg meer ervaring hebben gehad. En wie weet wat er daar dan zou zijn gebeurd!”

Voor Henk Wery was er geen WK-herkansing. Hij liep in '73 bij Feyenoord een zware liesblessure op waarna hij nooit meer op zijn niveau terugkwam en zodoende de kans verspeelde om het WK van '74 mee te maken.