In de WAO-regels was volumebeleid vrijwel onmogelijk

Vandaag begint de Tweede Kamer met de behandeling van de aanbevelingen van de commissie Buurmeijer. Die komen in feite neer op afbraak van de sociale zekerheid voor zieke werknemers, vindt prof. De Haan. De Ziektewet wordt afgeschaft en wat er voor in de plaats komt stelt uit het oogpunt van sociale zekerheid niets voor.

Volgens persberichten zou J.F. Buurmeijer zijn fractie alvast gedreigd hebben met ontslagname, wanneer deze niet de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie voor de sociale zekerheid volgen. En professor Bomhoff adviseerde (in zijn column in NRC Handelsblad van 8 november) de voorzitter van de SVR professor Fase, en de president-directeur van het GAK, professor De Jong, eind volgende week ontslag te nemen, wanneer de Tweede Kamer zich zou aansluiten bij de historische analyse in het rapport. Er gaan dus binnenkort ontslagen vallen. Daar wil ik er nog één aan toe voegen, namelijk dat van Bomhoff zelf als schrijver over sociale-verzekeringszaken, nu deze zich schromelijk heeft vergist.

In een themanummer van PS (Periodiek voor sociale verzekering, 3-11-93) heb ik al uitvoerig uiteengezet, hoezeer de analyse van de enquêtecommissie tekortschiet in de beoordeling van de uitvoeringsorganisatie wat betreft het volumebeleid (inspanningen om het aantal mensen met uitkeringen te verminderen). Anders dan Bomhoff doet voorkomen hield de WAO tot voor kort geen enkele regeling daarvoor in. Ook niet in de door hem genoemde artikelen 24 tot 29, die alleen over mogelijke sancties gaan in verband met de geneeskundige behandeling of maatregelen tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid, overeenkomstig door de minister in overleg met de algemene beroepsorganisatie van de artsen te stellen regels. Blijkens de beschikking van de staatsecretaris van sociale zaken van 16 september 1976, Stcr. 1976, nr. 191 lieten die regels geen enkele ruimte voor het voeren van beleid, de bedrijfsvereniging werd daarin immers volledig afhankelijk gesteld van overeenstemming met de behandelende geneeskundige.

Pas sinds de Wet arbeid gehandicapte werknemers van 1986 kan enig volumebeleid worden gevoerd. Enerzijds werd dwang van de bedrijfsverenigingen mogelijk gemaakt bij herplaatsing van een zieke werknemer in het bedrijf tijdens de ziektewetperiode en anderzijds arbeidsbemiddeling door de GMD onder de WAO. Beide instrumenten worden sindsdien in toenemende mate toegepast.

Zo is, blijkens het Kwartaalbericht Arbeidsmarkt (op 7 september verstuurd naar de Tweede Kamer) het aantal WAO-ers met werk in 1991 en 1992 in het totaal met veertig procent gegroeid tot zo'n 140.000. Verder zijn er sinds 1986 nog zes andere volumewetten en -wetsontwerpen bijgekomen, die de commissie-Buurmeijer grotendeels over het hoofd heeft gezien, maar die niettemin even zovele bewijzen vormen, dat de voordien geldende wetgeving geen volumebeleid in hield. Toch beoordeelt en veroordeelt de commissie met terugwerkende kracht de uitvoeringsorganisatie op het achterwege laten van een dergelijk beleid. Kortom zij is de geschiedenis, ook de wetsgeschiedenis, uit hedendaagse inzichten gaan herschrijven.

Verder geeft de enquêtecommissie een onjuiste uitleg aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, zowel wat het begrip arbeidsongeschiktheid als wat de verdiscontering van de werkloosheid in de WAO aangaat. Blijkens het Jaarverslag 1991 van genoemde raad toetste deze de arbeidsgeschiktheid aan het criterium of de betrokkene op medische gronden, naar objectieve maatstaven, de in aanmerking komende arbeid kon verrichten. Hierdoor werd praktisch de beslissing in handen gelegd van de verzekeringsdeskundigen, zodat ook hier van beleid van bedrijfsverenigingen nauwelijks sprake kon zijn.

En wat de verdiscontering van de werkloosheid betreft, zoals deze vóór 1987 in de wet was opgenomen, heeft de Centrale Raad blijkens de bij het rapport gevoegde jurisprudentie allerminst de ruime oppvatting van de bedrijfsverenigingen in strijd met de wet verklaard. Integendeel, hoewel deze afweek van de interpretatie van de raad zelf, heeft dit college met zoveel woorden de bestaande beleidspraktijk geëerbiedigd. Verdisconteren, tenzij mocht blijken dat van een oorzakelijk verband tussen handicap en werkloosheid geen sprake was, bleek in die praktijk dan ook de enig uitvoerbare oplossing.

Ook in andere opzichten deugt er feitelijk en juridisch van de analyse in het rapport niet veel, maar ik beperk mij hier tot de aanbevelingen van de commissie, die neerkomen op afbraak van de sociale zekerheid voor werknemers, althans voor zover zij kans lopen ziek of gedeeltelijk (tot 66 procent) arbeidsongeschikt te worden. De Ziektewet wordt geheel afgeschaft en wat er voor in de plaats komt stelt uit het oogpunt van sociale zekerheid eenvoudig niets voor. Een verplichting voor de werkgever om anderhalf jaar lang het wettelijk minimum te betalen is uiterst onredelijk in die gevallen (ruim 75 procent) waarin de arbeidsongeschiktheid niet door het werk is veroorzaakt. Verder kan de doorsnee werkgever, zeker in het midden- en kleinbedrijf, dit risico helemaal niet dragen, temeer nu de commissie aan een collectieve verzekering bij CAO algemeen bindende werking wil onthouden.

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid staat de zaak er in de voorstellen van de commissie nog droeviger voor. Hier wordt de niet volledig arbeidsongeschikte zelfs helemaal afhankelijk gemaakt van een voortgezet dienstverband met de werkgever, ook na de genoemde anderhalf jaar. Van een recht op doorbetaling van een minimumloon is in het geheel geen sprake meer en evenmin van enig recht op een uitkering krachtens de wet. Wordt betrokkene uiteindelijk, al dan niet na een civiele procedure, toch werkloos, dan krijgt hij ten hoogste een WW-uitkering voor zijn resterende arbeidscapaciteit en is hij voor het overige op bijstand of particuliere verzekering aangewezen.

Behalve met art. 20 Grondwet (de wet stelt regels voor de aanspraken op sociale zekerheid) zijn deze voorstellen ook strijdig met de concept-programma's van de drie grootste partijen. Het ministelsel dat de VVD voorstaat is in zijn uitwerking namelijk vele malen gunstiger dan het goeddeels geprivatiseerde stelsel van de commissie. Het voorziet immers nog in wettelijke minimumuitkeringen ook voor zieken en gedeeltelijk arbeidsongeschikten, terwijl bovenwettelijke uitkeringen in CAO-verband kunnen worden geregeld. Het CDA wil de werknemersverzekeringen zelfs helemaal aan de sociale partners overdragen en dat is toch wel wat anders dan het goeddeels afschaffen ervan met algehele uitschakeling van hun invloed op de uitvoering. En hoe kan een PvdA bijna tenondergaan in discussies over veel minder ver gaande voorstellen over Ziektewet (1982) en WAO (1991) en nu plotseling helpen deze wetten ten grave te dragen? Over de andere partijen zal ik maar niet spreken; die kunnen hun eigen plaats in de grafstoet bepalen.

    • P. de Haan
    • Lid van het Cda