'Falcone moest dood, zij van boven wilden dat'

ROME, 15 NOV. Giovanni Falcone, de belangrijkste mafiabestrijder van Italië, moest dood, want “dat willen ze van boven graag. Erg belangrijke personen verzekeren ons dat ze de processen in cassatie in orde zullen brengen.”

Volgens een spijtoptant van de mafia was dit de verklaring die de beruchte mafia-baas Totò Riina vorig jaar oktober gaf voor de bomaanslag, vijf maanden eerder, op Falcone. Mei 1992 was de maand die voor de aanslag was uitgekozen, de maand waarin in Rome het parlement in grote verwarring een president probeerde te kiezen. De justitie weet nu wie Falcone heeft vermoord, wie het plan heeft uitgedacht, wie op de knop drukte. Maar niet wie uiteindelijk de opdracht heeft gegeven.

“Dit is nog maar een eerste stap,” zei officier van justitie Ilda Boccassini op een van de persconferenties waarmee afgelopen weekeinde werd gevierd dat de justitie van het Siciliaanse stadje Caltanissetta de daders van de aanslag heeft geïdentificeerd. De justitie is de mafia voorbij, want hoger dan Riina is er niet. Niemand durft te zeggen waarheen het pad verder zal leiden. Geheime diensten? Politici? Corrupte rechters? Geheime vrijmetselaarsloges?

Dit zijn de vraagtekens die zijn opgekomen na de ontrafeling van de aanslag op Falcone, op 23 mei vorig jaar. Het was de belangrijkste aanslag die de mafia ooit heeft uitgevoerd, en dat maakt het succes van de justitie des te groter. Veel mafiamoorden zijn onopgelost gebleven, maar de bomaanslag op Falcone is tot in de kleinste details ontrafeld. Vier factoren zijn daarbij belangrijk geweest: de technische hulp van het Amerikaanse Federal Bureau of Investigations, de onthullingen van twee spijtoptanten van de mafia, de medewerking van een aantal Sicilianen die de traditionele zwijgplicht hebben doorbroken en hebben verteld over de mensen die ze hebben zien werken bij de snelweg waar de bom ontplofte, en de vastberadenheid binnen politie en justitie om de moord op Falcone, en die twee maanden later op zijn collega Paolo Borsellino, te wreken.

Uit de reconstructie blijkt dat Falcone niet is verraden door iemand uit zijn directe omgeving, zoals wel is gesuggereerd. De mafia had drie mensen ingezet om zijn reisplannen te achterhalen. Een van hen hield in de gaten wanneer Falcone het ministerie van justitie in Rome verliet, een tweede controleerde op het vliegveld wanneer zijn vliegtuig landde, een derde volgde de commandant van het Siciliaanse escorte van Falcone.

Op een heuvel langs de snelweg van het vliegveld naar Palermo stonden al vijf dagen een paar mafiosi te wachten. In een afwateringsbuis onder de snelweg was een bom aangebracht, en in een testrit sjeesden auto's met 160 kilometer per uur voorbij om met een lampje te controleren of de knop wel op het goede moment werd ingedrukt.

Op de bewuste zaterdag werd via zaktelefoons contact gehouden met de mannen op de heuvel, meestal korte contacten die de justitie allemaal heeft kunnen reconstrueren. Toen de bom ontplofte, vloog de eerste auto met drie lijfwachten honderd meter door de lucht. De tweede, bestuurd door Falcone, werd met puin bedolven. Falcone en zijn vrouw, voorin, kwamen om, zijn chauffeur, achterin, overleefde de aanslag met zware verwondingen. De lijfwachten in de derde auto bleven ongedeerd.

De sigarettenpeuken op de heuvel vormden een van de sporen. Onderschepping van een aantal telefoongesprekken met zaktelefoons had een paar verdachten opgeleverd, en de FBI- stelde met behulp van DNA-onderzoek vast wie er op de heuvel had gestaan. Een van deze verdachten heeft afgelopen zomer zelfmoord gepleegd, een andere is gaan praten.

Ook een derde verdachte, Salvatore Cancemi, is toen gaan praten. Cancemi had zich deze zomer zelf bij de justitie gemeld, naar hij later vertelde omdat hij zich op een bijeenkomst van mafiabazen fel had verzet tegen het voorstel om de politie-agent te vermoorden die in januari Totò Riina heeft gearresteerd. Door dit openlijke verzet was zijn leven geen cent meer waard en besloot hij bescherming te zoeken.

Afgelopen nacht is in zijn gevangeniscel een van de beruchtste voorgangers van Riina overleden, de mafia-baas Lucian Liggio. Hij zat sinds 1974 gevangen, veroordeeld tot levenslang. Liggio had al geruime tijd problemen met zijn hart.

    • Marc Leijendekker