Een nieuwe Kamer...

MET RECHT KAN volgend jaar worden gesproken van een nieuwe Tweede Kamer.

Uit de ontwerp-kandidatenlijsten die de grote politieke partijen de afgelopen weken hebben gepresenteerd, blijkt overduidelijk de drang naar personele doorstroming. CDA, PvdA en VVD zijn er geen van alle voor teruggedeinsd een flink deel van hun zittende Kamerleden te vervangen door nieuwelingen. Gemiddeld is één op de drie verkiesbare plaatsen gereserveerd voor nieuwe gezichten. Wordt ook nog eens rekening gehouden met het contingent nieuwkomers dat D66, de gedoodverfde winnaar van de Tweede-Kamerverkiezingen, zal inbrengen dan is het niet ondenkbaar dat een recordaantal verse parlementariërs zal worden beëdigd.

Wat voor invloed dit zal hebben op het functioneren van het parlement is vanzelfsprekend op dit moment nog niet te zeggen. Nieuw hoeft niet per definitie anders te betekenen. Bovendien is 'nieuw' geen homogeen begrip. Maar het is een hoopvol teken dat de verschillende kandidaatstellingscommissies erin zijn geslaagd door de vastgeroeste partijstructuren heen te breken. PvdA en VVD hebben rigoreus gebroken met het principe van de regionaal bepaalde plaatsen, het CDA heeft de zittende kaste van Kamerleden getrotseerd. Hoopvol is voorts dat bij de selectie veel meer dan in het verleden is gekeken naar maatschappelijke ervaring in plaats van partijervaring.

WELLICHT WORDT hiermee het pad verlaten dat in het begin van de jaren zeventig is ingeslagen. Toen veranderde de Tweede Kamer, zoals de Leidse hoogleraar J.Th.J. van den Berg het in zijn proefschrift stelde, van een vertegenwoordiging van de georganiseerde samenleving tot een werkplaats van beroepspolitici. Ontzuiling en de opkomst van de democratiseringsbeweging leidden niet tot een verbreding van de politieke recrutering, maar tot een versnelde versmalling tot betrekkelijk bevoorrechte groepen, zo bleek uit zijn onderzoek. Deze uit 1982 stammende bevindingen werden eind vorig jaar bevestigd door een enquête onder zittende leden van de Tweede Kamer. Niet minder dan 64 procent had voordien een bestuursfunctie in hun partij bekleed.

Het heeft geresulteerd in nogal wat 'voorgevormde', om niet te zeggen 'misvormde', Kamerleden. Opgegroeid en opgeleid in de mores van hun partij zijn zij volksvertegenwoordiger geworden. Dat de mores in de rest van de samenleving anders waren, drong slechts moeizaam tot de kaasstolp van het Binnenhof door. Het leidde de afgelopen jaren in de rest van het land in toenemende mate tot vervreemding, desinteresse en onverschilligheid. Met straks zoveel politici 'van buiten' zijn in elk geval de ingrediënten voor de noodzakelijke omslag aanwezig.