Daily Mirror bezegelt ondergang van Fleet Street

LONDEN, 15 NOV. Fleet Street is tegenwoordig een gewone Londense straat, een beetje verlopen zelfs. Weinig herinnert er aan dat dit ooit 's werelds beroemdste krantenstraat was. De voormalige persbolwerken zijn in beslag genomen door banken of staan leeg, en de talrijke kroegen waar het journaille elkaar tot eind jaren tachtig dagelijks trof, zijn veelal verdwenen. Het ooit zo roemruchte Fleet Street is vervallen tot een stukje no man's land tussen de City en Westend. Alleen het persbureau Reuters en The Press Association zetelen er nog, als een soort relikwieën.

Binnenkort is het definitief gedaan met Fleet Street, dat uitgroeide tot een synoniem voor de Britse pers. Begin volgend jaar verhuist ook de allerlaatste krant, de Daily Mirror, van Holborn Circus, vlak achter Fleet Street, naar het kantorenpark in de Londense Docklands.

Terry Connor, manager van het boulevardblad (tabloid) die gespecialiseerd is in foto's van Lady Di, zal geen moment heimwee hebben naar 'Old Fleet Street'. “Het was een soort Disneyland, met al die romantische journalisten bij elkaar. Heel beperkend voor de geest. Een krant maken is ordinary business, niks bijzonders of romantisch. Of een krant in de stad hoort? Onzin! We verkopen dagelijks 3,5 miljoen exemplaren in het hele land, waarom zouden we dan in hartje Londen moeten zitten?”

Connor rekent graag even de voordelen voor van de verhuizing naar de Docklands. “Dit gebouw kost alleen aan onderhoud al 3 miljoen pond per jaar. Het is oud, inefficiënt, vies en veel te groot, sinds we het afgelopen jaar 70 procent van het personeel hebben moeten ontslaan (wegens de ineenstorting van het mediaconcern van wijlen mediamagnaat Robert Maxwell-red.). Nee, de Daily Mirror mag geen monument worden voor de oude krantenindustrie, ik verhuis liever vandaag dan morgen.” Of de redactie ook zo enthousi ast is over de ver buiten het centrum gelegen lokatie? “Ik heb niets van weerstand gemerkt, maar als ze niet willen gaan ze maar ergens anders werken.”

Fleet Street, waar reeds in 1500 de eerste krant verscheen en genoemd naar het riviertje dat er vroeger liep, is ten gronde gegaan aan de alomvattende macht van de vakbonden, daarover is iedereen het in de Engelse krantenwereld het wel eens. Na de oorlog grepen de bonden de enorme concurrentie tussen de Britse dagbladen (met uitzondering van Japan zijn er nergens zoveel kranten als in Engeland) aan om hun eisen op te schroeven. Door voor het minste of geringste werkonderbrekingen te organiseren die desastreuze gevolgen hadden voor de distributie en de verkoop, werden de bonden heer en meester in Fleet Street. De kranten hadden vaak honderden mensen te veel in dienst die ze niet durfden ontslaan uit angst voor acties van de bonden. Niet zelden werd smeergeld betaald om werkonderbrekingen te voorkomen. En niet de journalisten bepaalden wat er in de krant kwam, maar de bij de bonden aangesloten drukkers. De Times, zo schrijft voormalig adjunct-hoofdredacteur Louis Heren in een voorwoord voor een naslagwerk over de Britse pers, verloor eens een complete oplage doordat de drukkers weigerden een artikel te publiceren over de praktijken van de vakbonden in Fleet Street.

Fleet Street was een zwaar corrupte cultuur, beaamt Max Hastings, hoofdredacteur van de Daily Telegraph, terwijl hij zijn benen op zijn bureau legt en enorme sigaar opsteekt. Aan de muur van zijn kamer op de twaalfde verdieping in Canary Wharf, met schitterend uitzicht op de Docklands, hangt een foto van de koningin die de Daily Telegraph doorneemt. “De vakbonden regeerden de kranten. We hadden honderden mensen in dienst die niets, maar dan ook helemaal niets uitvoerden. Sinds we uit Fleet Street vertrokken is het personeel teruggebracht tot de helft.”

Hastings - de eerste journalist die samen met de Britse troepen het bevrijde Port Stanley op de Falklands binnentrok - wordt weemoedig als hij terugdenkt aan Fleet Street. “'s Avonds laat kwamen er regelmatig ministers langs voor een borrel, dat heb je hier niet. Het dagelijks contact met de politiek en het zakenleven is verdwenen. Ik was erg verknocht aan Fleet Street, drie generaties Hastings hadden er gewerkt. Het was ook zo gemakkelijk om personeel te werven, je kende iedereen. Als iemand werd ontslagen, hoefde hij de straat maar over te steken en hij had een nieuwe baan.”

Met smaak vertelt Hastings het verhaal over het oude gebouw van de Daily Telegraph in Fleet Street. “Het was een vreselijk gebouw, op de vijfde verdieping na, die verboden terrein was voor journalisten. Daar regeerden Lord Camrose en Lord Hartwell, de eigenaren van de Daily Telegraph. De hele verdieping was ingericht als een Engels landhuis, compleet met haard, kandelaren, gazon en een butler met witte handschoenen.”

Eind jaren zeventig begon het spaak te lopen in Fleet Street. In een poging de macht van de vakbonden te breken, besloot de directie van The Times en The Sunday Times om de burelen een jaar te sluiten. Directe aanleiding was de weigering van de vakbonden om over te stappen op het automatisch zetten van de kopij, dat minder personeel vergde en dus goedkoper was en dat de invloed van de drukkers aanzienlijk zou beperken. De rigoureuze actie bij The Times leverde een enorm verlies op: geen omzet, terwijl het personeel in dienst bleef. De slag om The Times eindigde in een overwinning voor de drukkers: de kopij zou voortaan automatisch worden gezet, echter niet door de redactie, maar door de drukkers. De actie had tot gevolg dat eigenaar Ken Thomson het niet meer zag zitten en The Times verkocht aan mediamagnaat Rupert Murdoch.

De Australiër Murdoch zag de dictatuur van de vakbonden enkele jaren aan, maar toen hem in 1985 te verstaan werd gegeven dat hij een nieuwe drukkerij in Wapping, in de Docklands, niet mocht gebruiken, was de maat vol. In het tijdsbestek van één weekeinde verhuisde Murdoch zijn vier kranten (The Times, The Sunday Times, Sun en News of te World) van Fleet Street en omgeving naar gebouwen rond de drukkerij in de Docklands. De vijfduizend drukkers van het concern werden op staande voet ontslagen en Murdoch begon opnieuw met in het geheim opgeleide drukkers, die geen lid waren van een vakbond.

Murdochs bliksemactie sloeg in als een bom en de 'Battle of Wapping' was een feit: maandenlang belegerden de ontslagen drukkers het terrein, waarbij het regelmatig tot veldslagen met de politie kwam. “Het was verschrikkelijk”, herinnert Simon Jenkins, oud-hoofdredacteur van The Times zich. “Die lui schreeuwden, gooiden met dingen en waren voortdurend dronken. Nee, het was geen blije periode in de geschiedenis van de Britse pers.” Jenkins, die zich tegenwoordig wijdt aan columns, is nog steeds niet erg gelukkig met de verhuizing van zijn krant van Gray's Inn Road, een zijstraat van Fleet Street, naar het industrie-achtige terrein met de morsige gebouwen in Wapping. “Een vreselijke plek om te werken.”

Met de verhuizing van Murdochs kranten was het hek van de dam. Eén voor één trokken de kranten naar elders om aan de wurgende greep van de vakbonden te ontkomen. “Murdochs actie luidde een revolutie in”, zegt Brian MacArthur, adjunct-hoofdredacteur van The Times. “De journalisten kregen weer het laatste woord over hun artikelen en de distributie ging voortaan per auto, omdat de bonden te veel macht hadden bij de spoorwegen.” MacArthur zegt “volmaakt gelukkig” te zijn in Wapping, “al zou het centrum natuurlijk ideaal zijn. Maar om de bonden kwijt te raken, moesten we wel weg.”

De Docklands, het in de oorlog fors beschadigde oostelijk havengebied van Londen dat de Britse regering nu met aanlokkelijke premies weer leefbaar wil maken, werden wegens de lage huren favoriet bij de krantenmagnaten. Alleen de Financial Times bleef in de buurt, aan de overzijde van de Theems, bij Blackfriars-bridge.

De exodus uit Fleet Street heeft de Britse kranten goed gedaan. De winst is gestegen sinds onderhandelen over loonsverhoging niet meer tot de dagelijkse bezigheden behoort en de personeelsbestanden aanzienlijk zijn afgeslankt. Zo kromp de staf van de Financial Times van 600 naar 150 werknemers. Maar niet iedereen ziet de toekomst zonnig in. Max Hastings, sigaar in de mondhoek,zegt geen toekomst te zien voor zo veel kranten. “De Britse krantenwereld is in verval, alleen de tabloids doen het goed”, sombert hij. En ook Simon Jenkins maakt zich zorgen om de resultaten van de 'qualities', de kwaliteitskranten.

Neil Blackley, media-analist bij Goldmann Sachs, ziet de BTW op kranten die binnenkort wordt ingevoerd als grootste bedreiging. “Daardoor worden de kranten duurder en zullen de oplagen dalen. En dat terwijl er nu al een prijzenoorlog aan de gang is.”

    • Friederike de Raat