Componisten uit Kroatië, Slovenië, Bosnië en Servië werken samen in Amsterdam; 'Voormalig Joegoslavië is nu een verloren wereld'

Vanavond begint in De IJsbreker in Amsterdam een vier dagen durende presentatie van eigentijdse muziek van twintig componisten uit verschillende gewesten van het voormalige Joegoslavië: Kroatië, Slovenië, Bosnië en Servië. De bedoeling is te tonen dat cultuur en kunst, onverdeeld door politieke grenzen, het krachtigste verdedigingsschild zijn tegen oorlogen. Peter Peters sprak in Parijs met de gevluchte Servische componist Stevan Kovacs Tickmayer, die enige tijd studeerde aan het Haagse Koninklijk Conservatorium.

Twintigste eeuwse muziek uit Kroatië, Slovenië, Bosnië en Servië: De IJsbreker Amsterdam 15 t/m 18/11, telkens 20.30 uur.

“In mijn geboorteplaats Novi Sad wonen geen kunstenaars meer. Het is triest. De mensen van mijn generatie, zo rond dertig jaar, zijn allemaal vertrokken. Toen de oorlog begon, werden we opgeroepen voor het Servische leger. We moesten vechten in Vukovar. Als je weigerde, ging je de gevangenis in. Vier keer is de politie bij mij aan de deur geweest; al die keren was ik gelukkig niet thuis.”

Stevan Kovacs Tickmayer (30) is componist, pianist en contrabassist. In 1990 vertrok hij uit Novi Sad, de hoofdstad van de autonome Servische provincie Vojvodina in het noordoosten van het voormalige Joegoslavië, naar Frankrijk. Daar kreeg hij een verblijfsvergunning dankzij zijn baan als huiscomponist van de succesvolle Parijse danstheatergroep Theatre Jel van Josef Nadj. Na twee maanden lukte het hem zijn vrouw en kind over te laten komen. “We hebben geluk gehad. Door mijn contacten bij de radio van Novi Sad wist ik al vroeg dat er iets stond te gebeuren en heb ik me kunnen voorbereiden op mijn vertrek naar het westen.”

Tickmayer is een van de componisten wiens werk de komende dagen wordt uitgevoerd in de Amsterdamse IJsbreker tijdens een minifestival rond muziek uit Kroatië, Slovenië, Servië en Bosnië. De concerten worden georganiseerd door de stichting Barka ('De ark'), die zich inspant voor de presentatie en het behoud van de cultuur uit deze landen. Initiatiefnemer Borislav Cicovacki benadrukt dat de politieke tegenstellingen binnen het voormalige Joegoslavië tijdens het festival niet aan de orde komen. “Wij hebben geen oplossing. De mensen daar verkeren in een moeilijke positie, hetzij door de oorlog in Bosnië, hetzij door de miserabele economische situatie in Servië, Kroatië en Slovenië.”

Barka slaagde er niet in muziek te vinden uit Macedonië en ook de Bosnische muziek is ondervertegenwoordigd. Cicovacki: “De bibliotheek en het conservatorium in Sarajevo zijn door brand verwoest. Veel componisten zijn gevlucht. Het was vaak niet mogelijk hen op te sporen.” Aan de vier concerten van het festival, dat volgens Cicovacki uniek is in Europa, werken behalve solisten uit ex-Joegoslavië en het orkest Camerata Academica uit Novi Sad ook Nederlandse musici mee als Han de Vries, Polo de Haas, Jacques Zoon en Ivo Janssen. Een bijzonder programmaonderdeel is het blaaskwintet van Ljubica Maric, dat eerder in 1933 tijdens een concert van de International Society for Contemporary Music in Amsterdam werd uitgevoerd.

Stevan Kovacs Tickmayer is de jongste componist op het Barka-festival. Van hem wordt de compositie Muziek van vergeten tijden nr. 1 uit 1988 gespeeld. “Het stuk is gebaseerd op oude Hongaarse volksmuziek. Als uitgangspunt heb ik een transcriptie van Bartók gebruikt”, vertelt Tickmayer, die zelf tot de Hongaarse minderheid in Vojvodina behoort. “In het stuk vind je invloeden van Poolse componisten als Lutoslawski, Penderecki en Górecki - gecontroleerde improvisatie, modale akkoorden en eenvoudige ritmes.”

Tickmayer herinnert zich hoe hij bij een vriend in Novi Sad een opname hoorde van De Staat van Louis Andriessen. “Dat is een meesterwerk. Andriessen verwerkt in zijn muziek elementen van rockmuziek en jazz. In die tijd - het eind van de jaren zeventig - speelde ik zelf ook eigentijdse jazz en art-rock. De muziek van Andriessen raakt aan mijn eigen opvattingen. Hij behoorde tot de eerste componisten in Europa die muziek voor eigen ensembles schreven, zoals Philip Glass en Steve Reich in Amerika deden.” Zelf richtte Tickmayer in 1986 zijn groep Formatio op, met klassiek geschoolde musici, maar ook jazz- en rockspelers.

Nadat hij zijn compositiestudie aan het conservatorium van Novi Sad had afgerond, studeerde Tickmayer enige tijd aan het Haagse Koninklijk Conservatorium bij Louis Andriessen en Diderik Wagenaar. Hij voelt zich thuis in het Nederlandse muziekleven, waaraan hij de voorkeur geeft boven de Parijse cultuur. “In de jaren zeventig en tachtig kreeg de avant-garde in Parijs een academisch karakter. Het nieuwe muziekinstituut IRCAM is te eenzijdig op techniek gericht en levert weinig nieuwe ideeën op. In Nederland is de sfeer veel opener dan in Berlijn of Parijs. Je hebt er bovendien goede improviserende musici zoals Maarten Altena en Paul Termos, met wie ik nog vaak samenwerk. Ze spelen een mix van avant-garde, geïmproviseerde muziek en jazz die mij erg aanspreekt.”

De oorlog in het voormalige Joegoslavië heeft Tickmayer veranderd. Zijn muziek is agressiever, complexer en dissonanter geworden, zegt hij. “Met ons dansgezelschap reizen we veel. Overal in Europa ontmoet ik vluchtelingen. Van hen hoor ik weerzinwekkende verhalen, het zwartste dat ik in mijn leven heb gehoord. Mijn familie bleef gespaard. Omdat Vojvodina deel uitmaakt van Servië, verwacht ik ook niet dat daar gevochten zal worden.”

De oorlog is veroorzaakt door een kleine kliek van nationalisten en fascisten, zegt Tickmayer. “Lang niet alle Serviërs willen vechten. Maar we kunnen niets uitrichten want de geheime dienst is sterker dan het leger.”

Soms denkt hij terug aan de tijd van Tito, toen plaatsen als Ljubljana en Novi Sad centra van moderne kunst waren, een soort Amerika voor de andere Oostblok-landen. “Er was niets verboden behalve een rechtstreekse aanval op Tito. We konden reizen en er lagen westerse boeken in de winkel.” Toch hielden de kunstenaars en intellectuelen zich verre van de communistische partij. Dat was een strategische fout, vindt Tickmayer achteraf, omdat het de weg vrijmaakte voor de primitieve geesten die het land nu in hun greep houden.

Zijn voorouders kwamen uit Hongarije, Wenen, de Elzas. Hij voelt zich thuis in het Midden-Europa van Franz Kafka, Ady Endre en Witold Gombrowicz. “De huizen in Praag of Boedapest zien er net zo als in Novi Sad. Ik ben onderdeel van een culturele erfenis die niets te maken heeft met het barbarisme van het huidige Servische regime.”

Tickmayer vraagt zich af of hij ooit terug zal kunnen keren. “Voor de oorlog wilde ik naar het westen. Nu ik hier ben, zou ik in Vojvodina willen zijn. Dat is misschien het eeuwige dilemma van de emigré. Maar op dit moment hoef ik niet te kiezen. Het is daar een verloren wereld.”