Carré in de 21ste eeuw: van circustheater tot theatercircus

Alleen heel trouwe toeschouwers die ook nog over een timmermansoog beschikken, zullen in de zaal het verschil zien. Maar de artiesten moeten het gevoel hebben op een totaal ander podium te staan. Deze twee impressies, opgedaan aan weerszijden van het toneeldoek, bewijzen dat de architecten Onno Greiner en Martien van Goor de opdracht van de directie van het Koninklijk Theater Carré voorbeeldig hebben uitgevoerd.

Tot nu toe moest Carré zich behelpen met een toneel dat dezelfde nuttige oppervlakte vertoonde - tien bij tien meter - als toen het ruim een eeuw geleden als circustheater werd gebouwd (1887, architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk). Vergeleken bij de podia die de internationale musicalprodukties vereisen, is dit een toneel van kleuterformaat. De meeste van de zogenaamde 'Broadway-produkties' gingen dan ook aan Carré voorbij en dreigden dat in de toekomst te blijven doen. Na de komst van het Muziektheater in Amsterdam, waar De Nederlandse Opera en het Het Nationale Ballet vast onderdak kregen, bleef er voor het legendarische theater aan de Amstel nog maar één overlevingskans: verbouwing van circustheater tot theatercircus. Want circusvoorstellingen moesten in de toekomst tot de mogelijkheden van Carré blijven behoren, daarover was iedereen het eens. Dus moesten de voorzieningen die het circus vereisen, zoals paardestallen en een nooduitgang voor olifanten, blijven bestaan. Daarnaast moest Carré geschikt worden gemaakt voor de opvolgers van de revue en het variété, de groot gemonteerde musical en het massale popconcert.

Om dit te bereiken was een groter toneel vereist, minstens veertien meter breed en zeventien meter diep, en een meer uitgebreide outillage om de moderne theater-ensceneringen te kunnen bijbenen. Deze fundamentele ingrepen waren in het krappe en gammele 'achterhuis', met het pittoreske schuine boerderijdak, onmogelijk te verwezenlijken. Daarom werd besloten alles aan de toneelkant van het ijzeren brandgordijn af te breken en een compleet nieuw toneelhuis te bouwen. Hoewel ruim achtentwintig meter hoog, mocht niet over een toneel-'toren' worden gesproken, want dat was koren op de molen van de buurt die zich in het begin hevig verzette tegen het spook van een reusachtige, onvriendelijke bunker.

De in theaterbouw ervaren architecten - eerder restaureerden zij onder andere de Leidse Schouwburg en maakten zij in Bergen op Zoom van de kerk 'De Maagd' een schitterend theater - konden aanvankelijk geen ontwerp ter tafel leggen dat zowel de buurt als de welstandscommissie kon bekoren. De doorbraak kwam toen de banvloek die in Amsterdam al lang geleden is uitgesproken over het bouwen in het water, niet meer absoluut van kracht bleek. Deze openbaring gaf de ontwerpers de ruimte om de kleedkamers, samen met de vroeger ontbrekende, centrale gang achter het toneel onder te brengen in een uitbouw die op elegante, rechte baksteenpijlers in het water staat.

Door de achtergevel te geleden met een slagorde van zeven vierkante torens, met verdiepte glasstroken aan elkaar geschakeld en stuk voor stuk bekroond met een kubusvormige serre, werd de spookverschijning van een monolithische bunkermuur met succes ongedaan gemaakt. Nu zijn op hetzelfde, hoge niveau zeven identieke, transparante kamers ontstaan die flarden van het interieur erachter prijsgeven, trappen, gangen, kantoren, werkplaatsen en raadselachtige ruimten waarin je natuurlijk het liefste de schaduw van een repeterende balletdanseres zou willen ontwaren. De zeven uitgerekte poortgebouwen - zij staan elk op twee pijlers en vormen samen een arcade in het water - zijn bekleed met lichtglanzend, paarsgrijze baksteen. De roodbruine baksteen van het souterraingebouw waar de arcade tegenaan staat, en de strakke eenvoud waarmee de twee kleuren baksteen in het water van de Onbekende Gracht zakken, geven de onderste helft van de achtergevel een aangename monumentaliteit. Daarbij is kabbelend water tegen goedgevoegd, egaal gekleurd baksteen altijd een feest om te zien.

Het eigenlijke toneelhuis steekt als een ribbenkast boven alles uit en laat zich aan drie zijden aanleuning welgevallen. Het oude theater met de monochroom lichtgrijs geschilderde, classicistische Amstel-gevel en de eigenaardige bolle kap, gebruikt het nieuwe toneelhuis als een stootblok waar zij, meer dan een eeuw lang, smachtend op heeft gewacht. Aan de achterkant vormen de zeven torens een driedimensionaal kamerscherm waar de voorbijganger doorheen zou willen kijken, maar dat is hem maar op een paar plaatsen gegund. En aan een van de zijkanten zorgt een hoog, slank, wit gepleisterd huis, waarin een grote repetitiestudio - die ook als kleine zaal kan worden gebruikt - en een artiestenfoyer met bordes en een magistraal raam over twee verdiepingen, voor aangename herinneringen aan de villa's van Le Corbusier.

De vierde zijde, de kant waar wordt geladen en gelost, is mislukt. Hier zoekt het nieuwe toneelhuis tevergeefs een behoorlijke aansluiting met de bestaande bebouwing op de Onbekende Gracht. Het is een rommelige restgevel geworden, waar alleen de ronde portiersloge nog op de welwillende aandacht van de architecten heeft mogen rekenen.

Buiten het toneelhuis hebben Onno Greiner en Martien van Goor zich geconcentreerd op de zo zorgvuldig mogelijke wederopbouw van de toneelwand, een erkend monument. De oorspronkelijke wand werd tot in de kleinste details gekopieerd om hem na verbreding van de toneelopening met vier meter, zo getrouw mogelijk te kunnen terugbrengen. Dankzij tekenaars en ambachtslieden die het stucadoorsvak nog op een ouderwetse manier beheersen, lijkt de toneelwand, met aan weerszijden van de lijst de karakteristieke zuilenparen en de loze loges, slechts te zijn bijgewerkt en opnieuw geschilderd. Ongetwijfeld zal dat de conclusie zijn van het publiek dat morgenavond voor het eerst in het verjongde en met betere zichtlijnen uitgeruste theater Carré wordt toegelaten. In een uitverkochte zaal - 1800 plaatsen - zal het naar René Froger luisteren, maar laat het vóór of na het concert even aan de achterkant van theatercircus Carré gaan kijken, daar is werkelijk iets nieuws en bijzonders te zien.