VS inspireren staatssecretaris tot fiscale dadendrang

DEN HAAG, 13 NOV. Het uitlokken van een “maatschappelijke discussie” was het Leitmotiv voor staatssecretaris Van Amelsvoort om de belastingvrijstelling van bedrijven op winsten uit andere landen te beperken. Dat is gelukt.

Het is de staatssecretaris van financiën zelfs gelukt een 'ministeriële discussie' uit te lokken. CDA-minister Andriessen hekelt namelijk het voornemen van zijn partijgenoot om de zogeheten deelnemingvrijstelling te beperken. De minister van economische zaken wijst onder meer op de situatie in Duitsland, waar met ingang van 1 januari 1994 de deelnemingsvrijstelling wordt verruimd. Een versoepeling is daarom logischer in plaats van een beperking, vindt hij.

Alle fiscaal woordvoerders van de Tweede Kamerfracties hebben afstand genomen van het voornemen van de staatssecretaris. Van Amelsvoorts partijgenoot Vreugdenhil oordeelt dat de dadendrang van de staatssecretaris “de ondernemers in de gordijnen jaagt”. Fiscaal woordvoerder Vermeend van de PvdA-fractie meent dat het plan een negatief effect heeft op de investeringen. En juist de investeringen - en dus de ontwikkeling van de werkgelegenheid - staan onder druk. De regeringsfracties bepaalden deze week hun standpunt; de oppositiepartijen VVD en D66 ventileerden in juli, toen Van Amelsvoort met zijn ideeën kwam, al hun kritiek.

De aanscherping van de deelnemingsvrijstelling is onder druk van de Verenigde Staten tot stand gekomen, zo luidt het verweer van Financiën. Het was een Amerikaanse voorwaarde bij het eind vorig jaar gesloten belastingverdrag tussen Nederland en de VS. De VS wil dat Nederland de zogeheten belastingparadijzen aanpakt. Dit proces is door het belastingverdrag versneld, erkende topambtenaar mr. D.E. Witteveen van financiën afgelopen zomer in een vraaggesprek met deze krant. “Wij hebben afgesproken dat we kritisch naar de tax-havens gaan kijken”, aldus Witteveen.

Financiën wil de deelnemingsvrijstelling niet meer laten gelden voor deelnemingen die zijn gevestigd in de belastingparadijzen. Volgens Financiën is sprake van een tax haven als de effectieve belastingdruk op de winst onder de 15 procent ligt. In Nederland bedraagt deze belastingdruk minimaal 35 procent.

Uit het recente protocol bij het belastingverdrag blijkt niet dat Nederland de deelnemingsvrijstelling moet beperken, meent mr. A.J.M. Timmermans, fiscaal specialist van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen. “Van Amelsvoort is op dit moment overbodige wetgeving aan het voorbereiden. Dat schaadt de fiscale concurrentiepositie van Nederland”, aldus Timmermans.

VNO-voorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan onderstreepte deze week dat de deelnemingsvrijstelling al honderd jaar “een van de belangrijkste hoekstenen” is van het Nederlandse fiscale stelsel. Ze stelt Nederlandse ondernemingen in staat in het buitenland onder dezelfde fiscale concurrentievoorwaarden te werken als de lokale ondernemingen, aldus Rinnooy Kan. Door de deelnemingsvrijstelling hoeft een Nederlandse onderneming over in het buitenland gemaakte winst geen belasting te betalen, mits die winst in het buitenland is belast.

Ruim een jaar geleden deelde Van Amelsvort de mening van Rinnooy Kan nog. “Samenvattend meen ik dan ook dat de vrijstellingsmethode als instrument ter voorkoming van dubbele belasting gehandhaafd dient te blijven”, aldus de staatssecretaris in zijn 'Oriëntatienota fiscaal vestigingsklimaat'. In deze nota, die de staatssecretaris 'onder curatele' van de Tweede Kamer heeft geschreven, staat dat onderzocht moet worden “of het wenselijk is de vrijstellingsmethode op onderdelen aan te scherpen.”

Het onderzoek heeft het parlement niet bereikt. Wel de oproep tot een 'brede maatschappelijke discussie'. Maar de woordvoerders van de regeringsfracties, onder de indruk van het tumult dat is losgebarsten, willen het onderzoek van Van Amelsvoort nu wel graag zien.

    • Cees Banning