Volledige isolering van Servië heeft averechts effect

“Isoleer Servië niet totaal.” Deze aansporing van de Amerikaanse Balkanspecialist OBRAD KESIC klinkt onorthodox in Washington. Hij heeft veel kritiek op de verslaggeving over het Balkanconflict door de Amerikaanse pers. Morgenavond spreekt hij in Amsterdam.

WASHINGTON, 13 NOV. De termen goed en fout zullen Obrad Kesic (28) niet gauw over de lippen rollen bij zijn analyse van de situatie in en rondom Bosnië. Hij is Balkanspecialist bij een Washingtonse instelling voor academische uitwisseling, de International Research and Exchanges Board. Serviërs dragen volgens hem de zwaarste verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen in de Balkan, maar volgens hem moeten er ook Kroaten en moslims ter verantwoording worden geroepen voor oorlogsmisdaden.

De Serviërs die Bosnische familieleden hebben tegen wie wreedheden zijn begaan, begrijpen niet dat alleen zij de schuld krijgen. “De Amerikaanse gezant bij de VN, Madeleine Albright, spreekt al van het 'Servische tribunaal'. Dat wekt een verkeerde indruk”, zegt hij. Het meeste sluit Kesic zich aan bij de vaststelling van voormalig VN-generaal McKenzie: “Vertel me de plaats, de dag en het uur en dan kan ik vertellen wie er schuldig is.” Het is volgens Kesic ook moeilijk onderhandelen over vrede met gedoodverfde oorlogsmisdadigers. “Van tweeën één”, zegt hij. “Nu wordt het lijden daar verlengd.”

Kesic, die morgenavond tijdens een bijeenkomst in de Amsterdamse Balie spreekt, heeft veel bezwaren tegen de totale isolatie van Servië. “Leiders hebben altijd voordeel van isolatie. Kijk maar naar Stalin of naar Hodzja van Albanië, vroeger. Contact met het Westen was een van de redenen dat de communistische regeringen vielen”, zegt hij.

Volgens hem is er terecht een handelsboycot ingesteld tegen Servië, speciaal voor olie, en een diplomatiek embargo, maar een humanitair, cultureel en wetenschappelijk embargo gaan hem toch te ver. “Het is belangrijk om de communicatie met Servië gaande te houden. We moeten bepaalde elementen in de Servische cultuur aanmoedigen”, zegt hij. Er worden nu zelfs medische apparaten met Amerikaanse onderdelen aan Servië geweigerd, zodat chronisch zieke kinderen in ziekenhuizen in Belgrado sterven. “Door humanitaire hulp tegen te houden gedragen de VN-troepen zich niet anders dan de Servische troepen voor Sarajevo.” Er worden ook geen duidelijke voorwaarden gesteld aan de opheffing van het embargo, zodat de Serviërs niet weten waar ze aan toe zijn. Het voegt alleen maar toe aan hun gevoel dat de wereld tegen hen is. Als het regime in Servië instort, zou de oorlog zich verder kunnen uitbreiden over de regio.

Kesic is in Servië geboren en hij voelt zich “Joegoslavisch Amerikaan”. Toen hij één jaar oud was, kwam hij met zijn ouders naar Amerika. Hij bevindt zich nu “in het circuit”, zo'n typisch Washingtonse functie tussen beleid en analyse over de Balkanlanden. Hij luncht met functionarissen van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en woont zittingen met belangrijke persoonlijkheden uit de de Amerikaanse regering en de Balkanlanden bij. Zijn instelling zoekt, soms met hulp van betrokkenen, mee naar oplossingen van het Balkanconflict.

Zelf reist hij veel in het Balkangebied. Hij spreekt Servo-Kroatisch en is bij alle groepen te gast. De International Research and Exchanges Board is in 1968 opgericht om overeenkomsten met de toenmalige Sovjet-Unie en Oostbloklanden over sociaal-wetenschappelijke uitwisseling uit te voeren en wordt gefinancierd uit gelden van de Amerikaanse overheid en van stichtingen.

De discussie over Bosnië staat nu een tijdje stil in de VS. President Bill Clinton is druk bezig met het lobbyen voor het Noordamerikaanse Handelsverdrag en wil dat er geen andere kwestie in de weg komt. Hij zwijgt daarom in alle talen over Bosnië. Bij een televisievraaggesprek afgelopen zondag kwam de kwestie bij de behandeling van buitenlands beleid niet eens aan de orde. Er is weinig kans dat de Verenigde Staten nog troepen zouden willen leveren ter afdwinging van een eventueel vredesakkoord in Bosnië. De Amerikaanse VN-avonturen in Somalië liggen nog te vers in het politieke geheugen. En volgens Kesic zijn die troepen juist hard nodig, omdat een vredesakkoord anders geen zin heeft.

Volgens Kesic heeft het weinig zin om het wapenembargo tegen de moslims op te heffen, zoals Clinton heeft voorgesteld. De Kroaten zouden de meeste wapens die aan de moslims worden toegezonden onderscheppen. Het conflict zou alleen maar groter worden. Luchtbombardementen van Servische posities hebben volgens hem evenmin zin. De Serviërs hebben plannen om meteen de VN-troepen aan te vallen. Sommige Serviërs zouden volgens Kesic graag gebombardeerd willen worden, in de hoop dat beelden van dode vrouwen en kinderen de internationale gemeenschap op andere gedachten zouden brengen. Alleen heel in het begin, toen de gevechten tussen Serviërs en Kroaten in de Krajina uitbraken, had het Westen nog kunnen ingrijpen door het massaal sturen van vredestroepen. De oorlog kwam toen ook voor veel Kroaten en Serviërs als een verrassing. Maar president Bush en het Westen hadden het toen druk met de Golfoorlog.

Volgens Kesic is de gekleurde visie van Amerika op het Balkanconflict (“good guys, bad guys”) deels te wijten aan de Amerikaanse media, waar hij nu een studie over schrijft. Het kwaad wordt door hen altijd gepersonifieerd in personen als Milosevic. “Maar als de persoon verdwijnt, is het probleem niet opgelost”, zegt Kesic.

Er ligt enorme nadruk op het beleg van Sarajevo, terwijl belangrijke gevechten elders worden genegeerd. Zo kwamen er televisiebeelden uit Mostar, waar aanvankelijk nog vrede heerste tussen moslims en Kroaten. Ter adstructie van die vreedzaamheid werd een schoolbord getoond, waar in krijt de laatste les op stond geschreven. De televisieproducers konden de tekst kennelijk niet lezen, want er stond: “We houden van Kroaten, we haten moslims”.

Journalisten gedragen zich volgens hem soms uiterst ruw en vragen meteen na aankomst waar de verkrachte vrouwen zijn. Beschuldigingen van verkrachting zijn nu een propaganda-instrument geworden in handen van alle partijen. Het past ook in de nationalistische ideologie van vrouwen als “de moeders van de natie”. De schattingen van de aantallen slachtoffers bevinden zich nu tussen 3.000 en 50.000, de daders moeten ook zeker ter verantwoording worden geroepen, maar feit en fictie zijn niet langer te onderscheiden.

Milosevic werd in zekere zin geholpen door de Amerikanen, toen hij een week voor de verkiezingen voor oorlogsmisdadiger werd uitgemaakt. Zijn tegenkandidaat, de uit Amerika afkomstige Serviër Milan Panic, werd toen pas echt als een handlanger van Amerika gezien. Ook in de Amerikaanse ambassade hingen zijn verkiezingsaffiches. Toch kreeg Panic weinig steun van het Westen, omdat men hem en zijn vredesvoorstellen niet serieus nam. De nog kansrijkere, beroemde nationalistische, verzoeningsgezinde Servische schrijver Cosic, had eerder van de kandidatuur afgezien, toen het Westen hem geen steun wilde geven in de vorm van openingen naar vrede.

    • Maarten Huygen