Staten beslissen grotendeels zelf wie er 'vluchteling' zijn

ROTTERDAM, 13 NOV. “Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging”. Dit zegt de Universele verklaring van de rechten van de mens, die dit jaar 45 jaar bestaat. Tussen “zoeken” en “genieten” zit echter “krijgen”. Daarop geeft de Universele verklaring geen aanspraak. Het verlenen van asiel is een soeverein recht van de staten. Geheel vrijblijvend is dat echter niet, want de bescherming van vluchtelingen vormt het sluitstuk op de internationaal voorgeschreven bescherming van de rechten van de mens. Als daarop een inbreuk wordt gemaakt door een bepaalde staat, en de schending niet intern opgelost kan worden, zullen de slachtoffers die weten te ontkomen op de een of andere manier toch door andere staten moeten worden opgevangen.

De grondgedachte heeft een lange geschiedenis. Reeds in oudtestamentische tijden waren er voorbeelden van politiek asiel, memoreerde J.A. Hoeksma (thans vice-voorzitter van Vluchtelingenwerk) in zijn boek 'Tussen vrees en vervolging' (1982). Ook toen was de vluchteling overigens afhankelijk van de gunst van de vorst van het toevluchtland. Het woord asiel zelf komt van het Griekse 'asulon': toevluchtsoord, primair een tempel waar men zich onder bescherming stelde van de goden. De diepere betekenis werd gezocht in beschutting tegen de blinde macht van het Noodlot waaraan zelfs de goden waren onderworpen. In de Griekse stadstaten nam het instituut van de asielverlening volgens Hoeksma “een haast onaantastbare plaats in”.

In later tijden hebben vooral de godsdienstoorlogen in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw geleid tot massale vluchtelingenstromen. Nederland heeft daaraan zijn reputatie te danken als toevluchtsoord. Spaanse en Portugese joden, Hugenoten, Fransen na de val van Napoleon, Duitse socialisten in de tijd van Bismarck en Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het kon flink oplopen: alleen al de val van Antwerpen in 1585 bracht honderdduizend Zuidnederlanders naar onze contreien. In 1918 beriep de Nederlandse regering zich op deze lange traditie toen het een verzoek tot uitlevering van de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II afwees. Slechts een paar jaar later was er weinig reden meer voor dergelijke hooggestemde uitspraken. In officiële stukken werden linksgezinde en joodse vluchtelingen uit Duitsland tot “ongewenscht element” bestempeld die zoveel mogelijk geweerd moesten worden.

De wil om herhaling van de gebeurtenissen van voor 1939 te voorkomen was een van de motieven die in 1951 leidde tot het Vluchtelingenverdrag van Genève. Aanvankelijk beperkte zich dit overigens tot de opvang van de oude en nieuwe (IJzeren gordijn) vluchtelingenstromen binnen Europa. In 1967 is het verdrag uitgebreid tot de hele wereld; een definitieve regeling binnen de Verenigde Naties strandde in de jaren zeventig. Het vluchtelingenverdrag concentreert zich op de status van vluchtelingen als ze eenmaal binnen zijn. De staten beslissen zelf wie als vluchteling wordt erkend, maar het verdrag geeft wel een belangrijke richtlijn welke vreemdelingen daarvoor in aanmerking komen. Het moet gaan om personen die gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit of het behoren tot een bepaalde sociale groep, of hun politieke overtuiging. Dus niet economische vluchtelingen. Het asielrecht is duidelijk individueel bedoeld. Waar de definitie in toenemende mate gaat knellen is ten aanzien van groepen die worden verdreven door burgeroorlog of grote rampen.

Hoewel het verlenen van asiel het soevereine recht van de staten blijft, geldt wel als algemeen beginsel dat een asielzoeker nooit mag worden teruggestuurd naar het land dat hij of zij ontvlucht. Dit is het non-refoulement-beginsel (refouler = terugsturen). Een behoorlijk verdelingsmechanisme tussen de staten ontbreekt echter, aldus de Utrechtse expert vreemdelingenrecht prof.mr. A.H.J. Swart. Praktische hoofdregel voor de opvang van vluchtelingen is: 'wie hem het eerste heeft, mag hem houden'. Een van de gevolgen is het verschijnsel van 'refugee in orbit' - mensen die van het ene land naar het andere worden afgeschoven. Dit is niet in de laatste plaats de reden waarom Europese staten, te beginnen met Schengen, nu de rijen trachten te sluiten.

    • F. Kuitenbrouwer