Spanje; Leef snel en zorg dat je een mooi lijk achterlaat

Madrid is een makkelijk te fietsen stad. De hellingen zijn over het algemeen bescheiden en met een beetje basisconditie makkelijk te nemen. Maar afgezien van een enkele sportieve fietser wordt er weinig gebruik gemaakt van het rijwiel als vervoermiddel. Fietsen in de stad vereist dan ook een moed die grenst aan doodsverachting. Op de Spaanse wegen geldt geen genade en wie zich op zijn city-bike in het stadsverkeer waagt doet er goed aan enkele voorzorgsmaatregelen te nemen. Een valhem is een minimale vereiste. Speciale knie- en elleboogbeschermers zijn eveneens aan te raden.

Verkeer is oorlog in Madrid. De voorkomende en tolerante omgangsvormen van Madrilenen gelden niet langer zodra het autoportier wordt dichtgeslagen. Op de brede stadsboulevards is een rijstijl ontwikkeld die het midden houdt tussen zorgeloosheid en onversneden agressie. Al het ongemotoriseerde kan zich daarbij maar beter niet op de landingsbaan vertonen en tussen de auto's onderling is de strijd niet minder heftig.

Van enige snelheidsbeperking lijkt in de stad geen sprake te zijn. Zonder noemenswaardige waarschuwing wordt van rijbaan gewisseld. Auto's stoppen of rijden juist weg op de meest onwaarschijnlijke momenten. Toeteren haalt daarbij weinig uit. De functie van de claxon als waarschuwingsmiddel is in de evolutie van het Spaanse rijgedrag reeds in een ver verleden verloren gegaan. Iedereen toetert zoals het hem uitkomt en het signaal wordt moeiteloos opgezogen in de permanente geluidswal van het voorbijrazende verkeer.

Lange tijd bleef het geklaag over het verkeersgedrag vooral beperkt tot een betrekkelijk exotische rijwielclubje dat jaarlijks bij wijze van protest een fietstocht door de stad organiseert.

Maar sinds enige tijd begint de verkeersmoraal een bredere groep zorgen te baren. De roep om orde in de chaos wordt luider, maar over de aanpak bestaat minder duidelijkheid. Boetes uitdelen bijvoorbeeld blijkt weinig effectief. Slechts vijf procent van de uitgedeelde bonnen wegens verkeersovertredingen wordt betaald. Daar komt dan na verloop van tijd nog eens drie procent bij, maar uiteindelijk blijft twee-en-negentig procent van het strafgeld ongeïnd. Het stadsbestuur heeft al erkend dat een en ander grote overeenkomsten vertoont met de loterij, die andere populaire bezigheid in Spanje.

Burgemeester José Mará Alvarez del Manzano dreigde deze week dat wanbetalers wat hem betreft na verloop van tijd hun rijbewijs moeten inleveren. Maar die maatregel wordt vooral gezien als een machteloos vertoon van goede wil, waar de 2,5 miljoen automobilisten in de stad geen kilometer langzamer van zullen gaan rijden.

De ongelukken tarten daarbij de fantasie. De ene week rijdt een stadsbus in volle vaart het trottoir op. De week erop kiepert een volgepakte auto het ravijn in. Maar het zijn vooral de aantallen verkeersslachtoffers die in het oog lopen. Enkele tientallen verkeersslachtoffers in een weekeinde is geen ongebruikelijk gemiddelde in Spanje. Om nog maar te zwijgen van het aantal gewonden.

Vooral feestdagen en lange weekeinden zijn daarbij berucht. Afgelopen week - waarin de Madrilenen maandag en dinsdag vrij hadden vanwege een beschermmaagd van de stad - was het weer raak. De kranten meldden dat er veertig doden te betreuren vielen, vier minder dan in hetzelfde feestweekeinde van het vorige jaar.

Wat de verkeersdiscussie de afgelopen week echter vooral aanwakkerde was het feit dat binnen enkele uren vijftien doden vielen die jonger waren dan vijfentwintig jaar. Jaarlijks sterven er zo'n vijfduizend mensen op de Spaanse wegen en dat is op een bevolking van veertig miljoen inwoners aanmerkelijk meer dan in Nederland. Ruim een derde daarvan bestaat uit jongeren. Als belangrijke boosdoener geldt daarbij de mega-discotheek die in Spanje sterk in opmars is. Gelegen op industrieterreinen buiten de grote steden zijn deze danspaleizen, die plaats bieden aan vele duizenden jongeren, slechts bereikbaar met de auto. De ongelukken vinden dan ook vooral plaats in de vroege uren van de ochtend, wanneer de feestvierders beschonken of onder invloed van verdovende middelen huiswaarts keren.

In de talrijke krantencommentaren over de verkeersveiligheid viel vooral de wanhoop op. Niets lijkt te helpen, noch de gruwelbeelden in de krant en op de televisie, noch de intensievere politiecontroles en de hoger boetes, zo klaagde een van de schrijvers, die pleitte voor het bijbrengen van een nieuwe verkeersmoraal bij de jeugd. De mentaliteit die volgens hem bestreden moet worden, zou het daarbij niet slecht doen als grimmige slagzin voor de voorgestelde campagne: “Leef snel en sterf jong, zodat je een mooi lijk achterlaat”.

    • Steven Adolf