'Politie luistert ook onverdachte autotelefoons af'

UTRECHT, 13 NOV. Wanneer een rechter commissaris machtiging geeft om een bepaalde autotelefoon af te luisteren met een scanner, betekent dit onvermijdelijk dat àlle autotelefoons waarmee in de buurt van de verdachte wordt gebeld, worden afgeluisterd.

Ook autotelefoons van volstrekt onverdachte burgers worden zo afgeluisterd. Ook autotelefoons waarvoor de rechter commissaris geen machtiging tot afluisteren heeft gegeven. Dat zei getuige deskundige R. Gonggrijp gisteren tijdens de behandeling van een strafzaak voor de rechtbank van Utrecht.

Voor de arrestatie van drie mannen schatte adjudant A. Verheul, de leider van het rechercheteam, dat in de loop van het ruim twee jaar durende onderzoek 'tienduizenden' gesprekken waren opgenomen. Volgens Gonggrijp was voor de overgrote meerderheid van de telefoonnummers waarop werd getapt geen machtiging aangevraagd.

Het drietal, twee Nederlanders van 42 en 39 jaar en een 32-jarige Engelsman, wordt ervan verdacht tussen '91 en '93 leiding te hebben gegeven aan een organisatie die handelde in duizenden kilo's hasj. Om bewijsmateriaal tegen hen te verkrijgen maakte het Utrechtse rechercheteam voor het eerst op grote schaal gebruik van scanners om de autotelefoons van de verdachten af te luisteren. Daartoe werd zowel van volgauto's gebruik gemaakt als van een aantal vaste afluisterplekken.

De scanners waren verbonden met het hoofdbureau in Utrecht waar de afgeluisterde gesprekken automatisch op de band werden vastgelegd. Alle gesprekken van niet-verdachten die automatisch op de band waren vastgelegd, zijn gewist, aldus de politie. De rechtzitting, onder voorzitterschap van mr. A. Weijsenfeld, stond geheel in het teken van deze scanner-methode.

Voor het afluisteren van een gewone telefoon heeft de politie toestemming nodig van de rechter commissaris. Met een scanner, zo legde getuige deskundige R. Gonggrijp, uitgever van het blad 'Hack-Tic' uit, kan men echter niet één speciaal autotelefoonnummer afluisteren. Het is met een scanner dus onmogelijk te weten of autotelefoons worden afgeluisterd waarvoor een machtiging tot afluisteren is gegeven. Gonggrijp sprak van een 'sleepnet'-effect.

Volgens de eveneens door de verdediging opgeroepen getuige deskundige, mr. dr. J.H. Klifman, schendt de politie door het gebruik van scanners het zorgvuldigheidsbeginsel. Op het merendeel van de uitgewerkte tapverslagen die de verdediging in deze strafzaak heeft gekregen staat namelijk niet vermeld tussen welke telefoonnummers contact is geweest.

Noch of het om inkomende of uitgaande gesprekken ging en evenmin hoelaat de gesprekken aanvingen danwel duurden. Hierdoor is de controle op de rechtmatigheid van taps onmogelijk, zei Klifman, docent straf- en strafprocesrecht aan de universiteit van Maastricht.