Ongelijke strijd tussen Amerikaanse wapenlobby en tegenstanders van vrije handel in vuurwapens; Arsenaal onder vuur

In Amerikaanse steden fluiten de kogels en duizenden sneuvelen. Toch willen de meeste Amerikanen geen afstand doen van hun geweer of pistool. Zelfverdediging wordt een steeds belangrijker motief. De schrijfster Naomi Wolf verkondigt zelfs een nieuw pistoolfeminisme. Terwijl het Huis van Afgevaardigden deze week besloot tot een onderzoekstermijn van vijf dagen voor de aankoop van een vuurwapen, groeien de arsenalen.

Er zijn fijne biesjes gegraveerd in de donkerhouten kolf van het lichte .22 Browning-geweer. In de kale betonnen schietzaal van de Blue Ridge Armory in Noord-Virginia heeft de lange computerdeskundige Bill Bassing (33) het wapen uit een soort vioolkist gehaald. Hij zet het in elkaar, schuift er een telescoop op en duwt zeven kogels in het het buisvormige magazijn. 'Hier schiet ik graag mee'', zegt hij, terwijl hij zijn lange blonde haar achterover veegt. 'Deze is nog in België geproduceerd.''

Geweren of pistolen zijn geliefd. Het glimmende staal, de door veel gebruik gepolijste houten kolf en de perfect scharnierende of draaiende magazijnen lenen zich tot strelen. Het is prachtig ambachtswerk. De vele wapensmederijen doen hun best op versieringen of op een roosterpatroon om de grip van de hand te vergroten. In het zogenoemde Gun Valley, Connecticut, zijn veel legendarische wapensmeden gevestigd zoals Ruger of Smith & Wesson, nog steeds een van de meest gekochte wapens. Maar het gaat ze niet allemaal meer zo goed als vroeger. Springfield is failliet en Colt, de producent van de vermaarde langwerpige zilverkleurige cowboyrevolver met het cirkelvormige zeskogelmagazijn, verkeert in betalingsmoeilijkheden. Ze ondervinden concurrentie van goedkope merken die de markt overspoelen en van duurdere, modieuze buitenlandse types zoals Beretta en Glock.

Er zijn honderden soorten wapens te koop, met allerlei bijzonderheden. Bij een single action vuurwapen moet de schutter de haan zelf spannen, bij de double action gebeurt dat door middel van de trekker. Een halfautomatisch vuurwapen vult na elk schot vanzelf het magazijn met een nieuwe kogel, een volautomaat blijft doorschieten als de trekker wordt vastgehouden. Volautomatische vuurwapens zijn in Amerika verboden, maar sommige geweren kunnen met eenvoudig verkrijgbare onderdelen worden 'opgevoerd'. Verder is alles vrij, van een Saturday Night Special pistool voor dertig dollar tot een fijn bewerkte kopie van een historisch wapen voor duizenden dollars.

Het schieten zelf, het overhalen van de trekker, de knal, het vuur uit de loop en de droge tik van de op het doel botsende kogel geven een gevoel van macht, en bij een voltreffer intense voldoening. Geen van de tientallen miljoenen Amerikaanse sportschutters of jagers in de weidse natuur zou deze genoegens graag opgeven. Als binnenkort het jachtseizoen begint, zullen heel wat fabrieken één dag sluiten, omdat de werknemers zich anders gewoon ziek melden.

De Blue Ridge Armory ligt op een voorstedelijk industrieterrein tussen een netwerk van highways. Achter de wapenhandel met glazen toonbanken vol Taurussen, Glocks en Walthers kan de schutter met de hulp van oorbeschermers en een veiligheidsbril zijn oerdriften uitleven. Voor de levensechtheid zijn op sommige kartonnen schietschijven figuren van mensen getekend. De roos valt samen met het hart van de mens. Bill Bassing heeft een conventionele schijf uitgezocht. Hij wenkt de bezoeker om mee te doen. De Browning schiet zonder terugslag of luide knal. Hij komt hier vaak, soms met een paar collega's, om zich te ontspannen.

Bassing is door zijn vader in het schieten ingewijd. Die leerde hem de gevaren van vuurwapens en bracht hem de voorzichtigheid bij die in acht moet worden genomen. In het seizoen jaagden ze op konijnen of herten. Bassing heeft niet de illusie dat hij zich met zijn eigen wapens kan verdedigen, als er bijvoorbeeld een indringer in zijn huis is. 'Ik heb trekkersloten op mijn vuurwapens. Het zou veel te veel tijd kosten om die los te maken. En dan zou ik ze ook nog moeten laden.''

Bassing ziet niet in waarom vuurwapens verboden moeten worden, ook al is het aantal dodelijke schietpartijen in Amerika nog zo hoog. Waarom zou zijn sport moeten lijden, omdat jongeren in de stad 'geen respect voor het leven van anderen hebben?'' Bovendien zou een verbod volgens hem weinig effectief zijn. 'Als ze het morgen verbieden, zou het een eeuw kosten voor al die vuurwapens uit de roulatie zijn'', zegt hij. 'Terwijl misdadigers er toch altijd aan kunnen komen.''

Moorden

Het is de combinatie van verworven rechten van de vele wapenbezitters en het algemene gevoel van machteloosheid over misdaad met vuurwapens, die het zo moeilijk maakt om vuurwapenbezit in Amerika te beperken. Deze week werd door het Huis van Afgevaardigden een wetsvoorstel goedgekeurd, dat een wachtperiode van vijf dagen voorschrijft voor het onderzoek naar de antecedenten van de aspirant-koper van een vuurwapen. Volgende week buigt de Senaat zich over het voorstel. Maar dit soort nationale maatregelen lijken weinig te helpen tegen de driehonderd vuurwapenmoorden per week.

De National Rifle Association (NRA), de machtige vuurwapenlobby, constateerde dat na het nemen van beperkende maatregelen in een bepaalde staat het aantal moorden vaak steeg. De wapens kwamen gewoon per auto van een belendende deelstaat. Zo gaat het ook in de stad Washington, waar een verbod op pistolen en een beperkende maatregel ten aanzien van geweren niets uithalen tegen de enorme arsenalen vuurwapens in arme, zwarte wijken. In 45 van de 50 deelstaten mogen burgers vuurwapens kopen, tenzij ze een strafblad hebben of krankzinnig verklaard zijn. Maar het antecedentenonderzoek is zo summier dat veel misdadigers gemakkelijk zelf of desnoods via stromannen aan wapens kunnen komen. En anders kunnen ze nog altijd een van de 250.000 wapenhandelaars die Amerika rijk is beroven. Inmiddels zijn in de zeventig miljoen Amerikaanse huishoudens meer dan 230 miljoen vuurwapens aanwezig.

Ten gevolge van de bezorgdheid over geweldsmisdrijven is het in de politiek op dit moment bon ton om de National Rifle Association aan te vallen. Maar bij verkiezingen blijkt dat de kiezers vaak dringender wensen hebben dan een paar kleine maatregelen tegen vuurwapens. En die ene grote maatregel - algemene ontwapening - leidt tot de vraag wie zich het eerst ontwapent: de schurk of de gehoorzame burger.

De twee grote anti-wapenlobby's, Coalition to Stop Gun Violence en Handgun Control Inc., richten zich vooral op het bezit van pistolen en revolvers; omdat die gemakkelijk zijn te verbergen, zijn ze nog steeds de meest geliefde misdaadwapens. Jaarlijks vallen 16.157 doden door vuurwapens. Een verbod op pistolen zou dan ook het meest effectief zijn, maar dat zit er voorlopig nog niet in. Bovendien zou het lang duren voordat de gevolgen merkbaar zijn, omdat er zo veel wapens in omloop zijn. Alleen op de lange duur zou een verbod effect hebben. Zo is het in 1939 afgekondigde verbod op machinegeweren ook effectief gebleken. Mitrailleurs worden, in tegenstelling tot geweren, vrijwel nooit bij misdaden gebruikt, ook al zijn er tegenwoordig verkleinde versies in omloop. De aanwezigheid van enorme aantallen pistolen in het land heeft de New Yorkse Senator, Daniel Patrick Moynihan, gebracht tot het voorstel voor een verbod op munitie voor pistolen.

De vuurwapenlobby is beter georganiseerd dan die van degenen die vuurwapenbezit willen beperken. Het relatief rustige platteland, waar veel vuurwapenbezitters wonen, is sterker in het Congres vertegenwoordigd dan de meer dichtbevolkte en gewelddadige steden en voorsteden. En vuurwapenbezitters zijn sterk gemotiveerd om hun 'rechten' te verdedigen. Een enkele telefoonactie van de 3,3 miljoen leden tellende National Rifle Association kan de telefooncentrale van het Capitool plat leggen. De leden willen zich wapenen tegen de misdaad van anderen. Een op de twintig Amerikanen draagt uit zelfbescherming een wapen. Bij elke publiciteitsgolf over een bloederige misdaad schiet het aantal aanmeldingen voor zelfverdedigingscursussen omhoog. Bedreigingen van de openbare orde vormen goede reclame voor vuurwapens. Tijdens de rellen in Los Angeles stonden lange rijen voor de vuurwapenwinkels. De klanten mopperden over de wachtperiode van vijftien dagen. Veel winkeleigenaren in Koreatown konden plunderaars met hun eigen wapens op een afstand houden. In 1967 en 1968, de twee onrustigste naoorlogse jaren in Amerika, steeg het pistoolbezit met vijftig procent.

De vuurwapenterminologie is eufemistisch. De tijdschriften over vuurwapens spreken niet over het neerschieten van de indringer, maar over 'het stoppen van het doelwit'', liefst met een hollow point kogel die 'grote stopkracht'' heeft, dat wil zeggen in het slachtoffer uit elkaar spat. Bij gunshows laat een kogel met de naam Annilihator high explosive een blok gelatine, dat moet doorgaan voor menselijk weefsel, in een klap verdwijnen.

De keuze van wapens is aan mode onderhevig. Toen bekend werd dat Lee Oswald president Kennedy had vermoord met een als matig bekend staand Mannlicher-Carcano-geweer, steeg meteen de verkoop van dat wapen. In 1990 opende Patrick Purdy met een AK 47 het vuur op een speelplaats bij een school in Stockton, Californië, waarbij een aantal kinderen het leven liet. Kort daarop verviervoudigde de verkoop van AK 47-geweren en stegen de prijzen tot 1500 dollar per stuk.

Speelfilms en televisieseries vormen ook een goede reclame. Dirty Harry had een speciaal model Smith & Wesson. In Miami Vice hadden de helden en boeven een Bren 10, een Uzi of een Mac Ten, aangeprezen met de slogan 'Het geweer dat de jaren tachtig deed brullen''. Alle drie de types zijn gewilde statussymbolen voor rijkere drugshandelaren. 'Een vuurwapen promoot zichzelf'', zei een drugshandelaar in de Washington Post. 'Als je er een hebt, denk je erover om het te gebruiken. Het brengt je op bepaalde gedachten.''

Prikkeldraad

Het DC Youth Detention Center houdt tieners tot en met achttien jaar gevangen. Het is een oud, gammel gebouw achter hekken met rollen prikkeldraad, vlakbij een van die buurten waar veel jongens sneuvelen in de dagelijkse oorlog. De gevangenen, die met een licht regime heropgevoed moeten worden voor de samenleving, gaan ook naar school. Vijf zwarte jongens in een gevangenisoverall zitten rond een tafel om te praten over hun ervaring met pistolen. 'Een vuurwapen is een kwestie van veiligheid'', zegt de 16-jarige Earl, de beste prater in het gezelschap. 'Als je je niet veilig voelt, dan ga je jezelf beschermen. Soms gebeurt het dat het tussen mij of iemand anders gaat. En als er dan toch iemand moet doodgaan, dan kan dat beter die ander zijn.''

'Jongens kunnen om de meest onbenullige reden gaan schieten'', zegt Tyrone.

'Iemand wil meer geld'', oppert er een.

'Iemand heeft aan de politie geklikt'', zegt een ander.

'Of er ontstaat ruzie over een meisje of over de sneakers die iemand draagt'', zegt Lawrence. 'Mensen raken gefrustreerd.''

'En dan beginnen ze een oorlog.''

'Je krijgt ook meer respect met een pistool'', voegt de 18-jarige Akeen daaraan toe. 'Je kunt er iemand mee aan het schrikken maken. Je kunt ermee krijgen wat je wil.''

In hun wijken kan je vuurwapens gemakkelijk kopen. Een 'Saturday Night Special' gaat soms voor vijf dollar van de hand. Betere vuurwapens zijn voor een enkele kristal crack te krijgen. Akeen heeft van alles gezien. Tegenwoordig zijn er ook beeper guns die eruit zien als semafoons, goed voor vrouwen die bezorgd zijn over hun veiligheid. Ook zijn er pistolen van kunststof, waarmee je ongemerkt door de wapendetector van de school kan glippen. Geroutineerd worden de namen van de meest bekende wapens van de straat afgeraffeld: Nine milimeter, Tech 9, MP30, .357 (goedkoop pistool), Mac 10, Mac 11, Tech 22, de Desert Eagle '44, de Glock en de Uwop (slang voor Uzi).

Grotere vuurwapens kunnen gemakkelijk worden verborgen, weten ze. Een Mac 10 semi-automatisch geweer, dat op een machinegeweer lijkt, kan in een speciale schouderband onder de jas worden weggesmokkeld. 'De clips met kogels draag je dan los in je zak'', zegt Akeen.

Een verbod op vuurwapens heeft volgens de vijf jongens geen zin in zulke zwaar bewapende wijken. 'Dat helpt niets'', zegt Earl. 'De overheid zegt altijd dat ze iets gaat doen, maar dat betekent nog niet dat ze ook echt iets uitvoeren.''

Alle vijf hebben familie, vrienden of kennissen die zijn vermoord. De laatste vier jaar zijn er achttien bekenden van Earl vermoord. Rob heeft er zes verloren, John vier, Akeen velen en Lozo zeven. In de binnenstad van Washington bereiden dan ook veel tieners hun eigen begrafenis voor. Ze leggen hun wensen vast, inclusief de kleding, de bloemen en de kist. 'Ik zal doodgaan als het mijn tijd is. Daar maak ik me geen zorgen over'', zegt Earl. 'Ik wil in mijn mooie trainingspak de kist in.''

Ongedeerd

Joanne heeft onder haar donkerblauwe mantelpak gymschoenen aangetrokken. Ze gebruikt haar lunchpauze om op de betonnen schietbaan te oefenen met haar nieuwe Duitse Walther PPK pistool. Het gaat niet goed. Het vuurspuwende, zilverkleurige pistool slaat bij elk schot naar boven en de donkere mensfiguur op de kartonnen roos blijft ongedeerd. Ze is begin veertig en heeft pas een baby gekregen. Vindt ze het schieten leuk? 'Nee'', zegt ze. Waarom doet ze het dan? 'Zelfverdediging.'' Voor haar werk moet Joanne regelmatig in de binnenstad van Washington zijn en dus wil ze een revolver in het handschoenenkastje van haar auto bewaren.

De National Rifle Association heeft de angstige vrouw als nieuwe markt ontdekt. Het vuurwapen is voor hen een feministisch object geworden. Door vrouwen wordt instructie gegeven voor bescherming tegen potentiële verkrachters of andere ongure elementen. 'How to choose and to refuse to be a victim'', luidt de slogan in advertenties in de gezelligheidsbladen Family Circle en Redbook. De actrice Susan Howard, bekend van de televisieserie Dallas, zegt op een foto: 'Net als u heb ik de vrees gevoeld een vrouw te zijn in een samenleving waar geweld tegen vrouwen gewoon is. Daarom heb ik besloten dat ik weiger een slachtoffer te zijn en ben ik actief in de National Rifle Association.'' Een andere advertentie van de NRA toont een moeder met haar dochter die nerveus over hun schouder kijken terwijl ze naar de lege parkeergarage lopen. 'Waar we wonen, waar we parkeren, waar we wandelen, met elke stap moeten Amerikaanse vrouwen hun persoonlijke veiligheid afwegen tegen de toenemende kans op criminele aanvallen'', luidt de tekst.

De NRA heeft een 'Bureau voor Vrouwenvraagstukken en Informatie' opgericht. En dan is er nog het tijdschrift Women and Guns. Feministe Naomi Wolf, schrijfster van The Beauty Myth, looft in haar nieuwste boek Fire with Fire de vrouwen die zich bewapenen. 'Sinds het geweld tegen vrouwen epidemische proporties heeft bereikt, zijn zij niet stil blijven zitten. Eén op de negen vrouwen draagt een wettelijk toegestaan wapen bij zich'', schrijft ze enthousiast.

Het blad Guns & Ammo bespreekt elegante buik- of bipstassen, waaruit joggende vrouwen snel een revolver kunnen halen. 'Het eerste axioma voor zelfverdediging is 'neem een revolver' '', luidt de aanbeveling in het blad. Daarbij mag een pistooltje uit de elegante 'Ladysmith'-reeks niet worden vergeten.

Toch blijkt het nut van een pistool ter zelfverdediging beperkt. Volgens een studie in de New England Journal of Medicine verdrievoudigt het bezit van een pistool de kans dat de eigenaar of een huisgenoot ermee wordt vermoord. Een op de zes tijdens het werk gedode politie-agenten stierf door een kogel uit het eigen wapen. De meeste slachtoffers van vuurwapens zijn door familie, vrienden of bekenden neergeschoten of vermoord. En zelfs bij een gewelddadige inbraak is het nog niet zeker of de vuurwapenbezitter het gevecht wint. Statistisch onderzoek is moeilijk omdat niet alle gevallen waarin de dief op de vlucht wordt gejaagd, zijn geregistreerd.

Boos

Er verschijnt een ouder echtpaar op de schietbaan. Harold Eisenbaum (67) gaat zijn 70-jarige vriendin onderwijzen in het pistoolschieten. Eisenbaum groeide in zijn geboorteplaats Queens, New York, niet met wapens op maar raakte er later mee vertrouwd. Hij is boos op de National Rifle Association, omdat die hem niet heeft geholpen toen hem onlangs zijn pistool werd afgenomen. 'Er werd bij de buren ingebroken. Ik belde de politie, ging naar buiten en schoot in de lucht. Toen de politie kwam'', zegt hij verontwaardigd, 'werd mijn wapen afgepakt. Ik was dus de schuldige. Aan die NRA heb je niets.'' Zijn vriendin wenkt hem ongeduldig. Ze is het pistool al aan het uitpakken, want ze wil meteen beginnen.

De National Rifle Association heeft de bescherming van het recht op een vuurwapen gebaseerd op het tweede amendement op de Amerikaanse grondwet: 'Omdat een goed gereguleerde militia nodig is voor de veiligheid van een vrije staat, zal op het recht van het volk om wapens te bezitten en te dragen geen inbreuk worden gedaan.'' Een van de vroede vaderen van de Verenigde Staten, Alexander Hamilton, zag in het wapenbezit van de burgers een garantie tegen machtsmisbruik door het leger.

De NRA heeft alleen het tweede deel van het amendement, het recht om wapens te dragen, in haar gebouw in Washington gegraveerd. Toch hebben de Amerikaanse rechters de lezing van de NRA al sinds 1839 niet meer aanvaard en het amendement in feite verworpen, omdat de burgerwacht inmiddels is vervangen door de professionele National Guard. 'De verklaring en garantie van het tweede amendement zijn duidelijk gemaakt om de voortzetting en de effectiviteit van een militia mogelijk te maken. In die zin moet het worden geïnterpreteerd'', stelde het Hoge Gerechtshof in 1939. Lokale wetgevers en autoriteiten hebben zich ook niet hoeven storen aan het tweede amendement: in New York en in Washington zijn pistolen verboden.

Frontier

Wapenbezit heeft een lange traditie in Amerika, zoals gepopulariseerd en geromantiseerd weergegeven in films over cowboys en boeven. Reizigers gingen vaak gewapend op pad en in kleding was altijd ruimte voor een revolver uitgespaard. Met het wapen hadden Amerikanen niet alleen een middel om zich te verweren tegen wilde en ongure elementen in de 'frontier'. Het wapen is ook een bewijs van onafhankelijkheid, omdat het niet is voorbehouden aan het gezag maar voor iedereen beschikbaar is. 'In Europa had je koningen en keizers. Daar mag niemand wapens hebben. Maar in Amerika is iedereen koning. Daar mag iedereen een wapen hebben'', placht de vorig jaar overleden topman van de NRA, Harlon Carter, te zeggen. 'Het alternatief is dat de overheid zich met je privézaken bemoeit. Elke prijs, zelfs het leven zelf, is beter dan dat.'' Toen hij zestien was, heeft Carter een vijftienjarige bij een ruzie gedood.

Harlon Carters opvolger, de ervaren lobbyist Wayne LaPierre, heeft een grootscheepse reorganisatie op touw gezet. Behalve lobby-organisatie blijft de NRA ook een schietvereniging. Maar het aantal cursussen in de omgang met vuurwapens en zelfverdediging is de laatste jaren flink gegroeid. De National Rifle Association heeft nu 550 werknemers en een jaarlijkse begroting van 100 miljoen dollar, waarvan 18 miljoen aan lobbyen wordt besteed. Er komt een groot nieuw vleugelvormig onderkomen in een voorstad van Washington. Het geld voor de organisatie komt niet alleen van de leden, maar ook van de wapenfabrikanten; zij sponsoren activiteiten en houden zich bij het lobbyen meer op de achtergrond.

Overal waar geweld is, verschijnt LaPierre of een van zijn lobbyisten op het toneel. Regelmatig worden in Washington Koreaanse winkeliers doodgeschoten bij berovingen. Deze week spoorde LaPierre de winkeliers uit de gevaarlijke binnenstad aan om voor het recht op wapenbezit te lobbyen bij de gemeente. De Koreanen waren verdeeld over LaPierres aanbevelingen. De NRA lobbyt overigens ook voor zwaardere straffen voor misdadigers, maar de Amerikaanse gevangenissen zijn al overvol.

Intussen vallen er steeds meer gewonden en doden onder tieners. Bij kinderen tussen 16 en 24 is moord de voornaamste doodsoorzaak. Vóór 1980 werden er in Los Angeles nooit kinderen onder de tien behandeld voor schotwonden. Na 1980 kwamen er steeds meer binnen, neergeschoten of gedood door familieleden of leden van een rivaliserende bende die op een oudere broer richtten of op iemand in de buurt. De nieuwe types pistolen of geweren kunnen binnen enkele seconden een tiental kogels afvuren. In de Bronx, South-Central Los Angeles of in South-West Washington klinkt voortdurend het pop-pop-pop-pop van geweren en pistolen. In Washington, een stad van 600.000 inwoners, vallen jaarlijks 450 doden door schietpartijen. Dat zijn er aanzienlijk meer dan in heel Nederland, waar jaarlijks circa tweehonderd moordslachtoffers vallen.

Die plotselinge groei kan niet helemaal worden verklaard uit de beschikbaarheid van vuurwapens. Die waren er altijd, al zijn er nu veel meer van. Maar het moordtuig schiet sneller en is sneller te herladen. Maar ook hangt het samen met de reeks sociale problemen waarvan vooral jonge mensen het slachtoffer zijn: de werkloosheid in veel binnensteden en de ontwrichte gezinnen, wanhopige omstandigheden die in sommige gevallen leiden tot drugsgebruik en -handel. De knokpartijen van vroeger zijn nu vuurgevechten of drive by shootings uit het autoraam geworden. De meeste daders komen er af met een lichte straf, omdat ze nog minderjarig zijn.

Maar ook in de rijkere voorsteden wordt steeds vaker geschoten door tieners; ook daar is het ouderlijk toezicht afgenomen. Het voorbeeld wordt gegeven door de televisie, waarop schietpartijen zonder veel leed plaatsvinden. Fictie en werkelijkheid vermengen. In de arme binnensteden worden steeds vaker onschuldige omstanders getroffen. Afgelopen zomer schoot een tiener op de aanwezigen in een zwembad omdat daar iemand van een concurrerende bende tussen stond. Drie weken geleden werd een vierjarig kind dodelijk getroffen bij een schietpartij op een football-veld. De vader van dat kind zit in de gevangenis omdat hij bij een vuurgevecht per ongeluk een tweejarige doodde.

    • Maarten Huygen