'Nederlandse schaatsers een cleane groep'

NIEUWEHORNE, 13 NOV. Hij zegt zich “allerminst een overvaller” te voelen, of een “fanatiek jagende politieagent”. “Integendeel, de schaatsers zijn juist blij dat ik kom, ze hebben daar zelf immers om gevraagd.” De Friese arts Frans Pellikaan bezoekt de nationale toppers dit seizoen voor het eerst voor zogenoemde out of competition-controles, onverwachte dopingtests in de voorbereiding op het seizoen of tijdens trainingskampen gedurende de wintermaanden.

De gedachte dit soort onderzoeken in te stellen bestond al veel langer. Bart Veldkamp herinnert zich dat de NOC-atletencommissie, waar de Hagenaar lid van is, al in 1991 vurig voor dat idee pleitte. “Maar de schaatsbond wilde er toen nog niet aan, ik denk wegens de hoge kosten.” De geruchtmakende bewering van de Haarlemse huisarts Karsten dat één kernploegrijder vóór de Olympische Spelen van Albertville in 1992 bij hem had aangeklopt voor anabole steroïden, zorgde voor een stroomversnelling. “Ik beschouw de controles van Pellikaan als een preventie”, legt Veldkamp uit. “Ze zijn voor de Nederlandse rijders zèlf eigenlijk overbodig, omdat die niets gebruiken. Van de andere kant zijn ze nodig, naar de buitenwereld toe. Want voor die buitenwereld is iedere sporter die topprestaties levert tegenwoordig een verdachte.”

Pellikaan verrichtte zijn eerste test in augustus op Texel, waar de vrouwen-kernploeg bivakkeerde. Gewapend met zijn kistjes met flesjes meldde hij zich op het eiland. De avond tevoren had hij zijn komst bij bondscoach Henk Gemser aangekondigd. “De vijf dames hoorden pas 's ochtends dat ik er aankwam”, weet Pellikaan nog. “Geen probleem. Iedereen trok een nummertje, drie waren er zoals afgesproken de klos en moesten een plasje inleveren. De medewerking was buitengewoon goed.”

De arts uit Nieuwehorne streeft er naar in één jaar “alle eventuele olympische kandidaten” aan een onverwachte dopingcontrole te onderwerpen: hij doelt op de kernploegleden en als het lukt bovendien de toppers uit de zeven gewesten - in totaal ruim honderdtwintig schaatsers. De urinestalen gaan naar het Nederlands Instituut voor Drugs en Doping Research in Utrecht. Aangezien dat lab volgens de Friese arts 250 gulden per onderzoek in rekening brengt, kost het experiment de schaatsbond veel geld. Temeer daar Pellikaan, hoewel hij als vutter onbezoldigd werkt, mag gaan en staan waar hij wil. “Ik hoef niemand te raadplegen, geen coach, geen bestuurder, geen commissie. Dat heeft de bond bewust zo gedaan om de zaak zo zuiver mogelijk te houden. Ik kan bij wijze van spreken zo het vliegtuig naar Calgary nemen.”

“Voor zo'n bedrag zou ik een heel nuttig en interessant extra trainingskamp kunnen organiseren”, weet Ab Krook, de bondscoach van de mannen-allrounders die vandaag in Deventer aanwezig zijn bij het toernooi om de IJsselcup. “Maar dat neemt niet weg dat ik achter die dopingtests sta, hoewel mijn jongens tussen half november en midden maart sowieso al geregeld worden gecontroleerd bij Worldcup-wedstrijden en kampioenschappen. Wij zijn uiteindelijk gedwongen om aan te tonen dat we het hele jaar clean trainen, met name door ontwikkelingen in andere sporten. Ik ben trouwens blij dat juist Pellikaan voor het werk is aangetrokken. Hij is niet iemand van ouwe jongens-krentebrood. Hij doet zijn werk bijzonder serieus, zoals we dat van hem al zo lang gewend zijn. In het buitenland gaat dat nog wel eens anders. Ik herinner me dat in Davos eens vier scheidsrechters zomaar de controle-ruimte binnen stapten om zich te verkleden.”

Pellikaan is sinds 1976 bij alle grote schaatstoernooien in Nederland als dopingcontroleur van de partij geweest. Nóóit heeft hij iemand betrapt. Hij was wel zijdelings betrokken bij de veelbesproken rel rondom Geir Karlstad, wiens hormoonspiegel was verstoord. “Karlstad meldde me dat op een controle via een schrijven van enkele Noorse specialisten. Ik heb zoals het hoort over die mededeling gezwegen. Maar in Davos lieten ze later zo'n zelfde brief van die Noor slingeren. Prompt was er kort voor de laatste Winterspelen een dopinggerucht.” Pellikaan gelooft niet dat schaatsers 'slikken', “althans niet hier in Nederland. Ik ben ervan overtuigd dat ik heb te maken met een cleane groep. Nee, helemaal honderd procent zeker is dat niet.”

Mocht Pellikaan een rijder of rijdster betrappen, dan kan de betrokkene om een zogenoemde contra-expertise verzoeken. Het eventuele straffen is vervolgens de taak van de schaatsbond. Wie anabolen blijkt te hebben gebruikt, wordt twee jaar geschorst, bij een herhaling volgt een uitsluiting voor het leven. Treft het lab in de urine sporen aan van amfetamine of andere stimulantia, dan kost dat de schaatser de eerste keer drie maanden. Valt hij weer door de mand dan komt hij twee jaar op non-actief te staan en een derde overtreding betekent 'levenslang'.

Tot nu toe heeft Pellikaan de urine van de betrokkenen (“de mannen en vrouwen van de allroundkernploeg heb ik al twee keer bezocht, de sprinters één maal”) alleen getest op anabolen steroïden, “want kort werkende verboden middelen hebben nu nog geen zin. Die hebben pas nut als het wedstrijdseizoen echt op gang is. Het eventueel maskeren van dopinggebruik is volgens mij onmogelijk. Zelfs al weet een overtreder een dag tevoren dat ik eraan kom, dan staat hij wat dat betreft machteloos. Wat hij ook nog doet: eten, plassen, medicijnen nemen, hij is de sigaar.”

En terecht natuurlijk, herhaalt Pellikaan, die een beetje moet lachen om de out of competition-controles van de Nederlandse atletiekunie. “Die bond laat alleen tests uitvoeren op centrale trainingen. Dan weet iedereen tevoren precies wanneer hij of zij moet oppassen.” De internationale roeifederatie FISA - een van de weinige andere organisaties die óók onaangekondigde dopingcontroles laat uitvoeren - heeft het in zijn ogen beter voor elkaar. “Die heeft Helma Neppérus aangewezen als controleur. Die Nederlandse reist kris-kras door Europa om door de FISA aangewezen roeiers te onderzoeken. Dan pas is er sprake van verrassing. Zoals bij ons.”

    • Guido de Vries