Nederlandse architectuur en stedebouw van deze eeuw

Architectuur in Nederland, zondag, Ned.2, 22.49-23.19u, verdere iedere zondagavond t/m 26 dec. Boek ƒ 79. Vanaf woe. 1 dec. t/m 19 jan. zijn er op Radio 5 gesprekken te horen van de architectuurhistoricus Vincent van Rossem met drie generaties architecten.

Geen kip in het raadhuis van Medemblik, geen hond in de Beurs van Berlage en al helemaal geen mens op straat. Te oordelen naar de eerste uitzending vorige week van de achtdelige Teleac-serie Architectuur in Nederland is Nederland uitgestorven. Het was een onherkenbaar leeg land. Pas morgenavond, in de tweede aflevering, betreedt de mens stapsgewijs het domein van de bouwkunst.

De Teleac-serie behandelt op thematische wijze de architectuur, stedebouw en ruimtelijke ordening van deze eeuw. Daarvoor zijn op bijna driehonderd locaties opnamen gemaakt. Leidde de gretigheid van de makers in het eerste deel tot een amechtig spervuur van beelden en een mismoedig makende vracht aan kreten en jargon - je moest wel een zeer leergierige leek zijn om door de uitzending te komen - in de tweede aflevering hebben ze een evenwichtiger dosering van (archief)beelden en informatie gevonden.

Helaas heeft presentator Erik de Jong, met zijn krampachtige lichaamshouding en een intonatie met merkwaardig langgerekte klinkers ('Berlaaage'), zijn draai nog niet gevonden. Het is een misvatting van Teleac, dat een doctor in de negentiende-eeuwse tuinarchitectuur dit beter zou kunnen dan iemand wiens vak het is.

De uitzending van morgenavond gaat over 'De taak van de bouwers'. Zelfs met alle gebouwen, wegen en 'civiele kunstwerken' meegerekend is Nederland voor amper tien procent bebouwd. Driekwart van alle bouwwerken in Nederland dateert van na de oorlog, en momenteel worden er aan woningen alleen al, zo'n honderdduizend per jaar gebouwd. We scheren langs het nieuwe land van Maasvlakte, IJsselmeerpolders en Almere, op naar de woonwijken van jaren zestig met hun flatgebouwen in slagorde, om daarna langs de woonerven en de stadsvernieuwing te snellen naar een aantal bouwwerken die dank zij bevlogen opdrachtgevers tot stand zijn gekomen. Het kantoorgebouw van Siemens in Zoetermeer, bijvoorbeeld, Jo Coenens Villa Haans in Tilburg en het gebouw van voorheen de NMB-bank, waarover met gevoel voor understatement wordt opmerkt dat “nergens de herkenbaarheid van een onderneming groter is”. In een fragment van een film uit 1954 over de (toen) bouwkunstarchitectuur constateert de commentaarstem: “Het aanzien van Nederland is drastisch veranderd.” Teleac laat niet alleen die veranderingen zien, maar maakt ook het almaar snellere tempo, waarin die zich voltrekken, voelbaar.

    • Tracy Metz