MONUMENTEN

Architectuur en stedebouw in Noord-Holland 1850-1940 door E. van der Kleij 176 blz, geïll., Waanders 1993, ƒ 35,-- ISBN 90 6630 364 6

De langzamerhand obligate afbeelding van luchtvervuiling in ons land is een opname van het Hoogovencomplex in Velsen-Noord. Een woud van schoorstenen getooid met pluimen stikstofoxiden en andere viezigheid moet de Nederlander ervan overtuigen dat ongebreidelde groei van de industrie alleen maar leidt tot het verpesten van het milieu.

Hetzelfde dynamische beeld wordt soms echter ook gebruikt om Nederlands welvaren te visualiseren, en inderdaad vormen de Hoogovens al 75 jaar een paradepaardje van de economie. Het is dan ook een verademing een dergelijke foto nu eens aan te treffen in een overzichtswerk op het terrein van architectuur en stedebouw. IJmuiden en de mond van het Noordzeekanaal worden in dit recent verschenen boek genoemd onder de zogenaamde 'gebieden met bijzondere waarde'. Behalve de Hoogovens behoren het complex van zeesluizen, de vissershaven en de oude dorpskern van IJmuiden tot dit gebied met bijzondere historische kwaliteiten, en tevens de vuurtorens en de militaire infrastructuur.

Dit laatste omvat niet alleen het oorspronkelijk Nederlands forteiland op de kop van het Noordzeekanaal, maar ook belangrijke resten van Festung IJmuiden, één der meest versterkte Nederlandse punten van de in de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Duitse bezetter tot stand gebrachte Atlantikwall. Het meest imposant hiervan is de 250x125 meter grote, nooit voltooide bunker die als bomvrije haven voor tientallen mijnenvegers moest dienen, maar die na de oorlog als bedrijfsonderkomen ging fungeren.

Naast industriële, militaire en waterstaatkundige ensembles en objecten omvat 'Architectuur en stedebouw in Noord-Holland 1850-1940' een keur aan opmerkelijke prestaties op bouwkundig terrein. Het boek is het tiende deel in een reeks die 16 banden zal gaan omvatten en die een selectie laat zien van wat er in 12 provincies en 4 grote steden uit de betrokken periode aan waardevols is overgeleverd. Het zogenaamde Monumenten Inventarisatie Project (MIP) leverde binnen Noord-Holland een oogst op van zo'n 12.000 objecten en complexen en 50 gebieden met bijzondere waarde en het moge duidelijk zijn dat hiervan slechts een klein deel in dit werk kon worden opgenomen. Dat desondanks een representatief beeld van de verscheidenheid aan bouwwerken wordt gegeven is te danken aan de thematische opzet van de reeks. Relatief veel aandacht gaat in dit deel uit naar grote villa's, herenhuizen en buitenplaatsen en met name Bloemendaal en omgeving en het Gooi worden hierbij in het zonnetje gezet. Als een laat voorbeeld van zeer grootschalige aanleg wordt de Santpoortse buitenplaats Duin en Kruidberg van J.T. Cremer, president van de Nederlandsche Handelmaatschappij, ten tonele gevoerd. De in de jaren 1907-1909 door de vader en zoons architecten J.J., M.A. en J. Nieukerken en tuinarchitect L.A. Springer gerealiseerde buitenplaats - het huis in een historiserende, op de Hollandse Renaissance gebaseerde stijl en de tuinen in gemengde stijl - is gelegen aan de binnenduinrand, die al eeuwen werd gebruikt voor de aanleg van buitens.

Het zwaartepunt van dit boek ligt op afbeeldingen en bijschriften en minder op de hoofdtekst dan in sommige andere delen. Het MIP behelsde niet alleen pure inventarisatie, maar ook beschrijving van de ruimtelijke, infrastructurele en sociaal-economische ontwikkelingen in de betrokken regio's en gemeenten. De inleiding in de historische geografie van Noord-Holland vormt de weerslag van dit onderzoek. De introductie laat helaas een wat onbevredigd gevoel achter door haar hap-snap-karakter, mogelijk een gevolg van een tekort aan geografisch inzicht van de auteur. Dit wordt geaccentueerd in het illustratief, maar absoluut niet informatief - en dan nog schaars - gebruik van kaartmateriaal en het totaal ontbreken van plattegronden, een gemis dat verscheidene andere delen van de reeks niet kennen. Met name stedebouwkundige en infrastructurele aspecten der ontwikkelingen blijven hierdoor onsamenhangend en vaag, ondanks de uitgebreide bijschriften bij de foto's. In de tekst wordt de samenhang tussen ruimtelijke en sociaal-economische ontwikkelingen en fysisch-geografische verschijnselen en structuren uitdrukkelijk genoemd, maar deze had nog aan overtuigingskracht gewonnen door een aantal goed gekozen kaartjes.

Ondanks deze lichte tekortkoming is dit deel te beschouwen als het zoveelste geslaagde resultaat van het MIP. Eén der hoofddoelen van het project was de verspreiding van kennis en inzicht in de betekenis en waarde van de Jongere Bouwkunst in Nederland en met de uitgave van deze reeks wordt hieraan op toegankelijke en leesbare wijze belangrijk bijgedragen. Als reisgidsen zullen de delen niet voldoen; als eye-openers en als opwekkers van een positiever houding ten aanzien van de 19e- en vroeg 20e-eeuwse bouwkunst in ruimere zin zijn ze echter zeer aan te bevelen.