Met dank aan Klazien van de bank

'Ik heb geen behoefte om reclame te maken voor mijn bank. Ze kwam zelf met het voorstel mijn financiën eens te bekijken. Daarvoor werd een financial planner opgetrommeld. Geen snelle jongen, maar een dame van het type verstandige huisvrouw, die een ochtend de tijd voor me nam en daarna een advies schreef dat we urenlang samen bespraken. Zij probeerde mij natuurlijk een (spaar)polis te verkopen, maar ik had de indruk dat voor- en nadelen goed waren afgewogen. Dus een redelijk advies bij de bank op de hoek. Gratis. Misschien wel omdat ik een goede en redelijk vermogende klant ben', schrijft een lezer uit een plaats in de Achterhoek.

Waarom die ontboezeming? Hij maakt bezwaar tegen de rubriek van 30 oktober over combinaties van beleggingsfondsen met verzekeringen, bekend als spaarplannen of -verzekeringen en andere pakkende namen.

De conclusie toen luidde: 'Wie veilig denkt te beleggen via een verzekering, kan net zo goed op de beurs beleggingsfondsen kopen. Je kan vrij over de inleg beschikken, hoeft geen extra overlijdensverzekering te sluiten en het opgebouwde vermogen valt bij overlijden toe aan de nabestaanden.'

Deze tevreden klant neemt met een paar ton spaargeld deel in fondsen die beleggen in aandelen en obligaties. De koerswinst is niet belast, over de dividenden betaalt hij 60 procent inkomstenbelasting.

Zijn obligatiefonds, al vijftien jaar genoteerd op de beurs, is gevestigd in het buitenland, keert geen (belast) dividend uit en voegt alle opbrengsten toe aan het vermogen om zo de onbelaste koerswinst op te schroeven. Daar trapt de fiscus niet in en daarom wordt per jaar een alsof-opbrengst bepaald (maximum 6 procent) aan de hand van de belastingaangifte van het fonds. Over dit fictieve rendement betaalt een deelnemer inkomstenbelasting en nog eens 8 gulden per duizend gulden vermogen.

Een verzekering die premies in een fonds stopt en aan bepaalde voorwaarden voldoet, verlost de deelnemer van inkomsten- en vermogensbelasting. Daarom zoekt de bankcomputer naar relaties met een bedrag in fondsen en adviseert heel attent een deel van de belegging (de vrijstelling is beperkt) in een fiscaal vriendelijke verzekeringsenveloppe te schuiven.

Zo'n voorstel slaat niemand af. Ook de Achterhoeker niet. Hij heeft de alternatieven - doorgaan op dezelfde weg of een polis - jaar voor jaar uitgerekend en komt uit op een voordeel van 255.000 gulden (gemiddeld jaarrendement 8,1 procent) na twintig jaar, mede door de vrijstelling van 440 duizend gulden voor een echtpaar. Bij de bank weten ze wie deze blijde boodschap moet brengen. Welke kerel wil een vrouw met zoveel potentie niet tot zijn huisvrouw maken? Zo'n Klazien die alle kruiden tegen fiscale ongemakken kent.

De blijde verzekerde komt tot deze conclusies. Niet al je geld in deze opzet stoppen, anders loop je het risico in geval van nood af te moeten kopen en dan komt de fiscus alsnog met een aanslag. Bij voortijdig overlijden volgt een uitkering van de opgebouwde waarde plus de nog niet betaalde premies. De kosten voor een overlijdensverzekering kunnen zo worden bespaard.

Aan het eind van zijn opgewekte schrijven begint de twijfel te knagen, blijkt uit de slotregel: 'Heb ik me nou een oor aan laten naaien of zit er toch wel iets in?' Antwoord: beide.

Kijk eens naar de bank. Over de eerste twee jaarpremies van 50.000 gulden berekent men 3.147 gulden kosten; 6,3 procent. Over de achttien premies van 5.000 gulden 667,- per jaar; 13,3 procent. Totaal 18.300 gulden. Het advies en de uitkering bij overlijden zijn dus niet gratis. De kracht (voor de bank) ligt in de twintig jaren gedwongen winkelnering bij dit beleggingsfonds. In voor- en tegenspoed, obligaties dalen immers wanneer de rente stijgt. Geen wonder dat de bank opbelt met dit voorstel.

Dan de keerzijde. Wie in dit fonds zit en ieder jaar vast iets inlegt (alsof het een verzekering betreft) zonder te verkopen (winstnemen) bij een lage rentestand, is misschien beter af met de verzekering, hoewel je dat pas aan het eind van de rit zeker weet.

De briefschrijver bevoordeelt in zijn berekening enigszins de bank: hij veronderstelt het maximale fictieve rendement van 6 procent over de hele looptijd en houdt geen rekening met een verruiming van de thans beperkte rentevrijstelling.

In feite heeft de bankvrouw te weinig alternatieven beschouwd. Een onafhankelijke planner zou zeggen: u kan rechtstreeks en actief in obligaties beleggen of in dat fonds, passief in het fonds of een verzekering sluiten.

Actief eigen beheer in dit fonds zou, uitgaande van de laagste en hoogste koers in de afgelopen twaalf maanden, bij verkoop 24 procent voor de inkomstenbelasting onbelaste koerswinst opleveren. Dat bevestigt de conclusie van 30 oktober.

    • Adriaan Hiele