Maij: verzet houdt Betuwelijn niet op

ROTTERDAM, 13 NOV. Verzet van provincies en gemeenten tegen de aanleg van de Betuwelijn zal realisering van de goederenspoorlijn nauwelijks vertragen. Dit schrijft minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) in de beantwoording van vragen van de leden van de Tweede-Kamercommissie voor verkeer en waterstaat.

Onder leiding van het provinciaal bestuur van Gelderland hebben de meeste betrokken gemeentebesturen aangekondigd zich met alle beschikbare juridische middelen te verzetten indien de Betuwelijn volgens de huidige kabinetsplannen bovengronds wordt aangelegd. Als gemeenten planologische medewerking weigeren, zal de minister van VROM tegelijk met het vaststellen van het tracé een aanwijzing geven op basis van de Wet op de ruimtelijke ordening, aldus Maij. De gemeenten zijn dan verplicht binnen een jaar toch mee te werken.

Ten behoeve van de uitgebreide commissievergadering over de Betuwelijn die op 22 november wordt gehouden, hebben de Kamerleden meer dan zevenhonderd vragen ingediend. Hiervan heeft de minister vandaag ruim honderd schriftelijk beantwoord.

Niet bekend

De minister wijst onder meer uitvoering van het plan-Lievense om de Betuwelijn aan te leggen in twee buizen, begraven in een dijk, als te kostbaar van de hand. Ze baseert dit echter op de veronderstelling dat het een onderheide constructie bestreft. Crux van het plan-Lievense is juist dat slechts op enkele plaatsen een fundering op palen nodig is. De tunnelbuizen drijven als het ware in het grondwater.

De minister geeft ook aan wat de meerkosten zijn voor een aantal lokale voorzieningen waarnaar door verscheidene Kamerleden was gevraagd. Aanleg in een enige meters diepe geul langs Sliedrecht kost 200 à 300 miljoen gulden. Een verdiepte ligging en gedeeltelijke ondertunneling bij Gorinchem en Schelluinen zou 550 miljoen gulden extra kosten. De gemeente Gorinchem wil alleen meewerken aan de verdere voorbereidingen van de Betuwelijn als het deel van het tracé binnen de gemeentegrenzen niet bovengronds wordt aangelegd.

Een verdiepte ligging van het tracé bij Zevenaar kost 205 miljoen gulden extra. Voor de fracties van de regeringspartijen CDA en PvdA geldt Zevenaar als een van de serieuze knelpunten. De vragen over een ander belangrijk knelpunt, Barendrecht, waar zowel de Betuwelijn als de hoge-snelheidslijn vlak langs een grote nieuwbouwwijk komen te liggen, zijn nog niet beantwoord.

De vermindering van de geluidshinder brengt eveneens aanzienlijke extra kosten met zich mee. Indien het niet lukt om de treinen de komende zeven jaar aanzienlijk stiller te maken, moet 200 miljoen gulden extra worden uitgetrokken voor geluidwerende schermen en isolatie van woningen en gebouwen. De provincie Gelderland dringt erop aan voor de Betuwelijn dezelfde lawaainormen te hanteren als voor autosnelwegen en industrie. De normen hiervoor zijn scherper dan die voor spoorwegen. Indien aan de verlangens van de provincie tegemoet zou worden gekomen, zou dit ten minste 1 miljard gulden aan extra geluidswerende maatregelen vergen, aldus minister Maij. Ze staat positief tegenover het uitschrijven van een prijsvraag om betere en goedkopere geluidswerende schermen en te ontwerpen: “De ideeën kunnen onder meer betrekking hebben op een slimme en goedkope manier om een overkapping te realiseren en een vormgeving die de barrièrewerking van een scherm zo mogelijk vermindert.”

In de gemeenteraadsvergadering van Tiel heeft haar partijgenoot, Tweede-Kamerlid G. Leers gisteravond gepleit voor een overkapping van de knooppunten Tiel en Gorinchem. “Geen schermen van een metertje hoog, maar nieuw spul”, wil Leers, “een overkoepeling”. Hij zal bij zijn farctiegenoten pleiten voor een extra uitgave van 50 miljoen gulden voor twee kilometer overkapping bij Tiel en twee kilometer bij Gorinchem.

Maij antwoordt voorts “in beginsel” bereid te zijn subsidie te verlenen om containervervoer over het water verder te stimuleren. Daarbij gaat het uitsluitend om bijdragen “in de voorwaardenscheppende sfeer” en uitdrukkelijk niet om exploitatiebijdragen.