Langs de velden

De bridgesport is in Nederland ongekend populair. Het percentage bridgespelers onder het totale inwonersaantal is nergens in de wereld zo hoog als bij ons. Door alle geledingen heen gonst het van bridgeactiviteiten. Wedstrijden, toernooien, café-drives, robberbridge, lessen, het is er allemaal en als het moet iedere dag. Zo kent Amsterdam sinds kort De Looier, een bridgesociëteit waarin je zeven dagen 's middags en 's avonds kan kaarten. De opzet is om de modale en zelfs de beginnende bridgespeler aangename uurjes te bezorgen. Gezelligheid en comfort staan hoog in het vaandel, meer nog dan het wedstrijdelement. De lokatie van De Looier als onderdeel van de antiekhallen aan de Lijnbaansgracht 185-187 is uniek. Directeur/eigenaar van De Looier Hans Beckers moet erkennen dat de door hem gekozen opzet niet zonder risico's is: 'Eigenlijk kan je alleen aan zoiets beginnen als je miljonair bent''. Gemeten aan de drommen belangstellenden die afgelopen zaterdag op de feestelijk opening aanwezig waren, bevestigt evenwel de indruk dat Beckers verdraaid goed weet waar hij mee bezig is.

Van heel andere orde is de Continental Club ook uit Amsterdam. De traditioneel ingesteld Club kent een rijk verleden dat zich uitstrekt over meer dan 100 jaar. Onder haar leden telt Continental sinds jaar en dag nogal wat topspelers en kopstukken uit het maatschappelijk leven. Binnen Continental bestaat de bijzondere combinatie van topbridge (het eerste team staat tweede in de meesterklasse) en robberbridge, dat je er elke dag kan beoefenen. Twee leden, Piet Jansen en Jan Westerhof, hebben onsterfelijke roem verworven. Zij zaten in het Nederlands open team dat in Chili wereldkampioen is geworden. Verleden week werd het duo op de club gehuldigd. Dat ging gepaard met een drive voor genodigden. Uit die wedstrijd een uitkomstprobleem dat door de westspeler voorbeeldig werd opgelost:

Zuid geverNoord

Niemand kw.ß7 HB83

ß6 942

ß5 V954

ß4 103

WestOost

ß7 942ß7 AV76

ß6 H873ß6 V10

ß5 1032ß5 B8

ß4 V42ß4 B9875

Zuid

ß7 105

ß6 AB65

ß5 AH76

ß4 AH6

WestNoordOostZuid

1ß4

pas1ß5pas1SA

pas2ß4pas2ß6

pas3SApaspas

pas

West Noord Oost Zuid

1ß4

pas 1ß5 pas 1SA

pas 2ß4 pas 2ß6

pas 3SA pas pas

pas

1ß4 = voorbereidend, 1ß5 = 0-7 pt., 1SA = 18-20 pt., 2ß4 = Stayman, 2ß6 = vierkaart harten

West zat Hans Lissauer. Hij vond de dodelijke start van ß42. Zuid probeerde nog wat in de schoppen, maar het hielp hem niet. Indien hij op de negen snijdt levert die kleur hem twee slagen op. Oost heeft inmiddels dan wel vijf slagen binnen: twee schoppen en drie klaveren. Wat bewoog Lissauer tot zijn geïnspireerde klaverenuitkomst? Harten of schoppen waren uit den boze. Door de Stayman-biederij had zuid zeker een vierkaart harten en noord een vierkaart schoppen. Ook ruiten kwam niet in aanmerking. Met goede ruitens had oost het conventionele ruiten wel voor straf gedoubleerd. Restte dus klaveren, volstrekt logisch. Aangetekend zij dat als argument tegen een klaverenstart mag gelden, dat oost het conventionele 2ß4 niet had gedoubleerd. Omdat ß4V bij west zat was de kans op topkracht in klaveren en dus een doublet bij oost echter wat geringer geworden.

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dat mocht een onnadenkende leider ervaren toen hij afgelopen zondag een ogenschijnlijk probleemloze manche afspeelde op het populaire Stork parentoernooi in Boxmeer. Het spel lag zo:

West geverNoord

NZ kw.ß7 B73

ß6 AH96

ß5 V1092

ß4 B8

WestOost

ß7 AHV865ß7 1094

ß6 B4ß6 V10

ß5 AH6ß5 75

ß4 H6ß4 1097543

Zuid

ß7 2

ß6 87532

ß5 B843

ß4 AV2

De meeste westspelers waren leider geworden in 4ß7, waarin geen vuiltje aan de lucht lijkt. West troeft de derde ruiten in dummy en speelt dan een klaveren naar de heer, waarbij hij tot zijn opluchting ziet dat ß4A rechts van hem zit.

Ook de Tilburgse meesterklassers Huub Bertens en Piet van Besouw moesten 4ß7 verdedigen. Bertens begon met ß6A-H en speelde enigszins verrassend ß4B na. Toen Van Besouw in zuid klein bijspeelde nam de leider met de heer. Het vuile werk leek dus al voor hem opgeknapt. Zorgeloos speelde de leider twee hoge troeven uit zijn hand, waarna ß5A-H en een ruiten getroefd in dummy volgde. Toen openbaarde zich het gevaar van de boer-derde troef in noord. De leider moest terug naar zijn hand om die troefboer op te halen. Dat kon alleen via een aftroever in klaveren, wat mislukte omdat noord de derde klaveren kon overtroeven. De leider had moeten volstaan met het spelen van slechts één hoge troef, gevolgd door de ruitenmanoeuvre, waarna hij met het derde troefje in dummy veilig naar zijn hand kon oversteken.

    • Jan van Cleeff