Japanse ondernemers zijn kompas kwijt

Japan verkeert in een economische impasse. Een reusachtig, improduktief segment van de economie wordt met kunstmatige middelen afgeschermd. Het land is in gevecht met zichzelf.

TOKIO, 13 NOV. Groepjes mannen en vrouwen staan deze morgen voor de elektronica-winkels van Hirose in Akihabara, het beroemde high tech kwartier van Tokio. Ze delen aan voorbijgangers pamfletten uit. De winkelluiken van alle vier zaken van Hirose zijn naar beneden. Het bedrijf is failliet. De directeur is met de noorderzon vertrokken.

Om te verhinderen dat schuldeisers de boel komen leeghalen, bewaken ze ook 's nachts de winkels. Een van de mannen, hij is bedrijfsleider, is graag bereid tot een korte toelichting: “We zijn verneukt”. Dat er iets niet pluis was, merkte het personeel toen het de halfjaarlijkse bonus kreeg - in Japan gemiddeld een kwart van het inkomen. De zomerbonus bleek veel lager dan beloofd. Te laat. Alle werknemers zijn nu werkloos.

Het is in Akihabara te zien dat de recessie heeft toegeslagen in Japan. Winkels die de nieuwste high tech snufjes verkochten, zijn nu omgetoverd tot speellokalen met gokautomaten, waar nog wel handel in zit. In een winkel die wasmachines verkoopt, staat geen enkele klant. “Nee, ik wil niet praten met de pers”, zegt manager Tozawa, nadat hij zich netjes heeft voorgesteld. Iets verderop, in een zaak die in airconditioners doet, is ook al geen klant te bekennen. “Ik heb de opdracht gekregen niet langer journalisten te woord te staan”, zegt daar de verkoper plechtig. Zijn naam mag ook niet in de krant. Op zijn jasje staat dat hij Yoshida heet. Dat was een jaar geleden nog anders, toen was elke winkelier in Akihabara bereid je uit te leggen dat de recessie snel voorbij zou zijn.

“Er zijn weinig tekenen te zien van herstel”, somberde deze maand het Economische Planbureau. Traditionele methoden blijken te falen. Dertig biljoen yen (500 miljard gulden) aan stimulerende middelen hebben de opleving niet kunnen bewerkstelligen, hooguit de neergang vertraagd. Ondernemers, die in vorige recessies uitwegen wisten, zijn het kompas kwijt, zei deze week bankgoeverneur Yasushi Mieno.

Op de 22ste verdieping van zijn kantoor in Tokio kijkt Kenneth Courtis, Azië-strateeg van Deutsche Bank, niet op van die uitspraak. Japan zit inderdaad in een impasse. De toestand is zonder precedent. Dat vereist maatregelen zonder precedent. Een 'business-as-usual' aanpak werkt averechts en leidt onafwendbaar tot een 'clash' met het Westen. Courtis: “Voor een economie die bijna driekwart de omvang heeft van die van Amerika en al net zo groot is als die van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië samen, die de primaire bron is van het spaaroverschot in de wereld en die de aanjager is van de dynamiek van Azië en de Pacific, voor zo'n economie betekenen ernstige moeilijkheden dat de hele wereldeconomie in de problemen raakt”.

Kern van het Japanse probleem is volgens Courtis een opgekropte binnenlandse vraag die geen uitweg vindt door rigide marktregulering. De markt zit verstopt. Een reusachtig, improduktief segment van de economie wordt met kunstmatige middelen afgeschermd. Excessief hoge prijzen zijn het gevolg. Op een symposium deze week van de Keidanren, de machtige ondernemerslobby, viel de topman van Toyota hem bij. Japan moet zich tot Azië wenden, daar moeten de produkten vandaan komen, die nu worden geleverd door bedrijven met lage produktiviteit in Japan. De invoer moest drastisch omhoog. Topman Shoichiro Toyoda: “Dat betekent deregulering die onze hele economie blootstelt aan vrije concurrentie.”

Dat de grote Japanse ondernemers opeens pleitbezorgers zijn van deregulering, komt doordat ze nerveus zijn geworden, zegt een bankier. De dure yen als gevolg van het almaar stijgende handelssurplus brengt hun bedrijvigheid gevaarlijk dicht bij het 'break even point'. Sommigen zitten er al onder. De overcapaciteit na de investeringshausse van de bubble-econonomie is gigantisch. De bezettingsgraad is amper tweederde. De winsten staan onder druk. En hoewel de 'cash flow' nog nooit zo groot is geweest, is de groei eruit. Ze gaat grotendeels op aan navenant hoge afschrijvingen, die de winsten als sneeuw voor de zon doen smelten.

Bezuinigingen om op arbeidskosten te sparen doen de concerns schuiven met duizenden werknemers naar bevriende bedrijven - om hun bedrijfsresultaten een mooier aanzien te geven. Hoewel op die manier massa-ontslagen worden voorkomen, doet deze afwenteling van de problemen de geaffilieerde bedrijven het water wel tot de lippen stijgen. Net als bij vorige recessies is de bange vraag hoe lang die nog standhouden. De bankier sluit niet meer uit dat het cruciale moment al is gepasseerd. “Niemand durft nog, iedereen wacht op iedereen, totdat de eerste de stap zet.”

Toyota wil dat Japan de komende tien jaar nog eens honderd biljoen yen (1,7 biljoen gulden) in infrastructurele werken steekt. De Keidanren bepleitte deze week opnieuw voor een belastingverlaging van ten minste vijf biljoen yen om consumenten tot meer bestedingen aan te sporen. Maar dat lijkt op meer van hetzelfde en niet het antwoord op de vraag wat er echt moet gebeuren.

Met belastingverlaging alleen maak je de opgekropte vraag inderdaad niet produktief te gelde, zo analyseert Kenneth Courtis. Ze zou opnieuw aanzetten tot dezelfde speculatieve excessen van de 'bubble'-economie die, toen die barstte, Japan in een deflatoire spiraal deed belanden. Nodig is naast fiscale hervorming om de stedelijke bevolking, op wie nu de zwaarste lasten rusten, meer besteedbaar inkomen te geven, over een breed front een 'all out' deregulering. Pas dan bereik je een substantiële verbetering van de kwaliteit van het bestaan, waarover in de afgelopen jaren zo veel valse beloftes zijn afgelegd.

Blijft die ingrijpende politieke koerswijziging uit, dan zullen de externe overschotten zich onvermijdelijk blijven opstapelen. Misschien dat het Japan dit keer nog lukt zich aan de dure yen aan te passen, maar een dollar die onder de honderd yen schiet zal volgens hem tot een verhuizing leiden van Japanse top-industrieën met bestemming Azië - het gevreesde 'hollowing out effect'.

De dure yen heeft in Oost-Azië al een nieuwe Japanse investeringsblitz veroorzaakt. Net als in Europa en Amerika waren in Azië de Japanse investeringen over hun hoogtepunt heen. Maar terwijl ze in het Westen blijven kelderen, zijn ze vorig jaar weer in Azië toegenomen - het leeuwedeel in Indonesië en China. Met grote snelheid is Japan bezig zijn kapitaal- en handelsstromen te verleggen, daarbij het Westen ver achter zich latend. Een paar cijfers. In 1985 was de handel van Japan met Amerika nog een derde groter dan met Azië. Nu is het precies andersom en is de handel met Azië een derde groter dan met Amerika. Het handelsoverschot van 40 miljard dollar met Oost-Azië is al groter dan dat met de hele Europese Gemeenschap, hoewel de EG drie keer zo groot als Oost-Azië is. En vorig jaar investeerde Japan al meer dan anderhalf keer zo veel in Azië als de Verenigde Staten.

Dit jaar gaat het in versnelde mate door. Canon compact camera's, TDK audeo tape's, Victor kleurentv's, Matsushita floppy disk drives, Kita-Nippon Seiki kogellagers voor landbouwmachines, Hitachi tv-componenten, air-conditioners, wasmachines en koelkast-compressors. Het gaat meestal om arbeidsintensieve produktie-eenheden met lage toegevoegde waarde, maar in omvang slaat het alles wat tot voor kort gebeurde.

Voor Zuidoost- en Oost-Azië is het Westen de afzetmarkt, Amerika voorop, maar de dynamiek in Azië staat onder Japanse meesterschap, zegt Courtis. Japan beheerst de technologie-overdracht, het merendeel van het kapitaalsurplus, alle lijnen komen samen in Tokio, waar de hoofdkantoren staan van de Japanse concerns. Azië is de werkplaats van Japan. Het handelsoverschot dat Japan heeft met Oost-Azië heeft Oost-Azië weer met het Westen. Industrieprodukten uit Hongkong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea bereikten vorig jaar een netto-export naar de VS van 50 miljard dollar, De bulk was consumptiegoederen. Maar intermedaire goederen en kapitaalgoederen volgen in hoog tempo en al sinds het midden van de jaren tachtig hebben deze vier landen ook bij deze produkten een expanderend overschot met de VS. Maar de helft van de toegevoegde waarde van de Koreaanse auto-export naar Amerika is van Japanse oorsprong.

Nu Nafta met zijn bepalingen over lokale componenten wellicht minder exportkansen inhoudt voor Azië, zou Japan zelf zijn markt moeten openstellen voor Aziatische produkten. Maar Azië kan niet wachten. Het is daarom al begonnen de onderkanten van de Europese markten agressief te bewerken. En met Japan al bezig aan de boven- en middenkant van de markten, overspoelen uit heel Azië golven aan produkten de Europese markt. Courtis: “Een reactie van het Westen kan niet uitblijven”.

Tot de grote Japanse concerns lijkt dat besef doorgedrongen. De 'Seelenmassage' is begonnen. De zware commissie, onder leiding van de voorzitter van de Keidanren, die deze week met voorstellen kwam tot rigoureuze deregulering, gaf daar althans blijk van. Japan moet het gevecht aangaan met zichzelf, met de gevestigde belangen in de bureaucratie en in allerlei industriële organisaties, die oogkleppen op hebben, zo luidde kernachtig de boodschap. Hoewel ze tien jaar uittrok om in Japan orde op zaken te stellen, noemden commentaren in serieuze kranten die termijn meteen veel te lang. Japan moest zijn markten snel openen. Er was haast geboden.

Aan reactiesnelheid in benarde tijden heeft het Japan nooit ontbroken. Geen enkel land wist zich aan gewijzigde omstandigheden telkens zo verbluffend goed aan te passen als Japan. Na de eerste oliecrisis in '73 leek de meest olie-afhankelijke economie ter wereld kapot, maar ze verrees sterker dan ooit. Na de yen-crisis in '87 leek Japan opnieuw uitgeteld, maar weer kwam het sterker dan ooit uit de puinhopen tevoorschijn. Dit keer zit Japan opnieuw in een impasse. 'De zon gaat ook onder', schrijven Westerse waarnemers met een haast verlekkerde ondertoon. Maar weer is Japan niet kansloos. Daarbij beschikt het als enige nog over reusachtige financiële reserves. Zou het dit keer zijn kansen verspelen dan?

    • Paul Friese