Intassir Al Wazir; 'Wraak is voor wie zich niet kan bevrijden van gisteren'

Vandaag over een maand begint het Palestijnse zelfbestuur in Gaza en Jericho. Een interview met Intassir Al Wazir, lid van het Centraal Comité van Al Fatah en weduwe van de vermoorde PLO-topman Abu Jihad, is zich bewust van het verzet tegen het Palestijns-Israelische compromis: 'Er is een universeel recht: het recht om je op te winden. Maar het is een beetje vreemd om je kwaad te maken over een naderende vrede.'

'Rond middernacht zat Abu Jihad te werken aan zijn bureau in onze slaapkamer. Ik lag al in bed, half slapend. Plotseling hoorde ik mijn man met een snelle beweging naar de kast gaan; in een la lag zijn geweer. Hij verliet de kamer. Ik kwam overeind en liep achter hem aan. Twee, drie seconden later stonden we tegenover hen: vier gemaskerde mannen, stuk voor stuk gewapend met een machinegeweer.

'Abu Jihad besefte wat er zou gebeuren. Hij keek me aan en duwde me opzij, zodat de kogels mij niet zouden treffen. Abu Jihad was de eerste die schoot. Ik weet niet of hij iemand raakte. Iemand liet zijn wapen ratelen. Mijn man verloor de greep op zijn geweer, het gleed uit zijn hand en kletterde op de grond.

'Ik keerde mijn gezicht naar de muur en sloot mijn ogen, wachtend op het moment dat ze ook mij zouden executeren. Maar het bleef stil. De kogel kwam niet. Ik draaide me weer om en wilde me over mijn man buigen, maar een van de aanvallers dirigeerde me met zijn wapen terug naar de muur. Toen stapten ze om beurten naar voren om een regen van kogels op het lichaam van Abu Jihad los te laten. Nummer één. Nummer twee. Nummer drie. Nummer vier. Het leek wel een ritueel.

'Onze zoon van twee lag nog steeds te slapen in een kamer naast de onze. De moordenaars liepen naar de wieg en begonnen daar vlak overheen te schieten. Ik zag kalk uit de muren komen. Toen Nidal wakker werd en begon te huilen, schoten ze nog tien, vijftien seconden door. Schieten, huilen, schieten, huilen, schieten, huilen. Rustig wandelde een van de mannen weer naar Abu Jihad om extra kogels op hem af te vuren. Ik schreeuwde zo luid als ik nog nooit had geschreeuwd: 'Genoeg! Genoeg!' Mijn dochter Hanan kwam op het lawaai af. Terwijl het viertal weg rende, begon zij te slaan. 'Troost je moeder', zei een man met een joods accent in het Engels. Nadat ze het huis hadden verlaten, deed ik de balkondeur open. Ik riep om hulp en zag ondertussen twaalf, vijftien mannen in verschillende richtingen wegrennen. Daarna ging ik naast Abu Jihad liggen. Hij was dood. Het was voorbij.''

In het voorjaar van 1988 maakte een Israelisch commando in Tunis een eind aan het leven van Khalil Al Wazir, alias Abu Jihad, 'Vader van de Heilige Oorlog''. De PLO verloor haar tweede man, rechterhand van Yasser Arafat. Een ontmoeting met de weduwe, enkele dagen na de moord, bleek een confrontatie met een verbitterde en verdoofde maar niet verslagen vrouw: 'Ik moet de strijd voortzetten, en dat is wat ik zal doen - net zolang tot ons volk krijgt waar het recht op heeft.''

Intassir Al Wazir heeft inmiddels een vaste positie verworven in het Centraal Comité van Al Fatah. Vijf jaar na de dodelijke aanslag op haar echtgenoot ontvangt ze ons voor een tweede maal in haar witte villa aan de rand van de Jordaanse hoofdstad Amman. De doffe blik in haar ogen is verdwenen. Gebleven is de curieuze combinatie van fragiliteit en kracht, verbetenheid en relativering. Hier zit een vrouw die haar bestaan door niets en niemand laat regisseren.

Het toeval wil dat Intassir Al Wazir in een interview toestemt op de dag dat Assad Saftawi ten grave wordt gedragen. De zoveelste gesneuvelde PLO-topman, in de Gazastrook omgebracht door onbekende schutters. 'Een groot verlies'', zegt Al Wazir. 'Ik rekende Saftawi tot mijn vrienden. Hij was een intelligente gentleman.''

Palestijnse islam-fundamentalisten distantiëren zich van deze moord. Het vermoeden van Israelische autoriteiten is dat het gaat om een interne Al Fatah-afrekening.

'Niet waar. Niet waar! It must be another hand: mensen die verwarring en verdeeldheid willen zaaien, mensen die geen middel schuwen om onze overeenkomst met de regering-Rabin te dwarsbomen. Ik weet zeker dat de daders niet in Al Fatah-kring moeten worden gezocht.''

Hoe kunt u dat zeker weten?

'Luister, Saftawi was een door alle facties gerespecteerd man. Hij leek water en vuur tegelijkertijd. Hij paarde gematigdheid aan een militante houding.''

Als geen ander weet ze wat de verwanten van Assad Saftawi doormaken. Jaren voordat Intassir Al Wazir zelf alleen kwam te staan, gaf ze al leiding aan de Palestinian Social Welfare Association.

'Wij zorgen voor zo'n 60.000 gezinnen van Palestijnse martelaren, gewonden en gevangenen. Onze organisatie staat garant voor opvang, begeleiding, gezondheidszorg en scholing. Zonodig geven we achterblijvenden financiële steun. Veel familieleden van Palestijnse mannen die hebben deelgenomen aan onze revolutie zijn met lege handen achtergebleven. Tot voor kort konden we maandelijks krap vijf miljoen dollar besteden, geld dat rechtstreeks uit PLO-bron kwam. Maar het afgelopen half jaar kregen we nauwelijks iets binnen. Het valt de PLO moeilijk kwalijk te nemen: sinds de Golfoorlog hebben landen als Saoedie-Arabië en Koeweit ons financieel de duimschroeven aangedraaid.

'De Palestijnen moeten lijden, hè. Boeten voor het feit dat zij zich neutraal opstelden in het conflict met Irak. Volgens de PLO was een geweldadige oplossing de verkeerde weg; de zaak behoorde door Arabisch overleg te worden opgelost. In onze ogen was niemand gediend met troepen van de Verenigde Staten die in deze regio eventjes orde op zaken kwamen stellen. De Golfstaten interpreteerden de PLO-opstelling als een keuze voor Saddam Hussein - tot op de dag van vandaag betalen we de tol. Nu de contouren van een Palestijnse staat zich aftekenen, is hervatting van de hulp noodzakelijk. De Amerikanen zetten de Golfstaten te weinig onder druk. Gelukkig probeert de Egyptische president Mubarak de geesten weer rijp te maken.''

U spreekt niet erg enthousiast over de Palestijnse houding in de Golfoorlog. Spijt?

Een lange stilte. Zuchtend: 'Ja. Het was verkeerd. Het was absoluut verkeerd. Achteraf gezien hielden we te weinig afstand ten opzichte van Baghdad. Ik geef dat eerlijk toe. Het kostte ons sympathie, het kostte ons politiek kapitaal, het kostte ons een hoop geld. De PLO liet zich meeslepen door het volk: de Palestijnen hier in Jordanië en in de bezette gebieden juichten toen ze de Irakese Scuds richting Tel Aviv zagen overvliegen. Terwijl de Israeli's in hun schuilkelders zaten te trillen, stonden zij te dansen op de daken. Kijk, voor ons was het op dat moment buitengewoon moeilijk te zeggen dat men nét blij moest zijn met de acties van Saddam Hussein, dat men hem nét moest omarmen als potentiële bevrijder. We konden het niet over onze lippen krijgen. Kunt u zich dat voortstellen? Het vereiste een vorm van leiderschap die we gewoon niet opbrachten. We verzeilden in een soort diplomatiek niemandsland. (lachend:) En verdwaalden.''

Twee jaar later ligt plotseling het Gaza/Jericho-akkoord op tafel. Hoe is de PLO van de dwaalweg tot hier gekomen?

'Door te gaan inzien dat niet strijd maar overleg ons verder zou helpen. Ik zal eerlijk zijn: We liepen met onze kop tegen de muur. Er moest een deur naar een andere kamer worden geopend, en dat konden we alleen zelf doen. Ik was er fel vóór. Als we niet in Madrid en Washington waren gaan praten, zou het Palestijnse volk van de wereldkaart zijn verdwenen.''

Ruim een maand voordat de wereld vernam dat Israel en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie succesvol hadden onderhandeld in Oslo, kwam het nieuws Intassir Al Wazir al ter ore. 'Arafat deelde het mij hoogstpersoonlijk mee. I was delighted! In het Centraal Comité van Al Fatah stonden direct mensen op die het initiatief afkeurden. Ik vond het moeilijk hen aan te vallen, want ze zeiden te spreken namens de Palestijnen die hun leven hadden gegeven voor onze zaak - onder wie Abu Jihad. Ik begrijp hun kritiek: officieel is helaas nog geen sprake van een onafhankelijke eigen staat, en degenen die zich in 1948 (tijdens de Israelische onafhankelijkheidsoorlog) uit Palestina zagen verdreven, wordt het recht op terugkeer onthouden. Wat gebeurt er verder met Oost-Jeruzalem? Dat is van ons! Allemaal moeilijke punten. Toch is het een stap in de goede richting, een aanzet tot gerechtigheid.''

Het hoofd van de Palestijnse delegatie in Washington, Haider Abdel Shafi, voelde zich overvallen: 'Dit slechte akkoord is achter onze rug om tot stand gekomen. We zijn gewoon gepasseerd en voor schut gezet.'' Die gang van zaken reduceerde de besprekingen waaraan hij deelnam tot 'een theekransje''.

'Er is een universeel recht: het recht om je op te winden, om boos te worden'', zegt ze plechtig. Dan, ironisch: 'Maar het is een beetje vreemd om je kwaad te maken over naderende vrede.''

Is de islamitische organisatie Hamas in staat het vredesproces te saboteren?

'Ondanks alle retoriek geloof ik niet dat de fundamentalisten er op uit zijn de overeenkomst te torpederen. Woorden, woorden, maar wat is de praktijk? Wij voeren een dialoog met Hamas, en we maken deals: dat het bijvoorbeeld afgelopen zal zijn met wederzijdse aanslagen. Tot nu toe leeft Hamas de afspraken na. De vraag is natuurlijk of individuen zich veel gelegen laten liggen aan onze onderlinge wapenstilstand.''

Hamas blijft wel aanslagen plegen op Israelische militairen en burgers.

'Ik ben tegen het doden van onschuldigen. Maar de kolonisten lokken zulke acties uit. Door hun provocerende houding, door hun 'joodse intifada' tegen Palestijnen. Inderdaad, onze onderhandelaar Zyad Abu Zyad heeft de Israelische stenengooiers gangsters genoemd. Ik ben het met hem eens: het zijn misdadigers, ze hebben ons land gestolen en verdedigen dat nu op geweldadige wijze.''

Het is 14 december, de eerste dag dat in de Gazastrook en Jericho een Palestijnse politiemacht de orde handhaaft. Een joodse inwoner van een nederzetting rijdt te hard en wordt aangehouden door een net aangestelde Palestijnse agent, die hem een boete wil geven. Hoe moet ik me zo'n scène voorstellen?

'Ik weet het niet. Hoe ziet een droom eruit? For them it's a nightmare, for me it's a dream come true!'' Als ze is uitgeschaterd: 'Dergelijk gedoe lijkt me niet de kern van de problemen. Ten eerste zou het Israelische leger zich helemaal moeten terugtrekken. Verplaatsing van de troepen naar het joodse nederzettingengebied Katif in zuidelijk Gaza - het meest recente compromisvoorstel van Rabin - is niet voldoende. Volledige ontruiming, niets minder. Ten tweede zouden eigenlijk alle 3500 kolonisten de Gaza-strook moeten verlaten.

ï

'Ik beweer niet dat joden onder geen voorwaarde in ons autonomie-gebied kunnen blijven. Ze zijn van harte welkom. Ahlan wi sahlan, zeg ik tegen zulke mensen. 'Kom d'r bij jongens! Maar behalve burgerrechten wachten jullie ook plichten, regels en gedragslijnen.' Ik heb goede hoop dat we er op die manier uitkomen. Het aantal Israeli's dat oprecht en fair tot zaken wil komen, neemt toe. Het aan de macht komen van de Arbeiderspartij weerspiegelde een enorme maatschappelijke verandering. Ik denk niet dat de compromisgezindheid een toneelstukje is, of opportunisme, of bedrog. Het is een echte dorst naar vrede.''

Hoe klinkt het woord 'jood' u tegenwoordig in de oren?

'Voor mij betekent het wat het altjd voor me heeft betekend: Niets bijzonders. Een jood is een mens zoals ik. Een jood is niet per definitie een vijand. Een zionist wel. Ik beschouw het zionisme als een apartheid-achtige politieke stroming die de bezetting van ons vaderland heeft geproclameerd.

'Als kind heb ik in Palestina nog iets van de tijd meegemaakt dat joden en Palestijnen op natuurlijke wijze met elkaar samenleefden. Ik herinner me dat ik vóór '48 - Palestina heette officieel 'Brits mandaatgebied' - ging logeren bij een aardige oom in de buurt van Jaffa. Hij was de vader van Abu Jihad. Iets verderop woonden joden. Buren dronken samen koffie, kleuters speelden met elkaar - heel gewoon.

'Abu Jihad en ik leerden elkaar kennen toen ik vijf jaar oud was, hij twaalf. We trouwden begin jaren zestig in Gaza, waar ik ben geboren. Een deel van mijn familie leeft en werkt daar; die broers en zussen zal ik binnenkort weer in de armen sluiten. Ik word waarschijnlijk gestationeerd in Jericho, maar Gaza zal mijn echte woonplaats zijn. Ons huis in het midden van Gaza-stad staat nog overeind, al is het oud, vochtig, onbewoond. Dertig jaar geleden zag ik het voor het laatst. Ik ben altijd van die woning blijven dromen - ik zie mezelf in de kamers spelen en achter een bal aan door de gangen rennen. De spoorlijn die indertijd Jeruzalem met Kairo verbond, liep zo ongeveer door onze achtertuin. We keken uit over een groen veld, in de verte lagen heuvels. Mijn vader was landeigenaar, op zijn grond werden dadels, sinaasappels, limoenen en druiven verbouwd.

'Toen ik de deur van mijn ouderlijk huis in 1963 achter me dicht gooide, kon ik niet weten dat ik pas drie decennia later weer de kans zou krijgen over de drempel te stappen. Ik reisde met Abu Jihad naar Algiers. Daar kreeg Al Fatah na het uitroepen van de Algerijnse onafhankelijkheid een kantoor. Mijn man gebruikte het als uitvalsbasis voor contacten met landen als China, Noord-Korea en Vietnam. Al snel bleek dat Gaza voor ons onbereikbaar was geworden. De strook stond onder supervisie van Egypte, en omdat Abu Jihad zich ontwikkelde tot een radicale Palestijnse voorman gaf Kairo ons geen toestemming voor bezoeken aan mijn familie. Zo'n Paard van Troje hielden de Egyptenaren liever uit de buurt. In '67, tijdens de Zesdaagse Oorlog, lijfde Israel Gaza in. Vanaf dat moment leek de weg terug voor mij definitief afgesneden. Maar nu kan ik op de plaats van mijn verleden aan onze toekomst gaan werken.''

De zitkamer heeft iets van een mausoleum voor Abu Jihad. Overal prijken foto's. Hier schudt hij Arafat een hand, daar spreekt hij de Palestijnse Nationale Raad toe. Boven de bank waarop Intassir Al Wazir zetelt, hangt een geschilderd portret: Clark Gable-achtige trekken, superieure blik, ondoorgrondelijke glimlach. De weduwe vertelt over een leven-in-diaspora aan zijn zijde. Wegens de voortdurend wisselende Palestijns-Arabische allianties was het een permanente trektocht: van Palestina naar Koeweit, van Koeweit naar Algerije, van Algerije naar Libanon, van Libanon naar Syrië, van Syrië naar Jordanië, van Jordanië naar Libië, van Libië naar Irak, van Irak naar Tunesië.

'Wij waren niet alleen geliefden'', zegt ze. 'Wij hielden van elkaar, we respecteerden elkaar, we steunden elkaar - maar tegelijkertijd waren we collega-strijders. It was a terrible but very beautiful life. Gemakkelijk was het nooit, maar elke minuut in de schaduw van Abu Jihad vond ik mooi.''

Uw echtgenoot geldt als 'de uitvinder van de intifadah', de strateeg achter de Palestijnse volksopstand.

'Hij realiseerde zich op een gegeven moment dat de 'revolutie van buitenaf' geen kans van slagen had. We moesten pressie in de bezette gebieden creëren. Het Palestijnse leiderschap was in Libanon bekneld geraakt tussen plaatselijke milities, het Syrische leger en de Israelische strijdkrachten. Abu Jihad sprak vaak met me over de vraag hoe we de Westbank konden veranderen in een kruitvat. Hij begon allerlei comités op te zetten, met mensen uit de vrouwenbeweging, jeugdclubs, vakbonden, het onderwijs, dorpsraden. Een revolutie is tot op grote hoogte organiseerbaar. De Israeli's moeten hebben gedacht dat zij door het afmaken van Abu Jihad de intifadah konden stoppen. Dat zagen ze verkeerd: het oproer had een autonome kracht gekregen. Het stuwde zichzelf voort. De dood van Abu Jihad was olie op het vuur - op het moment dat Abu Jihad stierf, werden honderden nieuwe Abu Jihads geboren.''

Hebt u geprobeerd de nacht van de moord uit uw geheugen te bannen, of bent u er bewust over blijven denken en praten?

'Ik heb gepoogd de beelden te wissen. 'Denk er niet meer aan', hield ik mezelf voor. Ik meende dat alles zou vervagen als ik erover zweeg. Ten onrechte - de gebeurtenissen blijven telkens opdoemen.''

Abu Jihad omringde zich niet met bodyguards. Hij werd beschermd door een tuinman en een bejaarde bewaker. Dat doet naïef aan.

In de verte schalt de oproep tot gebed van een muezzin uit moskee-luidsprekers. 'Abu Jihad was een trouw lezer van de Koran. Levens eindigen op het moment dat ze móeten eindigen - daarvan was hij overtuigd. Bewakers, veiligheidsmaatregelen... ach, als Allah vindt dat je tijd is gekomen, helpen aardse dingen niet.

'Abu Jihad verwachtte de moordaanslag al vijfentwintig jaar. Anywhere, any place. Eigenlijk gaat het voor elke Palestijn op: wanneer je besluit deel te nemen aan de revolutie en de gewapende strijd, offer je je leven. Elke seconde die je vanaf dat ogenblik existeert, is meegenomen.''

Vorige week arresteerde de Tunesische politie Adnan Hassan Yassin, een hoge functionaris van de PLO-veiligheidsdienst, wegens spionage voor Israel. Hij zou tien jaar voor Jeruzalem hebben gewerkt. Yassin moet betrokken zijn geweest bij de aanval van de Israelische luchtmacht op het PLO-hoofdkwartier in '85, en bij de eliminatie van Abu Jihad.

'Schokkend nieuws. Ik heb de Tunesische autoriteiten gedetailleerde vragen gesuggereerd om te achterhalen of Yassin indertijd een verradersrol speelde. Yassin kwam op mij over als een betrouwbaar man, iemand die zich maximaal inzette. Het leek hem aan niets te ontbreken: vrienden, een gelukkig gezin. We betaalden hem goed - voor geld hoefde hij het niet te doen. Waarom? Waarom toch? Verbijsterend.''

Volgens de Tunesische inlichtingendienst zou Yassin, een vertrouweling van Arafat, in samenwerking met de Mossad bezig zijn geweest een aanslag voor te bereiden op de leider van de PLO.

'Hierover kan ik voorlopig niets zeggen. De zaak is in onderzoek. We hebben er ook een eigen team op gezet.''

Uw voorzichtige toon verbaast me. In het verleden zei u te hopen dat Palestijnse kinderen op een dag Israelische ministers zouden stenigen.

'Mijn wraakgevoelens zijn geweken. Het recht begint zijn loop te krijgen - wraak is voor wie zich niet kan bevrijden van gisteren.'' Beheerst: 'Toen de Israeli's Abu Jihad vermoordden, dacht ik dat ze tevens het verlangen naar vrede in mij hadden gedood. Maar het gekke is dat de pijn me louterde, me juist deed realiseren dat het over moest zijn met het bloedvergieten. Er hebben al teveel vrouwen gerouwd. Mensen als ik moeten hun privé-sentiment wegslikken. Het draait per slot van rekening niet om het verdriet van een paar personen, het draait om naties.

'Niet alleen ik moet dit bedenken - óók de Israeli's. De PLO wilde graag dat Amin Al Hindi deel zou uitmaken van de Palestijnse delegatie die onderhandelt over de uitwerking van het autonomie-akkoord. Rabin en de zijnen spraken hun veto uit. Rafadou! - die komt er niet in. Al Hindi, redeneerden zij, is verantwoordelijk voor de terreurdaden tijdens de Olympische Spelen van '72 in München, die werden gevolgd door een bloedbad op het vliegveld. Maar met wie willen de Israeli's dan eigenlijk vrede sluiten? Alleen met good guys? Honderd procent good guys zijn er niet - niet aan onze kant, niet aan de hunne. De leden van de Israelische delegatie hebben óók schietpartijen en executies op hun geweten.

'Yitzak Rabin zelf was één van de vijf kernleden van het Israelische kabinet dat besloot Abu Jihad uit de weg te laten ruimen. Ik en mijn volk zijn bereid met hem in zee te gaan. Laat hij óns accepteren. Als iedereen bloed aan zijn handen heeft, kunnen we ze over en weer schudden - niemand is onbezoedeld.''

Staande voor het Witte Huis, naast president Clinton, zei premier Rabin: 'Wij die hebben gevochten tegen u, Palestijnen, wij zeggen u hier met luide en heldere stem: genoeg bloed en tranen. Genoeg! (...) We koesteren geen haat jegens u. We zijn, net als u, mensen - mensen die een thuis willen bouwen, een boom willen planten, willen liefhebben, aan uw zijde willen leven, in waardigheid, in gelijkgeaardheid, als mensen, als vrije mensen.' Arafat maakte zo'n gebaar niet. Hij kwam met een geharnast verhaal over de glorieuze overwinning.

'Ik had moeite met Arafats speech. Ik vond hem óók te politiek, te weinig humaan. In de euforie vergat hij te refereren aan de tragiek en de ellende waaraan het Palestijnse volk het hoofd heeft geboden. Ik heb hem na dat betoog in Washington mijn mening niet onthouden en gevraagd of hij zich in het vervolg meer van vlees en bloed kan tonen. 'Je hebt gelijk', antwoordde hij. Arafat staat open voor kritiek. Ik hoor hem nu genuanceerder spreken.''

Hij heeft meegewerkt aan een doorbraak waarvan honderdduizenden Palestijnen hier in Jordanië geen gebruik zullen maken: 'Prachtig dat we over enige tijd mogen terugkeren naar de Westbank en Gaza, maar wat moeten in streken waar de economische crisis diepe sporen trekt en de werkloosheid veertig procent is? We prefereren de Jordaanse omstandigheden.' De wereld zal die houding niet begrijpen: de Palestijnen hebben toch jarenlang om die gebieden gesmeekt?

'Als je het recht verwerft eindelijk voet op de bodem van je homeland te zetten, moet je daar koste wat het kost gebruik van maken. Dat recht is óók een morele plicht: de plicht het vaderland op te bouwen.''

Mensen horen zich daar niet aan te onttrekken. Ik zal mijn uiterste best doen om ons volk duidelijk te maken dat we en masse moeten gáán. ''

Intassir Al Wazir loopt met de bezoekers mee naar de voordeur. Op de stoep staat een hokje waarin lijfwachten kralensnoeren door hun handen laten glijden om de tijd te doden.

Ironie van de geschiedenis: terwijl u vroeger geen protectie tegen Israeli's nodig achtte, laat u zich nu beschermen tegen extremistische Palestijnen.

'Al Fatah legt me dit op'', zegt ze schouderophalend. 'Het hoort bij het lidmaatschap van het Centraal Comité. Maar ik geloof er eerlijk gezegd niet in. Het maakt me ook niet uit wat er gebeurt - ik heb allang vrede in mezelf gevonden. Tot ziens in Gaza, Jericho of Jeruzalem.''

    • Frénk van der Linden
    • Met Medewerking van Evert Schreur