HET TREURIGE HELDENDOM VAN 'ARNHEM'

Urquhart of Arnhem, The Life of Major-General R.E. Urquhart CB, DSO door John Baynes 272 blz., geïll., Brassey's 1993, ƒ 80,75 ISBN 0 08 041318 8

Het had een plot voor een spionageroman kunnen zijn, maar het was de onverdunde, rauwe oorlogsrealiteit die de geleerden later voor een raadsel stelde: op de tweede dag van de Slag bij Arnhem, waarin Engelse en Duitse troepen sinds 17 september 1944 in een strijd op leven en dood gewikkeld waren om het bezit van de brug over de Rijn, raakte de 1ste Britse Airborne Divisie zomaar zijn commandant kwijt zonder dat iemand wist waar hij was of wat hem was overkomen. In zijn eigen relaas van die episode (Arnhem, 1958) stelt Urquhart dat incident voor als een bedrijfsongeluk van het type dertien in een dozijn, maar zijn biograaf John Baynes heeft daar een minder welwillende mening over. Baynes beschouwt de verdwijning van de Britse divisiecommandant gedurende bijna een vol etmaal als een ernstige fout, die niet zonder gevolgen is geweest voor de gevechtsgesteldheid van zijn troepen.

Urquhart was een meevechtende generaal die het zitvlees miste om het verloop van de strijd geheel uit zijn hoofdkwartier te volgen. Als hij zich van de vorderingen van zijn troepen op de hoogte wilde stellen, was hij gewoon er zelf op uit te trekken omdat hij 'alleen zijn eigen ogen geloofde'. In dit geval was er nog een dwingende reden: de radioverbindingen waren verstoord waardoor de communicatie tussen de onderdelen van zijn divisie voortdurend in de war was. Zijn stafofficieren hadden daarom niet onmiddellijk alarm geslagen toen de divisiecommandant wat langer dan gewoonlijk was weggebleven. Na enige tijd begon op zijn hoofdkwartier echter het onheilspellende besef door te dringen dat er iets ongewoons aan de hand was. In het ergste wilden ze niet geloven, maar uitsluiten konden ze het niet. Urquhart bleef onvindbaar en in de loop van de avond moest hij als vermist worden opgegeven.

Wat de commandant van de 1ste Airborne Divisie in werkelijkheid was overkomen tartte ieders fantasie. Urquhart was met zijn plaatsvervanger Brigadier Lathbury in de omgeving van het Arnhemse Gemeentemuseum aan de westzijde van de stad poolshoogte gaan nemen van de vorderingen van zijn troepen. Lathbury was de commandant van een der verst vooruitgeschoven pelotons, de kapitein James Cleminson tegengekomen, tegen wie hij zei dat de generaal de route naar de brug wilde verkennen. 'For goodness' sake don't, you will only run into a lot of Germans'. Cleminson had hem met het oog op het gevaar van rondstruinende Duitse infanterie zijn omzwerving ontraden, maar de divisiecommandant had die waarschuwing in de wind geslagen.

Ze waren nog geen straat verder, of Urquhart en Lathbury, de inlichtingen-officier kapitein Taylor en Cleminson (die zich had aangesloten omdat hij zijn commandant niet alleen wilde laten gaan) liepen bijna in de armen van een Duitse colonne. Ze wisten zich te redden door dekking te zoeken in een van de dichtstbijstaande huizen in de straat. Via de achtertuinen namen Urquhart c.s. de wijk, maar er was geen ontkomen aan, want in alle straten patrouilleerden de Duitse troepen, op zoek naar Engelsen. Lathbury was door een Duitse kogel geraakt waardoor ze hem in de kelder van het huis moesten achterlaten. De drie overgebleven Britten (Urquhart was een Schot) vluchtten een ander huis binnen, maar ook daar waren ze aan alle kanten ingesloten. Urquhart realiseerde zich dat zijn troepen onbereikbaar voor hem waren geworden en dat de leiding van operatie Market Garden in feite buiten gevecht was gesteld. In die schuilplaats op de vliering van het huis aan de Zwarteweg 14 bracht de commandant van de 1ste Airborne Divisie praktisch de gehele maandag door en slaagde pas tegen de ochtend van de derde dag erin uit te breken. Zijn afwezigheid duurde bijna 40 uur. Toen hij weer boven water kwam, werd hij op zijn hoofdkwartier in het hotel Hartenstein door zijn verzorger, de soldaat Hancock verwelkomd alsof er niets gebeurd was: 'Sir, uw thee en uw scheerwater staan klaar.'

In het eerste boek over de Slag om Arnhem dat ik een jaar of dertig geleden las werd de ontsnapping van Urquhart aan zijn Duitse belegeraars beschreven als een monumentaal bewijs van zijn kalme moed - bij uitstek de kwaliteit die zijn roem als de held van Arnhem in de geschiedenis zou verzekeren. Het was vooral de beschrijving van die avontuurlijke ontsnapping (waarbij Urquhart eigenhandig een gewapende Duitse infanterist had opgeruimd) die tot de verbeelding sprak, maar ook het feit dat een paar Britten een Duitse overmacht te slim af waren geweest.

Die triomf van de slimheid schonk de Nederlandse lezer een diepe morele voldoening. Dat Urquhart zich door roekeloosheid in de nesten had gewerkt en zijn troepen door zijn afwezigheid aan groot gevaar had blootgesteld, kreeg in de nabeschouwingen van die tijd nog weinig aandacht. Dat was ook vanzelfsprekend, want Urquhart had een staat van dienst van hier tot El Alamein. Het was de meest gelauwerde Britse militair die ooit een voet in Arnhem had gezet, beladen met de hoogste onderscheidingen van de slagvelden van Tripoli, Medanine, Mareth, Sicilië en Rizo.

SCHADUWZIJDE

In het jongste boek over Arnhem, de zojuist verschenen biografie van Urquhart door John Baynes, is het zwaartepunt meer verschoven naar de schaduwzijde van Urquharts dynamische persoonlijkheid. De militaire historicus Baynes (een gewezen militair, die in 1972 in de rang van overste met pensioen ging) geeft daarvan een evenwichtige analyse, die Urquharts inspirerende eigenschappen het volle pond geeft maar zijn zwakke eigenschappen niet spaart.

Baynes' mening dat Urquharts onberaden afwezigheid een moment van beslissende stuurloosheid heeft veroorzaakt in de strijd om de brug over de Rijn, waarvan de Geallieerde doorstoot naar het Ruhrgebied en Berlijn afhankelijk was, steunt vooral op de inzichten van de overste A.Th. Boeree. Volgens deze Nederlandse militaire Slag bij Arnhem-expert zou Urquhart, indien hij op de tweede dag van de strijd aanwezig was geweest, het bataljon-Frost wellicht hebben teruggeroepen om een sterk bruggehoofd op de heuvels ten noorden van de Rijn te vormen: bijvoorbeeld tussen Heveadorp en Oosterbeek met als centrum de heuvel Westerbouwing, vanwaar de Airbornes het Drielse veer over de Rijn zouden hebben beheerst. Daar had de 1ste Airborne Divisie dan de komst van het Britse Tweede Leger kunnen afwachten.

Een van de grootste tactische fouten die Urquhart volgens Baynes heeft gemaakt was zijn beslissing de onder zijn bevel staande Poolse parachutistenbrigade van generaal Sosabowski niet bij Arnhem maar op een verder gelegen landingszone te laten afspringen. De Polen hadden een beslissende invloed op de strijd om de brug kunnen hebben als ze vlak bij de brug waren geland en het tweede betaljon van Frost, dat zich alleen moest staande houden ('holding on to Arnhem bridge by their eyelids'), hadden ontlast. Frost zelf is van het begin af die mening ook toegedaan geweest. 'Als de Polen onmiddellijk versterking hadden kunnen bieden, zou dat een groot verschil hebben uitgemaakt,' schreef hij in zijn memoires (Nearly There, 1991). Frost en Baynes baseren die mening op de wetenschap (die de slecht geïnformeerde, zelfs misleide Urquhart niet had), dat vrijwel de gehele Duitse tegenstand ten noorden van de brug en van de stad was geconcentreerd.

Urquhart komt niet brandschoon uit deze beoordeling te voorschijn, maar de fouten die hij in Arnhem maakte zinken in het niet vergeleken bij de veel ernstiger fouten die op een niveau boven de commandant van de 1ste Airborne Divisie werden gemaakt. De operatie Market Garden miste van het begin af 'a single controlling mind'. Browning, die zijn hoofdkwartier hierheen had gebracht, maar in Engeland nuttiger werk had kunnen doen, onderschatte de transportproblemen (hij weigerde zich in te spannen om de luchtlandingstroepen in één dag te laten overvliegen), Dempsey liet weinig van zich horen en vooral lang op zich wachten en Montgomery, die te veel was afgeleid door zijn eigen ambities, bagatelliseerde de Duitse tegenstand op de grond. Bovendien maakte hij de misslag de inlichtingen van de Nederlandse ondergrondse, waarvan de accuratesse niets te wensen overliet, hooghartig van de hand te wijzen. Had hij daar naar geluisterd, dan zou dat de geallieerde oorlogsinspanning misschien een 'disastrous failure' hebben gescheeld. Hoewel alle deskundigen dit de Britse opperbevelhebber als een fatale tekortkoming hebben aangerekend, heeft Montgomery tot zijn dood volgehouden dat Market Garden een geniaal concept was. Militairen die zichzelf in hun memoires onderzoeken (en gevrijwaard zijn van parlementaire enquêtes), komen er altijd goed af.