Goddijn

Het is onbegrijpelijk dat er nog zo'n tekort aan rooms-katholieke priesters in Nederland bestaat.

Uit het interview van Frits Abrahams met prof.dr. Walter Goddijn (Zaterdags Bijvoegsel 9 oktober) blijkt dat er heel wat interessante facetten aan het priesterambt zitten. In de eerste plaats kan je de Kerk volgens Goddijn beschouwen als middel voor het doen ervaren van transcendente waarden. En volgens hem moet de mens (dus ook de priester) een groot onderscheid maken tussen geloofszaken en morele zaken. Voor morele zaken moet elk mens vanuit zijn eigen geweten in bepaalde situaties beslissingen nemen. Volgens mij is deze opvatting voor een gewoon mens en zeker voor een priester een aantrekkelijk uitgangspunt bij het nemen van moeilijke beslissingen. Want je hoeft geen groot psycholoog te zijn om vast te stellen dat de bezitter van een geweten daarmee uiterst creatief kan omgaan.

Wat het priesterschap ook aanlokkelijk maakt is het celibaat.

Volgens Goddijn moet je als priester alleen maar de strikte interpretatie van het 'niet gehuwd zijn' nakomen. Of de priester seksuele relaties mag onderhouden hangt af van de persoonlijke omstandigheden. Mijns inziens zal het voor een priester niet moeilijk zijn omstandigheden te vinden die het aangaan van seksuele relaties rechtvaardigen. Volgens Walter Goddijn behoeven de relaties niet het karakter te krijgen van vaste verhoudingen. Volgens mij betekent dit dat een priester zelfs beter af is met het hebben van meer losse relaties.

Over vrouwen die het slachtoffer kunnen worden van deze seksuele vrijheid rept Goddijn met geen woord.

Ik ken een gehuwde (niet-religieuze) man die meer dan 30 jaar zijn ernstig invalide vrouw verzorgt. Wat was hem op het terrein van de verzorging niet allemaal bespaard gebleven als hij in zijn jonge jaren gekozen had voor het priesterschap. Als priester had hij nu een redelijk vast inkomen, op geregelde tijden vrijblijvend kunnen ouwehoeren over geloofszaken, maar vooral kunnen profiteren van Goddijns interpretatie van het celibaat. Hij zou wel uitgegroeid zijn tot een top-huichelaar, maar dat valt in deze kringen kennelijk niet meer op.

    • W. Gordijn