GIDS VOOR HET SLAGVELD

Velden van weleer. Reisgids naar de Eerste Wereldoorlog door Chrisje en Kees Brants 316 blz., geïll. Nijgh & Van Ditmar/ Dedalus 1993, ƒ 45,- ISBN 90 388 0274 9

Op gehoorafstand woedde de oorlog, de great war, la grande guerre. Tot in Londen en naar aangenomen mag worden ook in Amsterdam, was het onophoudelijke gebulder van de kanonnen te horen. Zo veel en zulk oorverdovend lawaai heerste er dat heel wat frontsoldaten een shell shock opliepen en krankzinnig werden. Vijftienhonderd kilometer lang en meestal niet meer dan veertig kilometer breed was het front in België en Frankrijk. Volgens de zojuist verschenen Nederlandse reisgids van het echtpaar Brants kost het een dikke twee weken om alles te zien. Niet alleen het ongehoord groot aantal Engelse, Amerikaanse, Australische, Nieuwzeelandse, Canadese oorlogskerkhoven waar de gesneuvelden zij aan zij, bekend of slechts known unto God begraven liggen, maar nog veel meer. In Vlaanderen bijvoorbeeld oude bomtrechters vol modderig water, in het zachtglooiende gebied van de Somme de resten van Duitse stellingen en geallieerde loopgraven. Bij Verdun, waar het verleden op zo'n kermisachtige wijze wordt uitgebaat, liggen terreinen waar de grond zo door de oorlog is vergiftigd dat landbouw nog altijd niet mogelijk is.

In West-Vlaanderen en in heel Noord-Frankrijk zijn de resten van het front met zijn netwerk van 40.000 kilometer aan loopgraven en stellingen, nog te vinden. 'Op nog geen kilometer buiten Ieper lag Hellfire Corner', zo lezen we in de gids, 'nu simpelweg de kruising met de weg Zillebeke-Roeselare. Slechts een demarcatiesteen links op het kruispunt herinnert eraan dat de Duitsers in 1918 tot hier oprukten. Destijds stonden de Duitse kanonnen met verwoestend effect op dit kruispunt gericht, hoewel de Engelsen canvasschermen hadden geplaatst, als decors van een goedkoop variététheater, om de troepenbewegingen aan het spiedende Duitse oog te onttrekken. Een kilometer daarvoorbij ligt rechts Café Het Kanon, te herkennen aan de glimmende granaathulzen in de vensterbank. Schuin boven de tap een panorama van de Belgische frontstreek, ernaast een monsterlijke klok, gemaakt van granaten, hulzen, geweerpatronen en ander '14-'18-koperwaar, het werk van een dame uit Ieper die tot voor kort dergelijke stukken op bestelling leverde. Hier vindt elke derde zondag van de maand een ruilbeurs voor militaria en memorabilia plaats'.

Dit is zomaar een plaatsbeschrijving uit Velden van Weleer, een bijzondere reisgids, die zo goed geschreven is dat men niet echt op reis hoeft te gaan maar het bij leunstoel-toerisme kan laten.

MINACHTING

De gids bevat acht routebeschrijvingen; diverse detailkaarten wijzen naar forten, musea en loopgraven, de overblijfselen van een gruwelijk verleden uit grootvaders tijd. De gids vertelt ook over de achtergronden van de strijd die vrijwel in heel Europa met veel enthousiasme werd begroet. Patriottisme en militarisme waren vanzelfsprekende nationale deugden. Bovendien zou de Grote Oorlog niet alleen een war to end all wars zijn, maar ook een fantastisch avontuur om de cultuur nieuw leven in te blazen.

Weliswaar was de Eerste Wereldoorlog volgens het schrijverspaar een soort 'literaire oorlog', en heeft zelden 'zo veel narigheid tot zoveel prachtige kunst geleid', maar zij verwerd toch al heel snel tot een oorlog van de bitterste misère. Van zoveel doden en ook zoveel deserteurs, dat oorlogslogica gebood dat er juist daarom mee moest worden doorgegaan. Het was ook de oorlog waarin voor het eerst gifgas werd gebruikt, waarin voor de eerste maal tanks optraden en voor het eerst luchtbombardementen werden uitgevoerd.

De Eerste Wereldoorlog met zijn miljoenen slachtoffers was er vooral een van altijd maar regen en modder en van grote vijandigheid; niet alleen tegen de vijand, maar ook tegen de legerleiding vanwege vaak vergaande stompzinnigheid van de generaals. De Britse veldmaarschalk sir Douglas Haig was daar een voorbeeld van. Volgens de Britse historicus A.J.P. Taylor was hij de hoofdverantwoordelijke voor de derde slag van Ieper (1917) die aan driehonderdduizend Britten, 260.000 Duitsers en 8.500 Fransen het leven heeft gekost. Nog altijd leeft deze slag-in-de-modder in het Engelse collectieve bewustzijn omdat toen en bij de slag aan de Somme (1916) bijna een hele generatie jongemannen uit het Britse Gemenebest is omgekomen. Terwijl Haig een bevelhebber was die nooit aan het front kwam omdat hij onpasselijk werd bij het zien van bloed en gewonden, heerste er langs het Franse front een typisch Franse stijl van oorlogsvoering, die men l'attaque à l'outrance noemt - de aanval tot het uiterste: op het krankzinnige af moedig, maar ook uitdrukking van de totale minachting van de bevelhebbers voor het leven van hun soldaten. Met als gevolg dat na nog geen drie jaar oorlog wanhoop en onwil de voornaamste gevoelens in de Franse linies waren. Het land verdedigen wilde men nog wel, aanvallen niet meer. De bevelhebbers werden geconfronteerd met een algemene muiterij waarbij alleen al in de Champagne nog maar twee van de zestien divisies vochten, twintigduizend man binnen een maand gedeserteerd waren en de soldaten aan de Aisne zongen:

Ce sera votre tour, messieurs les gros

De monter sur l'plateau

Car si vous voulez la guerre

Payer la de votre peau.

(De beurt is aan jullie, vette heren/ Om deze hoogvlakte te beklimmen / Want als jullie oorlog willen / dan betaal je maar met je eigen huid).

Aanvankelijk was aangenomen dat de oorlog maar kort zou duren, dat de soldaten voor de wijnoogst (rentrés pour les vendanges) weer thuis zouden zijn, zurück in der Heimat vor die Blätter fallen en ieder geval Home before Christmas. Maar hij duurde niet vier maanden, maar ruim vier jaar en heeft ongeveer tien miljoen levens gekost.

    • Frits Groeneveld