De meeste politieke partijen zeggen niet dat het land vol is

DEN HAAG, 13 NOV. Eigenlijk bestaat er tussen de verschillende politieke partijen consensus over het immigratievraagstuk, meent het Kamerlid Wolffensperger (D66). “Grosso modo wordt er inhoudelijk over de zaak zelf niet heel verschillend gedacht. Niemand wil bijvoorbeeld de mogelijkheden tot gezinshereniging geheel afschaffen, als dat al zou kunnen. Het gaat om verschillende nuances in beperkingen”. Maar juist omdat inhoudelijk weinig verschil van mening bestaat over problemen van toelating, opvang en integratie van vreemdelingen ziet Wolffensperger risico's bij de komende verkiezingsstrijd. “Partijen zullen zich willen profileren, en omdat er inhoudelijk weinig verschil van mening bestaat, zal het voornamelijk gaan over de vraag of Nederland vol is of niet.” En dat is, zo vindt Wolffensperger, “geen relevante discussie”. Maar het is wel een debat dat door zijn partijgenoot burgemeester Gruyters van Lelystad twee weken geleden werd aangezwengeld. Gruyters zei toen onder meer dat een “sterkere regulering” nodig is van het toelatingsbeleid ook zouden er “grote problemen ontstaan als Nederland te veel asielzoekers wil opvangen”.

De woordvoerders van de grote fracties in de Tweede Kamer vinden een discussie over de vraag of Nederland vol is irrelevant, net als Wolffensperger.

“Het is een subjectief begrip”, meent de PvdA-er Van Traa. Zijn coalitiepartner Krajenbrink (CDA) wijst erop dat Nederland dichter bevolkt is dan bijvoorbeeld Frankrijk. “Maar het gaat erom welke consequenties je daaruit trekt”. En VVD-afgevaardigde Wiebenga “zou zelf nooit zeggen: Nederland is vol”. Wiebenga: “De vraag is wel hoever het draagvlak van de Nederlandse samenleving reikt, vooral in de grote steden. Dan gaat het om arbeidsmarkt of huizenmarkt. En wat dat betreft deel ik de zorg van Gruijters: We staan aan de vooravond van spanningen in de steden. We zijn tot nu toe het enige land in Europa wat nog geen rassenrellen heeft gehad. Dat betekent dat wij als politiek verantwoordelijken de taak hebben die rellen te voorkomen.”

Over het algemeen onderschrijven de volksvertegenwoordigers het adagium van Paul Kalma van het wetenschappelijk bureau van de PvdA: “Een volk is zo vol als het zich voelt”. Ook Rosenmöller (GroenLinks) vindt dat het om een psychosociale vraag gaat. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gegeven dat in 1970 nog werd berekend dat de rond de eeuwwisseling Nederland door geboorten twintig miljoen inwoners zou tellen. “We zitten nu op 15 miljoen. Destijds riep niemand dat Nederland vol raakte. Kennelijk heeft dat volle te maken met het feit dat het gaat om vreemdelingen”. Als criterium om de “volheid” van het land te meten neemt Rosenmöller de ontwikkeling van de woningbehoefte. “Die behoefte is sinds 1970 van 3,7 naar 5,9 met 2,2 miljoen toegenomen. Maar als eerste oorzaak daarvoor geeft het CBS de zogenaamde verdunning van de huishoudens door de individualisering, namelijk 72,7 procent. De toegenomen vraag naar huisvesting is slechts voor 7,5 procent toe te schrijven aan migratie.”

Wiebenga wijst voor het ontstaan van het idee van een vol land op “een mengeling van emoties met feitelijke gegevens: de onttakeling van de steden, grote werkloosheid, de krapte op de huizenmarkt. Dat alles geeft aanleiding tot gevoelens, en die zieleroerselen spelen wel degelijk mee.”

Krajenbrink (CDA) heeft minder begrip voor dat soort zieleroerselen. “Het is niet de taak van de politicus de huik naar de wind te hangen. Mijn voornaamste bezwaar tegen de kreet 'Nederland is vol' is dat die onze morele plicht miskent om een klein deel van het ontzaglijk grote aantal mensen wat nu in nood is onderdak te verschaffen. Als ik met een jongetje praat, wiens ouders voor zijn ogen de keel is afgesneden, kan ik niet zeggen: sorry daar is de deur”. En over Gruijters zegt Krajenbrink: “Politici moeten niet verkeerde gevoelens aanwakkeren die al leven onder de bevolking. Burgemeester Gruijters had moeten zeggen: we hebben de morele plicht die mensen op te vangen en dat vraagt offers.”

Rosenmöller zegt “geschrokken” te zijn van recente uitlatingen van VVD-ers als Bolkestein en Dijkstal. “De sfeer is nu al totaal verziekt. Het fatale schuiven is begonnen”. Ook Van Traa verwijt de VVD uit te zijn op electorale winst over de rug van de minderheden zogenaamd om de Centrum Democraten van Janmaat de wind uit de zeilen te nemen. Wiebenga wil daar niets van weten. “Alles wat met Janmaat te maken heeft, werp ik verre van mij. Dat gedachtengoed heeft te maken met het zoeken van zondebokken. Die fatale denklijn moeten we met kracht bestrijden. Tegelijkertijd mogen we de borrelpraat uit de stamcafés niet negeren.”