Criminoloog laakt normverdringing in het bedrijfsleven

ZUTPHEN, 13 NOV. “Niet alleen politieke partijen, ook bedrijven moeten kandidaten voor strategische posities voorafgaand aan hun indiensttreding zorgvuldig screenen. Betrouwbare medewerkers maken het voor misdadige ondernemingen moeilijker een bedrijf te misbruiken voor criminele doeleinden”.

Die waarschuwing liet prof.dr. J.J.M. van Dijk, hoofd van de directie Criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, deze week horen op het congres 'Criminaliteit in handel en transport', georganiseerd door de Zutphense Rechercheschool en de International Maritime Transport Academy uit Den Helder.

Dat criminelen in toenemende mate het Nederlandse bedrijfsleven bedreigen, staat voor Van Dijk als een paal boven water. Hij schat dat alleen al de sectoren handel en transport jaarlijks 700 à 800 miljoen gulden schade oplopen als gevolg van criminele handelingen. Uit een enquête die vorig jaar is gehouden, blijkt volgens Van Dijk dat 44,6 procent van de ondervraagde bedrijven in deze branches in 1991 slachtoffer is geworden van één of meer criminele handelingen. Een deel daarvan is duidelijk zichbaar, bijvoorbeeld in de vorm van diefstallen of vernielingen. Maar ook fraude - een vorm van criminaliteit die minder in het oog springt - neemt volgens Van Dijk steeds grotere vormen aan.

Vooral de branches handel en transport zijn voor deze vorm van criminaliteit zeer gevoelig geworden, stelt Van Dijk, omdat die meedraaien in internationale goederen- en geldstromen. “Het geringe toezicht op financiële transacties in belatingparadijzen, gecombineerd met de snelheid waarmee per telefoon, fax of computer grote sommen geld overgemaakt kunnen worden, maakt het internationale financiële stelsel kwetsbaar voor manipulatie en bedrog”, aldus Van Dijk.

Omdat bij handel en transport meestal meer partijen zijn betrokken (leverancier, expediteur, afnemer en bank), hebben criminelen legio mogelijkheden zich in 'het traject' te wringen, stelde Van Dijk. De vaak fysiek grote afstand tussen de gesprekspartners en hoge tijdsdruk waaronder contracten worden afgesloten vergemakkelijken de criminele invloeden. Ter illustratie noemde Van Dijk een Deense bank die voor een Nederlands vervoerbedrijf transporten van sinaasappels uit Marokko financieerde. Dit bedrijf bleek behalve zuidvruchten ook hasj te vervoeren. De criminelen werden gepakt, de vrachtwagens in beslag genomen. De - in dit geval onschuldige - bank bleef met een onbetaalde schuld achter.

Handels- en transportondernemingen worden volgens Van Dijk ook regelmatig gebruikt om zwart geld wit te wassen. Zo kwam men in Nederland enige tijd geleden een BV op het spoor die medische apparatuur per container verkocht aan Nigeria. Bij controle van de vracht bleken de containers schroot te bevatten. “Voor de afnemer was dat geen probleem, want die bleek na onderzoek tot de organisatie te behoren die de medische apparatuur zogenaamd had verkocht”. Door het als apparatuur te registreren, kon de onderneming op papier een flinke omzet laten zien en op die manier een deel van haar zwartverdiende geld wit maken.

Bedrijven die getroffen worden door frauduleuze handelingen, zijn zelf trouwens ook niet altijd even onschuldig, stelde Van Dijk gisteren op het congres. Hij waarschuwde het aanwezige publiek van politiemensen en bedrijfsfunctionarissen dat “er in de loop der jaren een illegale criminele markt is ontstaan, parallel aan de legale economische markt”.

Pag.20: Moraal van ondernemers in de knel

Een toenemend aantal ondernemers is volgens Van Dijk zowel profiteur als slachtoffer van criminele activiteit. “De ondernemer die vandaag fraudeert met zijn belastingaangifte kan morgen het slachtoffer worden van een frauduleuze BV. De ondernemer die vandaag optreedt als heler van een container met geluidapparatuur kan morgen het slachtoffer worden van de diefstal van één van zijn vrachtwagens in Italië.”

In de discussie over de toenemende criminaliteit komt meestal snel het begrip normvervaging ter sprake. Van Dijk spreekt zelf liever van normverdringing. “Beseffen ondernemers nog wel wat de professionele moraal zou moeten zijn?”, vroeg hij zich gisteren af. “Zolang de politie niet spijkerhard kan maken dat een organisatie criminele achtergronden heeft, is men in het bedrijfsleven vaak maar al te bereid om profijtelijke zaken te doen met zulke organisaties”. Hoewel de situatie in Italië, waar de afgelopen maanden duidelijk is geworden hoever de verstrengeling tussen mafia en bedrijfsleven is gevorderd, niet vergelijkbaar is met Nederland, is het volgens Van Dijk “naïef te denken dat zulke toestanden in Nederland geheel onbekend zijn”.

Een aantal ondernemingen beseft volgens hem dat de ethiek van het zakendoen dreigt te eroderen. Onder leiding van mr. J.J. van Rijn, oud-topman van Nationale-Nederlanden, is een stuurgroep (waarin onder anderen ook de deken van de Orde van advocaten en een afgevaardigde van Unilever zitting hebben) bezig een gedragscode voor het bedrijfsleven op te stellen. Deze code, die binnen enkele maanden naar buiten zal worden gebracht, is volgens Van Dijk bedoeld om “Italiaanse toestanden te vermijden”.

Van Dijk riep gisteren het bedrijfsleven op zelf steeds de betrouwbaarheid van leveranciers, afnemers èn het eigen personeel na te gaan en zich niet te laten verleiden zonder gedegen navraag in te gaan op schijnbaar lucratieve deals. “Er is geen slaatje te slaan uit het contact met criminele organisaties”, waarschuwde hij. Bedrijven die wel op dergelijke aanbiedingen ingaan, worden volgens hem achteraf vaak geconfronteerd met chantage en andersoortige bedreigingen. Van Dijk: “Ze zullen u altijd weten te vinden”.