Brussel heeft het natuurlijk weer gedaan

BRUSSEL, 13 NOV. De Europese Commissie had het gisteren weer eens gedaan. In twee lidstaten had de publieke opinie de tanden gezet in Europa's favoriete zondebok, Brussel. 'Ze' zijn bemoeiziek of juist laks. Gisteren knalden beide verwijten tegelijk door de wandelgangen. Het betrof zeer belangrijke problemen. Het cacao-gehalte in chocoladerepen en veiligheidsriemen in toeristenbussen. De vraag was: waar bemoeien 'ze' zich mee. Respectievelijk, waarom bemoeien 'ze' zich er juist niet mee?

In Frankrijk was er politieke onrust ontstaan omdat de Commissie het minimum cacaogehalte in chocolade zou willen verlagen. Dit zou de afzet schaden van de cacao-exporterende ACP-landen, de voormalige Europese koloniën in Afrika, het Caraïbisch gebied en Azië. En in het Verenigd Koninkrijk was grote opwinding over het lakse Brussel na een dramatisch busongeval bij Canterbury. De Commissie zou hebben nagelaten busfabrikanten te verplichten veiligheidsriemen te installeren. Ook zou Brussel plannen voor nationale voorschriften daarover hebben geblokkeerd.

De uitleg die de Commissie verstrekte, stemde ronduit moedeloos. Zó ingewikkeld, zo politiek vermakelijk en zo innerlijk tegenstrijdig, dat men de ambtenaren slechts kan beklagen. Neem de chocoladerepen. In een poging om de burger voortaan zo min mogelijk lastig te vallen, had de Commissie een lijst met overbodige richtlijnen samengesteld. Vooral op het terrein van de voedingswaren kent Europa boeken vol voorschriften. Zo moet industrieel vervaardigde chocolade minstens 35 procent cacao bevatten. Behalve als het om repen uit Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk gaat. Die hebben sinds 1973 al het recht om de cacao door maximaal vijf procent dierlijke vetten te vervangen.

In Frankrijk had men nu begrepen dat deze gruwelijke 'Angelsaksische' chocolade-fantasie voortaan de norm voor Europa zou worden. Brussel bedreigt aldus de cacao-export en daarmee de economie in de Franse ex-koloniën, de chocolade-cultuur in Frankrijk, etcetera. Klassieke Euro-ophef dus, die thuishoort in de rij 'Euro-krankzinnigheden' die het Britse ministerie van buitenlandse zaken onlangs in een hilarische brochure vastlegde. Zo schrijft Brussel niet voor dat komkommers recht moeten zijn, een wc met slechts 7,5 liter water doorgetrokken mag worden, melkboeren geen verse melk meer aan de deur mogen leveren, gele broeken voor brandweermannen voortaan blauw moeten zijn, vissers haarnetten moeten dragen en ezels op het strand een luier. Dit laatste in verband met de Euro-normen voor hygiënisch baden. Het Britse ministerie ontkracht ook officieel de mythe dat Delors op Brits geld zal worden afgebeeld, zelfgemaakte jam voortaan is verboden, Brits eikehout niet voor 'euro-meubilair' mag worden gebruikt (te veel knoesten) en dat in Britse slagerijen zaagsel op de vloer en antieke tegels taboe zijn. In de chocolade-repen-affaire zei de Commissie gisteren, haast wanhopig: “Nee, we stellen echt helemaal niks voor. We willen alleen maar dat de Raad eens kritisch kijkt naar de noodzaak van deze richtlijn.”

Bij de toeristenbussen was het ingewikkelder. De Britse minister van verkeer, Robert Key, had de Commissie nalatigheid en sabotage verweten. Eergisteren werden tien Amerikaanse toeristen gedood toen hun bus van een snelweg in Kent afschoot en kantelde. Volgens verkeersdeskundigen hadden ze het overleefd als ze gordels zouden hebben gedragen. Twee wat triestig kijkende ambtenaren gaven in Brussel uitleg. Al sinds 1988 proberen ze lidstaten tot een gordel-in-bussen verplichting te krijgen. Helaas zijn alleen Bonn en Londen maar voor. De beschuldiging dat Brussel een Britse regel zou blokkeren werd verontwaardigd van de hand gewezen. “We zijn van geen enkel initiatief op de hoogte, noch zijn we erover geconsulteerd.”

Iedere lidstaat heeft nog altijd de bevoegdheid om zelf veiligheidsregels te stellen voor toeristenbussen voordat ze een kenteken krijgen. Maar die voorschriften mogen niet de vrije handel in bussen ondermijnen. “Dergelijke normen mogen niet als protectionisme van de eigen markt fungeren.” Er bestaat in de praktijk dus een ruime marge voor nationale veiligheidsvoorschriften, zo zeiden de twee experts. In Spaanse schoolbussen moet tussen de chauffeur en de kinderen een schot zijn aangebracht. Duitsland kent eigen normen voor de 'Eurotempo'-bussen die harder dan 100 kilometer per uur op de snelweg mogen rijden.

Londen mag alleen niet verhinderen dat bussen uit andere lidstaten die niet aan de Britse eisen voldoen (maar wel aan de nationale normen) op de Britse autowegen rijden. Ook mogen dergelijke bussen in Engeland worden verkocht; ze moeten voor registratie alleen worden aangepast. Tegen Britse ondernemers die systematisch hun bussen in het buitenland registreren, om eventuele strengere nationale eisen te ontduiken, staat het Europese Hof maatregelen toe. Zo zit het dus. Vermoeid sloegen de heren hun dossiers dicht. Zij vechten verder; het veiligheidsgordel-akkoord hangt nog af van een Europees akkoord over de 'ankerpunten' voor de gordels.