Bestuurder in de overgang

Een systematisch onderscheid maken we in het recht tussen rechtssubject en rechtsobject. Rechtssubject is in de eerste plaats de mens. Als rechtssubject heeft ook te gelden de rechtspersoon, een nv of bv bijvoorbeeld, per saldo een juridische constructie. Rechtsobjecten zijn de dingen die voorwerp van eigendom of van een daarmee verwant recht kunnen zijn: stoffelijke zaken, zoals een huis of een auto, maar ook vorderingen en andere rechten.

Zo op het oog is dit onderscheid tussen subject en object wel duidelijk. Maar zoals het gaat bij alle onderscheidingen: er zijn grensgevallen waar niemand goed raad mee weet. In het ondernemingsrecht is dat het begrip onderneming. Men kan een onderneming kopen of verkopen, dus het moet een rechtsobject zijn. Aan de andere kant is een onderneming een door mensen geleide en mede uit mensen bestaande organisatie en dat menselijk aspect (human capital) verdraagt zich slecht met de idee van rechtsobject. In normaal spraakgebruik zegt men verder dat ondernemingen goederen in eigendom hebben, wat er op duidt dat men de onderneming ook kan zien als rechtssubject.

Ik zal niet proberen uit te leggen hoe de theorie, de praktijk en de wetgever proberen zich door deze begripsverschuivingen heen te slaan. Een doorgewinterd jurist kent de voetangels en klemmen en weet zich wel te redden. Een belangrijke uitkomst van het moderne ondernemingsrecht is in elk geval dat de onderneming, voor zover zij rechtsobject is, met enige voorzichtigheid moet worden behandeld en dat de in dat object werkzame personen een stevige dosis rechtsbescherming, al dan niet gepaard gaande met medezeggenschap verdienen. Men vindt dit uitgewerkt onder meer in de Wet op de ondernemingsraden, de Fusiecode en de regeling voor het in dienst blijven van de werknemers bij de overgang - door verkoop bijvoorbeeld - van een onderneming of een stukje daarvan.

Spreekt men over rechtsbescherming in de onderneming dan is een moeilijk punt altijd weer de positie van de bestuurder. Valt de bestuurder (directeur) ook onder de bijzondere ondernemingsrechtelijke rechtsbescherming of hoort hij bij het rechtssubject (de ondernemer), die de onderneming in stand houdt? De Wet op de ondernemingsraden lost de kwestie op door categorisch te verklaren dat de bestuurders van een onderneming voor de toepassing van die wet geacht worden niet te behoren tot de in de onderneming werkzame personen. In het ontslagrecht neemt de direkteur van een bv of nv een bijzondere, minder beschermde positie in. Als zodanig kan hij te allen tijde worden ontslagen. Maar als hij een arbeidscontract heeft gelden niettemin voor hem als arbeider de ontslagverboden bij ziekte, zwangerschap en bevalling. Vorig jaar nog heeft de Hoge Raad dat uitgemaakt. En hoe is de positie van de bestuurder bij de overgang van een onderneming?

Tot voor kort bestond op dit punt onzekerheid. De arbeidscontracten van de werknemers gaan bij de overgang van de onderneming automatisch over op de opvolger. Sommigen meenden dat dit ook moest gelden voor de bestuurder die een arbeidscontract heeft. Anderen daarentegen oordeelden dat de bestuurder buiten de regeling viel. De Hoge Raad heeft in een recent arrest voor de eerste opvatting gekozen: wordt de onderneming die aan een nv of bv toebehoort overgedragen, dan geldt ook voor de bestuurder die een arbeidscontract heeft dat er vanaf het moment van de overname een arbeidsovereenkomst bestaat tussen hem en de overnemer.

Een niet opgeloste vraag is wat die bestuurder bij de overnemer moet doen. Hij is daar geen bestuurder dus hij moet alsnog een nieuwe functie krijgen. Natuurlijk kan de overnemer hem ontslaan maar daarvoor is - nu hij geen bestuurder meer is - de toestemming nodig van de direkteur RBA. In de praktijk zal men er nu wel voor zorgen dat men vóór de overname met de bestuurder tot een regeling komt of, als dat niet lukt, dat hij vóór de overname wordt ontslagen. Gebeurt dat niet dan kan de overnemer nog terugvallen op de regeling voor de ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. Aan het betalen van een redelijke vergoeding zal hij dan niet kunnen ontkomen.

Niet alleen de zieke, zwangere en bevallende bestuurder maar ook de bestuurder in de overgang geniet dus een zekere bescherming.