Arbo: de strijd om nieuwe markt

Per 1 januari wordt waarschijnlijk de vernieuwde Arbowet van kracht. Bedrijven moeten bovendien de eerste weken van het ziekteverzuim van werknemers voor hun eigen rekening nemen. Dat geldt voor zowel de kosten als de controle. Onlangs opgerichte Arbodiensten strijden met de bestaande bedrijfsverenigingen om de gunsten van een omvangrijk bestand aan klanten: alle bedrijven in Nederland.

De Landelijke Arbodienst N.V. De Twaalf Provinciën houdt er al een 06-nummer op na om de toekomstige clièntele van informatie te voorzien. Een flink gebouw aan het deftige Lange Voorhout in Den Haag dient als uitvalsbasis. Bij de presentatie van het gloednieuwe bedrijf deed directeur W.F. van den Beld de prognose dat eind 1994 ruim 500 medewerkers verspreid over veertien vestigingen in het hele land voor een omzet van 50 miljoen gulden zullen zorgen en dan een marktaandeel van ten minste 10 procent hebben veroverd. Aan arbeidsomstandigheden in bedrijven en ziekteverzuim valt straks behoorlijk te verdienen.

De Twaalf Provinciën timmert dus aan de weg. Het is een van de nieuwe bedrijven die zich hebben gestort op een commerciële groeimarkt: de arbeidsomstandigheden, kortweg met Arbo aangeduid. De bestrijding van het ziekteverzuim in Nederland wordt volgend jaar aan de spelregels van de vrije markt gebonden. Tenminste, als de Eerste Kamer volgende maand instemt met het wetsvoorstel Terugdringing Ziekteverzuim en met wijzigingen van de Arbowet.

Terwijl de senatoren zich nog bezinnen op de vraag of de nieuwe wetgeving niet te ingewikkeld is geworden, woedt in Arboland volop de strijd om de gunsten van de klanten. Dat zijn er heel wat: vallen nu 2,6 miljoen werknemers onder de controle van bedrijfsgezondheidszorg - die is al verplicht voor bedrijven met meer dan 500 werknemers - straks zijn dat er 5,8 miljoen. Alle ondernemingen moeten zich dan door een deskundige Arbodienst, al dan niet in eigen beheer, laten bijstaan. Ongeveer de helft van alle bedrijven in Nederland is nog niet bij zo'n Arbodienst aangesloten.

Na het 'WAO-gat', ontstaan door nieuwe wetgeving die vorig jaar interessante mogelijkheden bood voor particuliere verzekeraars en pensioenfondsen, heeft het kabinet dus nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor ondernemers die brood zien in bestrijding van ziekteverzuim en verbetering van arbeidsomstandigheden. De concurrentieslag die nu gaande is, zal minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) tot op zekere hoogte met tevredenheid vervullen. “Het is mijn overtuiging dat de tucht van de markt goed zal zijn voor de kwaliteit”, zei De Vries eerder dit jaar op een congres in Rotterdam over ziekteverzuim. Het doel van de minister en zijn staatssecretaris Wallage laat zich eenvoudig samenvatten: het hoge ziekteverzuim in Nederland moet drastisch omlaag. Financiële prikkels moeten daarvoor zorgen.

De overheid kijkt echter niet helemaal lijdzaam toe hoe de Arbobedrijven zich opwerpen als dienstverleners in het bedrijfsleven. Ze moeten voldoen aan eisen die het ministerie van sociale zaken heeft geformuleerd om in aanmerking te komen voor een certificaat. Bedrijven mogen straks alleen gecertificeerde Arbodiensten inhuren. Arbodiensten moeten op vier vakgebieden over gekwalificeerde deskundigen beschikken: de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, de veiligheidskunde, de arbeids- en organisatiekunde en de arbeidshygiëne. Dat vereist opleidingen op universitair niveau of aangevulde HBO-opleidingen. Bij het ministerie zijn op dit moment al 400 aanvragen van bedrijven die zich op de Arbomarkt willen storten.

Als de bestaande bedrijfsgezondheidsdiensten en veiligheidsdiensten hun takenpakket verbreden, kunnen ze een Arbodienst worden. Maar grote kansen zijn vooral weggelegd voor de adviesdiensten van de bedrijfsverenigingen, de samenwerkingsorganisaties van werkgevers en werknemers. De nieuwe Arbodiensten, die zich graag met termen als 'onafhankelijk', 'zelfstandig' en 'particulier' afficheren, volgen deze activiteiten van de bedrijfsverenigingen met argusogen, op wier bureaucratisch imago zij graag mogen wijzen.

Pag.18: Bedrijfsverenigingen en het GAK storten zich op Arbo-markt

De politiek wil de rol van de bedrijfsverenigingen, die tot voor kort vrijwel een monopoliepositie op het gebied van de sociale verzekeringen hadden, terugdringen. Dat blijkt uit het rapport van de commissie-Buurmeijer dat volgende week in de Tweede Kamer wordt behandeld, maar het bleek eigenlijk ook al uit de wetgeving die al per 1 januari 1994 van kracht moet worden. Bedrijven met maximaal 15 werknemers moeten dan de kosten van het ziekteverzuim over de eerste twee weken voor eigen rekening nemen; voor de grotere bedrijven geldt dat zelfs gedurende de eerste zes weken.

Die kosten kunnen dan niet meer worden verhaald op de collectieve kassen van de bedrijfsverenigingen, die met premies van werkgevers en werknemers zijn gevuld. Tegenover een verlaging van die premies staat dus straks een hoger eigen risico voor de bedrijven; dat kunnen ze wel bij particuliere verzekeraars verzekeren. Het wordt dus veel meer een financieel belang voor de bedrijven zelf om het ziekteverzuim laag te houden. Voorzover verzekeraars de bedrijven (in ruil voor lagere premies) al niet aanzetten via allerlei preventieve en andere maatregelen het ziekteverzuim te beperken, dan doet de wetgever dat wel met de wijzigingen van de Arbowet. Revolutionair is dat laatste niet; in feite gaat het om een verplichte implementatie van een EG-richtlijn, waarmee Nederland al een jaar te laat is.

Terwijl er daardoor een breed werkterrein opdoemt voor Arbodiensten en particulier verzekeraars, verliezen de bedrijfsverenigingen dus een substantiëel deel van hun takenpakket. Ze raken de controle van het ziekteverzuim de eerste twee/zes weken goeddeels kwijt; dat geldt ook voor het verstrekken van uitkeringen in die periode krachtens de Ziektewet. Omdat bovendien de AAW-voorzieningen voor gehandicapten volgend jaar grotendeels als taak naar gemeenten wordt overgeheveld, staat er een drastisch verlies aan werkgelegenheid voor de bedrijfsverenigingen voor de deur.

Maar ze doen er alles aan het terrein terug te winnen nog voordat ze het feitelijk verloren hebben. Her en der zijn er samenwerkingsverbanden ontstaan met particulier verzekeraars (zoals de combine tussen de Detam en de Amersfoortse). Maar bovenal hebben de bedrijfsverenigingen zich op de markt van de Arbodiensten gestort. Ze maken gebruik van de ruimte die de toekomstige wet hun biedt. Die staat toe dat onderdelen van de bedrijfsverenigingen in een Arbodienst worden omgezet, op voorwaarde dat er een zelfstandige rechtspersoon van wordt gemaakt die commercieel op de markt opereert (en die dus ook niet meer gebonden is aan de branches waarvoor de bedrijfsverenigingen optreden).

De bedrijfsverenigingen beschikken over de adressen en de contacten in het bedrijfsleven die hun een grote voorsprong verschaffen op de nieuwkomers in de branche. In oprichting is dan ook inmiddels ArboNed, dat per 1 januari een zelfstandig bedrijf wordt, afgescheiden van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, het GAK dus, de mammoetorganisatie die voor 13 van de 19 bedrijfsverenigingen de werkzaamheden verricht. ArboNed beschikt per 1 januari over 450 medewerkers, afkomstig van het GAK, een hoofdkantoor in Amsterdam en twintig vestigingen elders in Nederland. Om de scheiding van het GAK te onderstrepen zoekt ArboNed naar kantoorruimte buiten de GAK-gebouwen.

Toch moest de Toezichtkamer van de Sociale Verzekeringsraad, belast met de controle van de bedrijfsverenigingen, onlangs nadrukkelijk laten weten dat het startkapitaal van ArboNed niet uit GAK-geld mocht worden opgebouwd; dat bestaat immers uit premies die werkgevers en werknemers hebben opgebracht. “Dat doen we dus ook niet”, verzekert ArboNed-woorvoerder S. de Leeuw. Hoe ArboNed dan wel aan zijn startkapitaal komt, wil hij niet kwijt. Een voor de hand liggende optie is een lening op de kapitaalmarkt, in de zekerheid dat ArboNed over een uitgebreide klantenkring zal kunnen beschikken en winstgevende perspectieven heeft. “We moeten marktleider kunnen worden”, zegt De Leeuw, die een aandeel van 25 procent voor ArboNed voor mogelijkhoudt.

Door ingrijpen van de fracties van CDA en PvdA bij de wetsbehandeling eerder dit jaar in de Tweede Kamer is het de bedrijfsverenigingen nog wat makkelijker gemaakt. In de wet is een overgangsperiode van vier jaar ingelast waarin ze nog Arbo-taken mogen blijven verrichten. Dat geeft ze ruim de tijd om zelfstandige rechtspersonen op te richten en hun personeel geleidelijk naar deze private diensten te laten overgaan. In weerwil van wat sommige wervingsfolders van Arbodiensten suggereren, zijn de bedrijven in Nederland trouwens niet al op de ingangsdatum van de nieuwe wetten, 1 januari 1994, verplicht een contract te sluiten met een Arbodienst. Afhankelijk van de branche waarin ze zitten, geldt die verplichting pas per 1 januari 1996 of per 1 januari 1998. Volgend jaar moeten bedrijven wel voor medische controle in de eerste periode zorgen; doen ze dat niet afdoende, dan kan de bedrijfsvereniging weigeren na twee/zes weken ziekengeld te betalen.

Deze voorlopige beperking heeft algemeen directeur Van den Beld van de Twaalf Provinciën er niet van weerhouden de concurrentieslag met de bedrijfsverenigingen of de daarvan af te scheiden rechtspersonen, aan te gaan. “Het loopt geweldig”, laat hij vrolijk weten, tussen de besprekingen met zijn rayondirecteuren door.

Saillant is dat Van den Beld 16 jaar directeursfuncties bij het GAK heeft bekleed. Ook medisch directeur C.P. Kaiser heeft jarenlang als verzekeringsgeneeskundige en adviserend geneeskundige bij het GAK gewerkt. Waarom zij niet via het GAK op de Arbomarkt aan de slag zijn gegaan? “Ik geloof niet in de formule van ArboNed”, zegt Van den Beld. “Het GAK is nu eenmaal een starre organisatie, bureaucratisch ingericht. Medewerkers kunnen zich met zo'n massale organisatie niet identificeren. Het was voor mij daar vechten tegen de bierkaai.”

Maar ook De Twaalf Provincien wordt in de branche niet zonder argwaan bekeken, in het bijzonder de garantie die deze Arbodienst zijn klanten geeft dat iedere werknemer die zich ziek meldt, reeds op de eerste dag bezoek van een controleur krijgt. “Het is een volstrekt onzinnig idee iedere zieke al op de eerste dag te bezoeken”, zegt J. Dekker, voorman van de VOAD (Vereniging van Onafhankelijke Arbodiensten), een dit jaar opgerichte belangenorganisatie. Zijn bedrijf, Van Vugt Dekker & Partners beweegt zich ook op de Arbomarkt. “Een bezoek op de eerste dag bij griep, is belachelijk.”

Ook directeur J. Koetsier van Arbodienst Groep Holland BV in Alphen aan den Rijn (slogan: de arbologische keuze) gelooft niet in de mogelijkheden en de noodzaak van een bezoek op de eerste dag aan elke zieke werknemer. Zijn opzet oogt ook wat bescheidener, met drie vestigingen in de Randstad en een verwacht personeelsbestand van 35 medewerkers. Koetsier, ook al een voormalig medewerker van het GAK, ondervindt echter vooral ongemak van de overgangsfase die bedrijfsverenigingen de komende jaren nog flink de ruimte biedt op de Arbomarkt. “Sommige bedrijfsverenigingen creëren bewust onduidelijkheid voor de bedrijven”, vermoedt hij. Daar staat tegenover dat in vakbondskringen juist de nieuwkomers met argwaan worden bekeken. VHP-bestuurder A. Cremers: “Ik vrees dat deze Arbodiensten gaan concurreren op basis van een ondoorzichtige kwaliteit. Ze hoeven ook niet te voldoen aan cao-afspraken die voor werknemers in de sociale verzekeringen gelden.” De VHP heeft overigens bij de Eerste Kamer op een half jaar uitstel van de nieuwe wetten aangedrongen om meer tijd te krijgen voor een “sociaal verantwoorde en efficiënte wijze” van uitvoering.

VOAD-bestuurder Dekker vat de onderlinge irritaties tussen Arbodiensten bondig samen. “Er is veel kinnesinne.” Dat komt omdat de markt van vele kanten wordt bestormd. De bestaande bedrijfsgezondheidsdiensten, veelal verenigd in de Federatie van Arbodiensten, willen hun werkterrein uitbreiden. Dat geldt eveneens voor de Rijks Bedrijfgezondheids- en Bedrijfsveiligheidsdienst (RBB) die als te privatiseren instelling ook buiten de overheid mag gaan opereren. Ook gemeentelijke GG en GD's en de bestaande bedrijfsgezondheidsdiensten van de grote bedrijven proberen een graantje mee te pikken. Zo verdient de gezondheidsdienst van Philips al een flink deel van zijn omzet buiten het moederbedrijf. Dekker hoopt dat al deze verschillende Arbo-facties straks in één branche-organisatie te verenigen zijn. Zijn VOAD werkt intussen aan de ontwikkeling van een “kwaliteitsplus-imago”, een keurmerk waarmee aan de bedrijven hogere eisen worden gesteld dan het ministerie bij de certificering doet.

Het motto van alle Arbodiensten is dat, wat hun tarieven ook zijn, de bedrijven deze kosten ruimschoots kunnen terugverdienen. Dat is ook de overtuiging van minister De Vries, die graag mag voorrekenen hoe een bedrijf bij eens niet zo forse daling van het ziekteverzuim dank zij lagere premies aanzienlijk op de loonkosten kan bezuinigen, in de wetenschap dat diverse onderzoeken van bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden deze stelling ondersteunen. De minister schat de meerkosten van zijn maatregelen voor de bedrijven op 60 tot 90 gulden per werknemer per jaar. Het ziekteverzuim hoeft maar een paar tienden van procenten te dalen om deze kosten te compenseren.

Maar sommige aanbiedingen van Arbodiensten duiden op een veelvoud van die kosten. Het ministerie van sociale zaken kijkt met argwaan naar deze consequentie van de marktwerking. De Vries vreest een overmate aan inschakeling van deskundigheden. “Medicalisering' van het ziekteverzuim is het laatste wat we met de wetsvoorstellen willen bereiken”. Hij ziet voor Arbodiensten vooral een taak op het gebied van arbeidsomstandigheden en bedrijfsbeleid. Controle is bijvoorbeeld al heel wat goedkoper als een chef op het werk het tot zijn primaire taak rekent contact te onderhouden met zieke werknemers. In plaats van medici kunnen leken de eerste controle ook makkelijk voor hun rekening nemen. De Vries: “Er is niets medisch aan het nagaan of een verzuimende werknemer thuis is en niet is gaan vissen”.

    • John Kroon