Zakenwereld terughoudend met steun voor Rushdie

Zie ook pag. 3 van het Literair Supplement

AMSTERDAM, 12 NOV. Het Nederlandse bedrijfsleven reageert uiterst terughoudend op de oproep van het Rushdie Defense Committee om het doodvonnis bij iedere onderhandeling met Iraanse zakenrelaties ter sprake te brengen. De ondernemers vinden niet alleen dat politieke aangelegenheden hen niet aangaan, zij voorzien ook praktische moeilijkheden.

“Ons uitgangspunt is dat wij ons niet met politiek bezighouden,” zegt een woordvoerder van oliemaatschappij Shell desgevraagd. “En de kwestie Rushdie is zonder twijfel een politieke aangelegenheid.” De oliemaatschappij zegt verder niet te willen discussiëren over de vraag of het doodvonnis van Rushdie een schending is van de mensenrechten en van het recht op vrije meningsuiting.

De overkoepelende werkgeversorganisatie VNO vindt het voorstel om de kwestie-Rushdie aan te kaarten tijdens het afsluiten van overeenkomsten in Iran, niet reëel. Beleidsmedewerker E. Bouma: “Het lijkt me onwaarschijnlijk dat ondernemingen op zo'n moment over Rushdie beginnen, zeker niet als er veel andere concurrenten op de loer liggen. Bovendien ligt het niet op de weg van bedrijven om zich als drukmiddel te laten gebruiken.”

Vice-voorzitter A.D. el Boujoufi van de UMMON, de federatie van Marokkaanse moskeeën, steunt de oproep van Rushdie aan moslims in Nederland, de fatwa af te wijzen. “Ons standpunt is sinds 1989 ongewijzigd: wij keuren dit doodvonnis af.” Boujoufi betreurt het dat de fatwa “als een donkere mist boven de hoofden van de moslims in Nederland blijft hangen, terwijl het alleen aan de orde is in Iran, zesduizend kilometer verderop”. Voor Nederlandse moslims speelt de zaak geen rol, aldus Boujoufi. “Ik kan 500.000 moslims hier aanwijzien die dat vonnis niet willen uitvoeren en geen één die dat wel wil.” Het Islamitisch Centrum in Utrecht voelt zich evenmin aangesproken, aldus een woordvoerder.

Ook het Komité Marokkaanse Arbeiders Nederland (KMAN) heeft zich van meet af aan tegen de fatwa gekeerd, aldus voorzitter A. Menebbhi. Hij zal zondag de UMMON en andere moskeeorganisaties verzoeken een brief te schrijven aan Rushdie en aan de ambassade van Iran om hun afkeuring uit te spreken over het doodvonnis. De Islamitische Raad Nederland was voor commentaar niet bereikbaar. De Raad is mede in het leven geroepen naar aanleiding van de fatwa van Khomeini, toen de Nederlandse regering een islamitische gesprekspartner zocht om over dergelijke zaken van gedachten te wisselen. De Raad heeft de terdoodveroordeling van Rushdie steeds van de hand gewezen.

Rushdie heeft tijdens zijn bezoek gesproken met de ministers Kooijman en d'Ancona en de vaste kamercommissies van buitenlandse zaken en cultuur. Met Kooijmans besprak hij de mogelijkheid economische sancties tegen Iran in te stellen, zolang het land vasthoudt aan de fatwa. Wat de minister daarover precies heeft is gezegd, is niet onthuld. Het contact met de ministers Kooijmans en d'Ancona was op Rushdie's verzoek gelegd via een niet nader genoemde tussenpersoon. Voorzitter Aad Nuis (D66) van de cultuurcommissie dankte Rushdie in een welkomsttoespraak voor zijn boek De Duivelsverzen, waarin hij “niet de geringste hint van godslastering” had gevonden. Woensdag had Rushdie ook een ontmoeting met een delegatie van de Raad voor de Kunst.

“Het is eindelijk gelukt”. Tijdens de persconferentie gisteren in het zwaarbewaakte marinecomplex op Kattenburg vertelde Salman Rushdie dat er sinds begin dit jaar aan de totstandkoming van zijn bezoek is gewerkt.

Sinds Rushdie vierenhalf jaar geleden onderdook is zijn grote angst geweest dat zijn zaak zou worden vergeten. Na de aanvankelijk consternatie gingen veel regeringen weer over tot de orde van de dag en ook de steuncomité's die meteen waren opgericht lieten het er na enige tijd bij zitten. Het eerste Nederlandse Steuncomité stierf volgens initiatiefnemer Stephan Sanders een zachte dood. Rushdie is daarom vorig jaar samen met het in Londen gevestigde internationale steuncomité aan een tocht langs politici en instellingen begonnen die hem onder meer bij John Major en Jack Lang bracht en bij de PEN en het Europese Parlement. Als laatste in deze rij was nu Nederland aan de beurt.

De afsluitende persconferentie was uit veiligheidsredenen tot het allerlaatste moment geheim gehouden. Gisterochtend werd een twintigtal kranten en weekbladen uitgenodigd voor een persconferentie in de Balie, waar een bus klaar stond om de journalisten naar het marinecomplex te brengen. In de feestzaal, waar niemand in of uit mocht, hield Rushdie een inleiding waarin hij zijn driedaags bezoek aan Amsterdam “zeer lonend” noemde. Hij heeft erg genoten van Amsterdam, zei hij, waar hij onder meer het Van Goghmuseum bezocht, maar vooral heeft hij gewaardeerd wat de autoriteiten voor hem hebben gedaan. Het belangrijkste doel was om de politieke leiders te ontmoeten en dat is gelukt.

Het verschijnen van het boek Pour Rushdie waarin Arabische en Islamistische intellectuelen zich voor het eerst en masse uitspreken tegen de fatwa noemde Rushdie een belangrijk politieke feit. “Voor het eerst laten bekende stemmen zich er nu over horen. Zij verbreken de stilte die bestond. Zij vernietigen ook de mythe die Iran heeft geschapen dat er unanimiteit zou heersen over dat vreemde ding, een roman. Er is nu een enorme strijd binnen de moslimwereld gaande tegen de stemmen die Iran terug willen dringen naar naar de middeleeuwen.”

Deze recente ervaringen hebben zijn oordeel over de Islam wat milder gemaakt, gaf hij toe. In tegenstelling tot vroegere uitspraken zei Rushdie dat hij niets tegen de Islamitische gelovigen heeft - “Why should I?” - al vond hij het alarmerend dat in Algerije, Turkije en Egypte de beschuldigingen tegen schrijvers in de taal van de islam zijn gesteld. “Begrippen als godslastering komen weer tot leven.” Volgens Rushdie gaat het in Iran echter niet om godsdienstige zaken, maar om een politieke aanval.

De acties die nu in veel landen en in Straatsburg worden gevoerd, noemde Rushdie een testcase in een grote strijd. “Dat maakt het zo belangrijk om te winnen. Verliezen zou ongelukkig zijn voor mij, maar ook voor heel veel andere mensen.” De Duitse opstelling reacties vond hij wat dat betreft teleurstellend. “Iran heeft Duitsland meer nodig dan Duitsland Iran. Die verhouding kan Duitsland gebruiken om druk uit te oefenen.” De besprekingen tussen die landen over de bestrijding van het terrorisme veroordeelde hij dan ook scherp. “Laat Iran beginnen zijn eigen terrorisme uit te bannen.”

Rushdie verklaarde optimistisch te blijven over de afloop. Hij juicht het toe, dat Duitsland onlangs heeft besloten de inrichting van een Goethe Instituut in Iran uit te stellen tot het moment dat de fatwa is ingetrokken. Maar er moet nog meer gebeuren. “Er is sterkere pressie nodig vanuit de Europese gemeenschap.” Het steuncomité waarvan gisteren de oprichting bekend werd gemaakt, is tot nu toe niet bijeen geweest. Volgende week zal de eerste vergadering plaatsvinden. Ook wordt nog gezocht naar meer leden. Getracht wordt ook belangstellende te vinden in de zakenwereld. Rushdie vond de initiatieven in Nederland van groot belang. “Als ik weg ben moet er iets onderhouden worden.”