Vrijdag 12; Een echt parlement

Moet er een internationaal schrijversparlement komen? In Straatsburg waren in het kader van het jaarlijkse literatuurfestival Carrefour des Littératures het afgelopen weekend meer dan vijftig schrijvers bijeen om de oprichting van een dergelijke instelling voor te bereiden.

Voorop staat dat het idee van een parlement een vondst is. Een reclamebureau had het niet beter kunnen formuleren. De gemeente Straatsburg en de Franse staat die de manifestatie met een miljoen gulden subsidiëren kunnen tevreden zijn. Intellectuelen en schrijvers nemen elk jaar overal ter wereld initiatieven, maar een internationaal parlement, dat was er nog niet, ondanks pogingen in die richting van de schrijversorganisatie PEN.

De meeste debatten en dialogen die in Straatsburg plaatsvonden, mochten er ook zijn: Islamitische schrijvers gingen samen met afvallige Algerijnen en Turken na welke betekenis het geschreven woord in hun land heeft, de Antillianen Patrick Chamoiseau en Edouard Glissant praatten over hun ervaringen met de creolisering van de cultuur, Susan Sontag vertelde uren achtereen met veel gevoel voor theater over Sarajevo, Salman Rushdie kwam persoonlijk zijn bezwaar tegen de normalisering van de betrekkingen met Iran toelichten, Toni Morrison maakte vergelijkingen tussen het huidige engagement en dat van de burgerrechtenbeweging in de jaren zestig - en alsof dit nog niet genoeg was, werd alles van prikkelende inleidingen en kanttekeningen voorzien door filosofen als Pierre Bourdieu, Jacques Derrida en Jean-Luc Nancy.

Maar het streven naar een echt parlement, met alles wat daar bij komt kijken, blijft natuurlijk onzinnig. Ook veel deelnemers zagen dat in. Schrijvers worden doorgaans niet verkozen, ze hebben geen andere legitimatie dan hun boeken. Ze kunnen geen dwingende besluiten nemen. En ze zijn door hun individualistische aard meestal niet geschikt voor het diplomatieke, bureaucratische werk dat een parlement met zich mee brengt. Toni Morrison was wat dat betreft waarschijnlijk te optimistisch toen ze zaterdag de zitting opende met de woorden: “I don't know what the rules are here, but we writers, we don't need any.”

Initiatieven zoals die nu in Straatsburg zijn genomen beginnen meestal met spontane en effectieve acties, om te eindigen in logge lichamen waar schrijvers van belang zich niet meer thuis voelen. Nu nog onderscheidt het parlement van Straatsburg zich door daadkracht en levendigheid van een organisatie als de PEN, maar lang zal dat niet duren. Er wordt al gepraat over de plaats van het bureau, een eigen periodiek, de financiering en over de plaatsen waar de bijeenkomsten volgende keer moeten plaatsvinden. Dat moet onherroepelijk tot teleurstellingen leiden. De bijeenkomsten in Straatsburg hebben, onder welke naam ze ook plaatsvinden, bestaansrecht zolang ze in Straatsburg zijn, waar de plaatselijke en regionale overheden dat mogelijk maken. De installatie van een parlement zal van al dit moois meteen het einde zijn.

    • Reinjan Mulder