Violist Vengerov iets te jong voor Brahms

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Wolfgang Sawallisch. Solist: Maxim Vengerov, viool. Programma: Brahms, vioolconcert. Strauss, Till Eulenspiegels lustige Streiche. Britten, The young person's guide to the orchestra. Gehoord 10/11, Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 11 en 14/11. Radio uitzending: 17/11, Radio 4.

Het zeldzaam gave vioolspel van de Russische violist Maxim Vengerov en de ernst die hij uitstraalt zodra hij de viool onder zijn kin neemt maken hem op het podium tot een leeftijdsloze volwassene. Dat hij in feite met zijn achttien jaar nog steeds een heel jonge musicus is, werd gisteravond bij zijn vertolking van Brahms' vioolconcert duidelijk. Zijn natuurlijke muzikaliteit en zijn virtuose techniek vormden de koers, maar zijn elegante toon was een wat breekbaar voertuig op de onbarmhartige golven van het orkest. De jeugdige stuurman wist behendig te laveren, gaf en passant een staaltje weg van stijlgevoel en creativiteit in een zelf gecomponeerde cadens, maar uiteindelijk waren wij toch opgelucht om samen met hem de wal te bereiken. Aan een wezenlijke muzikale verdieping kwam Vengerov nog niet toe, en evenmin lukte het hem, de fragmenten van zijn partij in een context te plaatsen. Dirigent Wolfgang Sawallisch met zijn straffe aanpak maakte het de violist ook niet makkelijk. In zijn strenge visie op Brahms was voor de bescheiden violist met zijn lyrische inslag maar een heel klein plaatsje ingeruimd. Ook de orkestmusici veranderden onder zijn regime in brave volgelingen die de teksten van Brahms, Britten en Strauss letterlijk weergaven. Terwijl de orkestklank twee weken geleden nog in volle bloei stond bij de concerten onder leiding van Valery Gergiev, was gisteren plotseling de winter ingetreden.

“Ik heb mijn leven lang het beroep van dirigent (-) niet als scheppend maar als herscheppend beschouwd”, zegt Sawallisch in zijn autobiografie. Uit bescheidenheid ten opzichte van de componist houdt hij zich bij het notenbeeld en schakelt hij zoveel mogelijk zijn persoonlijke inbreng uit. Het klinkende resultaat is echter verre van bescheiden. Op een dwingende manier predikte hij gisteren eerbied voor de grote scheppingen, maar hij wist ons slechts ten dele te overtuigen. Zijn betoog was bij ieder werk vakkundig opgezet, maar het miste de warmte, humor en verbeeldingskracht waarmee de brug naar het publiek geslagen wordt. Vermoedelijk onderschat Sawallisch het belang van een persoonlijke inbreng, en doet hij juist afbreuk aan Brahms, Britten en Strauss door zich zo nadrukkelijk bescheiden op te stellen.

    • Katja Reichenfeld