Verraad en schijn

Een herfstoffensief van aces, kopte een krant. Mijn hart begon te begon te bloeden. Tennis in het Sportpaleis: de kraak van een kerk is een minder vergrijp.

Elke ace van Ivanisevic slaat me in het gezicht. Ik heb het gevoel dat ik naar iets obceens zit te kijken, dat ik word besprongen door de kamferreuk van rouw en heimwee. Het Antwerpse Sportpaleis was in mijn jeugd wat het volkshuis voor socialisten is. Daar werd waarheid gesproken, vooral met de benen. Daar heb ik Rik van Steenbergen en Rik van Looy nog zien sprinten voor een varken. Het was het prestigieuze winterhuis van nog andere goden: Schulte, Rentmeester, Post, Sercu, Merckx en zovele andere pistiers. Toen een Zesdaagse nog een echte Zesdaagse was: er werd ook 's nachts gekoerst.

Het rook er altijd naar zweet en massage-olie. En soms naar benzine, als de gangmakers met hun motoren op de baan waren. In de vooravond was het Vlaamse kermis met friet en bier en veel mooie musette. Weelderige vrouwen met antieke broches op hun bloemerige jurken bevestigden de indruk dat het zondag was. En nog mooier: ik zag er mannen die met de sigaret tussen de lippen konden praten. Zware shag. 's Nachts kon het ook heel stil zijn in het Sportpaleis. Dan was er alleen het gezang van de spaken.

Renners reden toen nog niet in een hightech-lichaam. Niemand wist wat een aërodynamische zit was. De mond- en neushoeken bleven droog, geen ballet van snot en slijm. Wel werden de gezichten van de Zesdaagse-coureurs steeds donkerder: de erosie van te veel slapeloze nachten. Peter Post, die als geen ander elke splinter van de houten wielerbaan kent, heeft me ooit eens de plek aangewezen waar Stan Ockers zijn dodelijke val maakte. Het bloed van de overleden wereldkampioen is als een donkere moedervlek op de piste ingesleten. Geen mens die er nog naar omkijkt. Sterker, de hele piste is nu gebalsemd met gesponsorde tapijten voor het European Community Championship.

Waar vroeger gefietst werd voor een varken, wordt nu getennist voor een diamanten racket. Het Sportpaleis is omgebouwd tot een laboratorium van kitsch en schijn. Dure dames, zonder broches maar met des te meer decolleté en behangen als een praalwagen, zijn er de hypocrisie die de klanken van Deotato's Also sprach Zarathustra tegemoet treden. In loges en hospitality-units wordt gekird en gegiecheld bij een oestertje en een Chablis. De Belgische minister Louis Tobback waarschuwde onlangs: “Wij maken het nog mee dat er in de loges van voetbalstadions ligbedden worden geplaatst, inclusief een slaaf om te wuiven.” Op het EEC-toernooi van Antwerpen is het zo ver. Heren met het embonpoint van BVD-directeur Docters van Leeuwen - maar dan minder goedmoedig - beoefenen dezer dagen in Antwerpen hun geliefde sport: liggen en hangen. Dat Petr Korda reeds uit het toernooi werd geslagen, is hun ontgaan. Van Boris Becker hebben ze alleen gezien dat hij weer een baardje heeft laten groeien. Cedric Pioline? “Cedric wie?”

Tennis, het blijft een mooie sport. Triest is alleen dat zeventig procent van de toeschouwers er op ATP-toernooien bij zitten als een vlees geworden smeekbede om geluk. Volledig ontkoppeld van de magie van het balletje. Brandend van verlangen om te kunnen ontsnappen aan de breilap van saaie melancholie die over hun leven hangt. Het is hun van harte gegund. Maar dan niet in het Antwerpse Sportpaleis. Waar het bloed van Stan Ockers is gestold. Waar Post en Van Steenbergen zich niet voor een diamanten racket maar voor een boterham met beleg kapot hebben gereden. Waar door de tribunes nog de herinnering zweeft aan de warme, pretentieloze sociaal-democratie van het gevoel: even de sterrenhemel raken in bewondering voor de helden. Iets wat thuis, in het rijtjeshuis, nooit lukt.

Cultuur- en sportpaleizen moeten tegenwoordig multi-functioneel zijn. Zo willen het de post-modernistische boekhouders van regering, parlement en gemeente. Wat een tragische vergissing! Sportorganisaties hebben geen respect meer voor de heilige grond van verleden en traditie. En schakelen dus zelf iedere vorm van heroïek uit als hefboom naar een mooie toekomst. In het arme Brazilië trouwen voetballers nog op de penalty-stip en wordt de as van niet-kerkelijke spitsen uitgestrooid over de zestien meter. In de Kuip laten bobo's de Stones en hun gevolg los. Wat dan overblijft is zo'n troosteloos aardappelveld dat de naburige keuterboer er de tranen van in de ogen krijgt.