Van Breukelen kiest voor vertrouwde hoek

ROTTERDAM, 12 NOV. PSV-doelman Hans van Breukelen maakte zijn faam als strafschoppen-tegenhouder waar. Hij hielp zijn club over de drempel. Zijn ploeggenoten hadden met hangen en wurgen een verlenging bereikt. Strijdend in de Rotterdamse modderpoel, wetend dat uitschakeling voor de KNVB-beker het Eindhovense voetbaldrama nog groter zou maken. De PSV'ers maakten een 2-0 achterstand tegen Sparta ongedaan, maar verzuimden de wedstrijd in de zuivere speeltijd al te beslissen. Misschien vertrouwden ze gewoon op hun keeper, die in de noodzakelijke strafschoppenreeks driemaal schijnbaar moeiteloos overeind bleef.

De manier waarop PSV de zeer ongelukkige beginfase te boven kwam, getuigde in elk geval van karakter. De mouwen werden opgestroopt. Het koppie ging niet hangen toen de ploeg eerst een strafschop onthouden werd en later Kalusha zag falen vanaf de stip. Kieft, Numan en Erwin Koeman gingen voorop in de strijd, zoals trainer De Mos van hen verwacht. Maar dezelfde bezieling was er ook bij Peter Hoekstra, de flegmatieke linksbuiten. Het weer, het veld, de 2-0 achterstand. Dan is een oogstrelend hakballetje even overbodig.

PSV heeft het spelersmateriaal om werkvoetbal te spelen. Het weet eigenlijk niet beter. Ondanks het tijdelijke gemis van notoire stoorzenders als Ingesson, Van Tiggelen, Linskens en Van Aerle. Het verlangen naar technische spelers als Romario en Vanenburg blijft. Tegen Ajax, tegen Karlsruhe, dan mis je hun kwaliteiten. Dan is werken alleen niet voldoende. Maar in een duel dat je met gemak als typisch Engels kunt afschilderen, zijn de geniale, vaak wat luie artiesten vervangbaar. Dan bewijst de bekritiseerde aankoop Erik Meijer wel zijn waarde. Sleuren, trekken en treiteren. Die tegentreffers, hoe zeldzaam lelijk ook, ze moesten een keertje vallen.

Matchwinner Van Breukelen sprak na afloop nauwelijks over zijn persoonlijke triomf. “Het is momenteel een kwestie van overleven. Met heel hard werken kunnen we wat bereiken. Mooi voetbal is van later zorg.” Maar wat als arbiter Houben de glaszuivere goal van Van der Laan wel had toegekend, dan wordt het 3-0 en lijkt de strijd gestreden. Nu besliste Houben anders en mocht PSV blijven hopen op de ommekeer.

De Mos nam veel risico door laatste man Popescu al heel snel te vervangen door spits Kieft. Een achterhoede met Van der Gaag, Faber en Heintze, op één lijn nog wel, het was vragen om moeilijkheden. Zeker omdat de buitenspelval niet werkte en het duo Jalink-De Nooijer vrij spel had. De schande van een veel grotere achterstand bleef PSV bespaard. Het geluk was met de trainer die besloot met vijf aanvallers te spelen.

Maar waarom stond Kieft niet in de basis? De Mos: “Meijer verdiende een kans. Ik heb een zwak voor Playfair. Kalusha heeft de laatste weken heel goed gespeeld.” Wim Kieft weigert elk commentaar over zijn rol als bankzitter, maar begrijpen doet hij het niet. Evenals Adri van Tiggelen, die al weken in het tweede aan zijn comeback werkt. Hij mocht even warmlopen, tot PSV tegenscoorde en de tweede wissel logischerwijs uitstelde tot in de verlenging.

Kieft, de eeuwige reserve van Oranje, doet wat hij moet doen in geval van nood. Hij valt in en meestal naar behoren. Tegen Sparta was zijn eerste balcontact tevens een obstructie. Hij leek de overtreding bewust te maken. Hij sleepte zijn teamgenoten voort. Zoals Hans van Breukelen aanstuurde op een gele kaart door Houben stijf te schelden toen die PSV een penalty onthield. Karakterspelers worden ze genoemd, de routiniers.

Sparta's oudgediende Michel Valke was niet erg onder de indruk van PSV, de club waar hij zeven jaar actief was. “Ze spelen heel voorspelbaar. Zelfs Feyenoord heeft meer techniek met spelers als Taument en Blinker. En Ajax heeft wel acht jongens met meer klasse.” De man met het fluwelen linkerbeen toonde alleen respect voor Van Breukelen. “Ik schoot die penalty toch vrij hard in de hoek. En de derde van Van Eck was zeker goed genomen.”

Het boekje van Reker was er ditmaal nauwelijks aan te pas gekomen, volgens Van Breukelen. Hij was uitgegaan van zijn eigen logica. “Valke nam hem tegen Feyenoord rechts, dus dacht hijzelf waarschijnlijk dat ik wel naar de andere hoek zou duiken. Dat deed ik daarom juist niet.” De tweede strafschop, van Gérard de Nooijer, toen had hij gewoon keepersgeluk gehad. En de derde van Van Eck? “Die schiet hem doorgaans links, een keertje rechts maar toen miste hij. Omdat er zo veel druk op die jongen stond, wist ik dat hij in zijn vertrouwde hoek zou schieten.”

    • Jaap Bloembergen