The Third Exile

Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. T/m 28 nov. Di t/m zo 12-17u. Catalogus 167 blz., prijs ƒ 15,-.

Wat heeft een mier gemeen met Carl Andre? Beiden houden zich volgens denker/beeldend kunstenaar Joseph Semah en theoloog/filosoof/boekhandelaar Hans Rutten bezig met architectuur. Semah stelde voor Arti in Amsterdam een expositie samen met 27 werken van 27 kunstenaars die in hun werk naar architectuur verwijzen. Voor het merendeel gaat het om internationale moderne meesters als Dan Graham en Gordon Matta-Clark, aangevuld met meestal iets jongere Nederlanders, onder wie Joep van Lieshout en Jan van de Pavert. Ook van Semah zelf is een werk opgenomen. Wat er te zien is, zijn vaak prachtige werken, zoals de kathedraal van glazen van Marinus Boezem, en een stenen pad van Richard Long en het is duidelijk dat ze allemaal iets met architectuur of met ruimte te maken hebben, al moet je soms wel bukken om dat te kunnen zien: de tweedimensionale werken zijn zo dicht mogelijk bij de vloer opgehangen. De catalogus biedt dit keer meer dan gebruikelijke documentatie van de getoonde kunstwerken vergezeld van een inleidend artikel. Het is een dappere poging om eens van dit recept af te wijken. Afbeeldingen van de kunstwerken in alfabetische volgorde zijn omringd door opstellen over uiteenlopende onderwerpen als architectuur bij insekten, filosofie en stad, virtual reality en structuur en ethiek. In theorie is dit boek ook tijdens de expositie te raadplegen. Tegenover de kunstwerken staan op de grond computers waarop de opstellen zijn te lezen.

Volgens de samenstellers moet dit alles 'het perspectief openen op de rol en de samenhang van concepten in kunst en denken waarbij architectuur fungeert als richtingscoëfficient'. Helaas gebeurde dat bij mij niet. Voor een deel ligt dat aan de taal waarin de artikelen gesteld zijn. Vooral de teksten van Semah zelf zijn nogal duister.

Het modernisme wordt herhaaldelijk dood verklaard in de bundel en met het postmodernisme zijn ook niet alle filosofen en andere auteurs tevreden. Herhaaldelijk wordt geroepen om een nieuwe benadering van de architectuur, maar wat die moet behelzen blijft onduidelijk. Desalniettemin staan er wel aardige stukken in het boek. Peter Beek en Anouk de Wit laten de ecologische psychologie los op het burgerweeshuis van Aldo van Eyck, wat een adequate analyse oplevert, en zinnen als 'Een stoel is een opzitbaarheid'. Klazien Brummel bespreekt op heldere wijze de raakvlakken tussen architectuur en dans.

De 27 kunstwerken worden door de samenstellers 'geacht deel te nemen aan het met de hier afgedrukte teksten in gang gezette denkproces.' Dat is een hoge eis. De kunstwerken bleven bij lezing van het boek een beetje los door de bundel zweven. De vaststelling dat Carl Andre en een mier zich allebei met architectuur bezig houden blijkt in ieder geval niets bij te dragen aan een beter begrip van een van beiden.

    • Bianca Stigter