Serviërs blijken opeens wèl wandaden te hebben gepleegd

De door president Slobodan Milosevic gecontroleerde Servische media zijn een campagne begonnen tegen Vojislav Seselj en zijn ultra-nationalistische Servische Radicale Partij. Daarbij zijn Seseljs aanhangers beschuldigd van wreedheden in de oorlog in Bosnië en Kroatië.

Tot voor kort heette het in Servië dat Serviërs zich nooit schuldig hebben gemaakt aan wreedheden. Daarvan is plotseling geen sprake meer: Serviërs blijken zich opeens wel degelijk te hebben misdragen.

De reden voor de doorbreking van dat taboe is de politieke crisis in Servië. Tot voor kort waren Seseljs radicalen en Milosevic' socialisten bondgenoten. Daarin kwam verandering toen Milosevic, gedwongen door de economische misère, zijn Bosnië-beleid aanpaste en ging ijveren voor een vredesregeling. Seselj echter wil de strijd in Bosnië tot elke prijs voortzetten tot het belangrijkste oorlogsdoel, de vorming van een Groot-Servië, is bereikt. Zijn kritiek leidde vorige maand tot de val van de regering.

Sindsdien is het oorlog tussen Milosevic en Seselj en wordt de laatste in de gelijkgeschakelde pers dagelijks zwarter gemaakt. Daarmee vangt de president twee vliegen in één klap: naar buiten toe wordt het beeld van Milosevic als 'vredesduif' versterkt (en zijn 'onschuld' onderstreept) en anderzijds worden de radicalen, de enige serieuze concurrenten van de socialisten bij de komende verkiezingen, flink in diskrediet gebracht.

Diverse Servische bladen hebben ooggetuigenverslagen gepubliceerd van wreedheden, gepleegd door Servische paramilitaire formaties. De belangrijkste daarvan is de Cetnik Beweging, de gewapende arm van Seseljs partij. Het blad Borba liet gisteren de oorlogsverslaggever van Vojska, een orgaan van het Joegoslavische leger, aan het woord die beschreef hoe de Servische milities zelfs voetbalden met de afgeslagen hoofden van gedode tegenstanders. Inmiddels zijn veertig leden van de Cetnik Beweging gearresteerd en beschuldigd van moord, verkrachting, ontvoering en illegaal wapenbezit.

Seselj is er niet erg van onder de indruk: “De gevangenissen in Servië zijn niet groot genoeg om alle leden van de Radicale Partij op te sluiten”, zei hij. Voor hem bestaat inmiddels Milosevic' regering uit “misdadigers, profiteurs en mafiosi”.

Na het weglopen van Seselj heeft Milosevic inmiddels een nieuwe bondgenoot: Zeljko Raznjatovic alias Arkan, lid van het Servische parlement, een internationaal gezochte crimineel en leider van een van de meest beruchte Servische milities in de Kroatische en Bosnische oorlog. Arkan schuift steeds dichter bij Milosevic aan. Hij wordt door de Servische staatstelevisie vrijwel dagelijks aan het woord gelaten - voornamelijk om Milosevic te prijzen. Het doel van die strategie van Milosevic is het ultra-nationalistische deel van het electoraat na de breuk met Seselj vooral niet de indruk te geven dat de president zijn Groot-Servische patriottisme geheel heeft opgeborgen.

Arkan heeft vorige maand een eigen partij opgericht, de SSJ (Stranka Srpskog Jedinstva, Partij van Servische Eenheid). Als hij aan de macht komt, zo heeft Arkan al openlijk laten weten, zal hij alle “niet-loyale” niet-Servische inwoners van Servië - Albanezen, Hongaren, moslims - het land uitsturen.

Dàt Arkan aan de macht komt, is uitgesloten. Milosevic kan met Arkan (die net als Seselj hoog staat op de lijst van vermoedelijke oorlogsmisdadigers van de Amerikaanse oud-minister van buitenlandse zaken Eagleburger) geen coalitie aangaan. Als Arkan een bedreiging zou vormen, kan Milosevic hem bovendien even makkelijk opzij zetten als hij nu Seselj opzij zet, want over Arkan kunnen, op het tijdstip waarop het Milosevic uitkomt, dezelfde gruwelverhalen worden gepubliceerd als nu over Seselj in de Servische kranten staan.

    • Peter Michielsen