Scholen gaan gebukt onder nieuwe taken en vakken

ROTTERDAM, 12 NOV. Minister Ritzen (onderwijs) wil dat de basisschool zich meer concentreert op rekenen en taal. Met zijn pleidooi voor minder vakken op de baisschool komt hij tegemoet aan noodkreten die al jaren uit het basisonderwijs opklinken.

De conclusies van de Commissie Evaluatie Basisonderwijs, hoezeer ook afgezwakt door de bezwering van de onderwijsinspectie dat het om een oude concept-versie gaat, komen er op neer dat van het basisonderwijs structureel te veel wordt gevraagd. Acht jaar geleden werd de wet op het basisonderwijs van kracht, waarmee kleuter- en lager onderwijs werden geïntegreerd in de nieuwe achtjarige basisschool. Er moest een 'ononderbroken ontwikkelingsproces' van de leerlingen op gang komen, naar een 'veelzijdige ontwikkeling' die mikt op creatieve en cognitieve ontplooiing.

Veel belang werd gehecht aan de maatschappelijke relevantie van lesstof en vaardigheden. De technologische en sociale veranderingen in de maatschappij, de komst van etnische minderheden, de emancipatie van meisjes en de noodzaak van betere opvang voor moeilijk lerende kinderen maakten dat allemaal broodnodig, vonden de beleidsmakers.

Het was een brug te ver, concludeerde staatssecretaris Wallage in 1990, in een eerste, voorlopige evaluatie-nota met de veelzeggende titel 'Zo hard gelopen en nog zo ver te gaan'. Het ministerie had een 'te rooskleurig' beeld gehad van de mogelijkheid het lager onderwijs in hoog tempo te vernieuwen, aldus de staatssecretaris. De cijfers van de evaluatienota - gebaseerd op een stapel onderzoeken door onder meer de OESO en de onderwijsinspecties - waren verontrustend: een paar jaar na de invoering had een derde van de scholen nog niet eens een begin gemaakt met de gewenste onderwijsvernieuwing.

De staatssecretaris zette de scholen aan tot juist meer inzet in de nieuwe vakken. Verder kwamen er 'kerndoelen' voor het basisonderwijs, die aangeven wat leerlingen aan het eind van hun schooltijd moeten weten en kunnen.

“Terwijl het rapport van Wallage tot de conclusie kwam dat de basisschool te zwaar werd belast, werd het daarna alleen nog maar erger”, aldus L. Kerkhofs, hoofd van een katholieke basisschool in Maastricht en als voorzitter sector basisonderwijs van de onderwijsvakbond KOV meelezer van het huidige evaluatierapport. Het ene lespakket na de andere maatschappelijk-relevante vraag wordt naar de school geschoven, vaak ook door departementen - een praktijk waar ook Wallage paal en perk aan wilde stellen. Kerkhofs: “Ik krijg vanmorgen net een informatiepakket over vuurwerk. Heel belangrijk, maar het kost allemaal tijd.”

In de duizend uur die jaarlijks op het rooster van de basisschool staat, zijn steeds meer vakken en vaardigheden gepropt. Met als gevolg dat alle vakken oppervlakkiger aan bod komen, aldus Kerkhofs. En dat in vele rapporten wordt gewezen op de zwakke positie van het Nederlands onderwijs als het om bepaalde kennis gaat. Vorig jaar bijvoorbeeld bleek uit internationale vergelijking al dat Nederlandse kinderen slecht scoorden in begrijpend lezen.

Kerkhofs ziet het op zijn school: “Vroeger had ik anderhalf uur aardrijkskunde per week. In wat toen nog de vierde klas was, kregen de kinderen Nederland, in de vijfde klas Europa en in de zesde de werelddelen. De meester kauwt voor, de klas lepelt het op. Nu wordt in mijn vak aandacht gevraagd voor oorzaken en relaties in de geografie. Als we aandacht besteden aan Brazilië, zijn daar videobanden over van de schooltelevisie, de kinderen moeten zelf dingen opzoeken. Dat is allemaal veel intensiever. En is de tijd dan uitgebreid voor dat vak? Nee, ik ben teruggegaan naar één uur per week.”

Hij is het eens met de aanbeveling van de evaluatiecommissie, kritisch te kijken naar de kerndoelen. “Er moet veel meer aandacht komen voor taal, rekenen en lezen. Het aantal vak- en vormingsgebieden moet worden teruggebracht.” Bij alle vakken die erbij zijn gekomen, zegt Kerkhofs, is nooit gezegd, jullie kunnen het voor de 'oude' vakken rustiger aandoen.

Daarbij komt dat de werkdruk op school ook nog door andere dan vakinhoudelijke zaken is toegenomen. De klassen zijn heterogener met de toename van allochtone leerlingen. Bovendien is een andere beleidslijn van het ministerie om kinderen met leer- of opvoedingproblemen, minder gemakkelijk naar het speciaal onderwijs te verwijzen.

Volgens de wet op het basisonderwijs moet het onderwijs op de basisschool 'waar mogelijk in samenhang' tenminste de volgende vakken omvatten. Het aantal uren per vak is vrij, zolang de verdeling maar 'evenwichtig' is.

Nederlandse taal; rekenen en wiskunde; Engelse taal; aardrijkskunde; geschiedenis; de natuur, waaronder biologie; maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting; geestelijke stromingen; zintuiglijke en lichamelijke oefening; expressie-activiteiten (taalexpressie, tekenen, muziek, handvaardigheid, spel en beweging); bevordering van sociale zelfredzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer; bevordering van gezond gedrag; In Friesland wordt tevens Fries gegeven. Allochtone kinderen kunnen ook nog onderwijs in de eigen taal en cultuur krijgen.