Ritzen: meer aandacht voor taal en rekenen op school

PAG.3 BASISSCHOLEN

DEN HAAG, 12 NOV. Het basisonderwijs moet zich meer concentreren op rekenen, taal en lezen. Dit zei minister Ritzen (onderwijs) gisteren in reactie op een uitgelekte versie van het rapport 'Ruimte voor kwaliteit' van de Commissie Evaluatie Basisonderwijs.

In het concept-rapport van de Evaluatiecommissie wordt scherpe kritiek geleverd op de toestand van het Nederlandse basisonderwijs. Ritzen kon gisteren nog niet zeggen welke vakken zouden moeten worden verminderd. Maar in ieder geval moet het aantal lesbrieven en lespakketten dat de overheid en bedrijven naar de scholen sturen, verder worden verminderd, aldus Ritzen.

In het concept-rapport constateert de commissie dat basisschoolleerlingen slecht zijn in begrijpend lezen en in het schrijven van opstellen. Hun spreekvaardigheid is zelfs zeer slecht. In ontleden en woordherkennen scoren ze onvoldoende. Het niveau van luistervaardigdheid, technisch lezen en spelling is overigens wel goed, net als de prestaties op het gebied van cijferen, basisrekenen en Engels. Breuken en procenten vormen een probleem, net als biologie en aardrijkskunde. Ook de onderwijsprestaties in eigen taal en cultuur - voor Turkse en Marokkaanse leerlingen - zijn slecht tot zeer slecht.

De Commissie Evaluatie Basisonderwijs werd in 1991 ingesteld door de toenmalige staatssecretaris Wallage en zal in januari volgend jaar haar eindrapport afleveren. De commissie staat onder voorzitterschap van de inspecteur-generaal voor het onderwijs.

Overigens is er al kritiek geuit op de uitkomsten van het onderzoek. J. Wijnstra van de CITO-afdeling die periodieke peilingen van het onderwijsniveau uitvoert, heeft vooral veel kritiek geleverd op de evaluatie van het uiteindelijke niveau dat kinderen halen. Volgens Wijnstra heeft dat ertoe geleid dat de conclusies “in latere versies zijn aangepast”.

J. Kok van het Katholiek Pedagogisch Centrum die ook bij het rapport betrokken is, spreekt van een “naïeve versie” van het evaluatierapport. De strekking klopt wel “maar de commissie heeft haar bevindingen bewust nogal scherp gesteld, om kritiek uit te lokken”.

De slechte prestaties zijn niet te wijten aan de onderwijzers. Volgens het rapport voldoen zij aan de ambachtelijke eisen die aan hen gesteld mogen worden. De oorzaak van de zorgelijke situatie ligt volgens de commissie vooral in de overladenheid van het lesprogramma en in het onderwijsbeleid, dat veel te weinig rekening houdt met de praktijk van de school.