Onderzoek naar politieke druk in Benedetti-zaak

ROME, 12 NOV. Het Italiaanse ministerie van justitie is een onderzoek begonnen naar mogelijke politieke druk om Carlo De Benedetti, president van computerbedrijf Olivetti, te vervolgen in de zaak van de Banco Ambrosiano. Deze bank ging in 1982 na grootschalige malversaties failliet.

Het nieuws over het onderzoek, dat vrijwel zou zijn afgerond, kwam gisteren vlak na het besluit om het huisarrest van De Benedetti wegens een andere beschuldiging, corruptie om overheidscontracten te krijgen, op te heffen.

De Benedetti heeft zich met zijn kritiek op de Italiaanse politiek de vijandschap van de regeringspartijen op de hals gehaald. Hij heeft steeds gezegd gedwongen te zijn geweest om steekpenningen te betalen en sprak daarbij van afpersing. Ook in de zaak van de Banco Ambrosiano houdt hij vol onschuldig te zijn.

Inspecteurs van het ministerie hebben besloten het Ambrosiano-onderzoek tegen het licht te houden nadat de Milanese rechter Diego Curtò is gearresteerd wegens smeergeld dat hij heeft ontvangen in de Enimont-zaak, het grootste corruptieschandaal in Italië. Hierna is het vermoeden gegroeid dat de justitie ook in andere affaires is beïnvloed, al dan niet met geld.

De Benedetti is eind 1981 65 dagen vice-president geweest van de Banco Ambrosiano, maar stapte op na felle ruzies met president Roberto Calvi. Bij zijn aantreden had hij aandelen in de bank gekocht die hij bij zijn vertrek met een flinke winst weer verkocht. Daarmee heeft De Benedetti volgens de aanklacht bijgedragen tot de instorting van de bank. Vorig jaar werd hij veroordeeld tot zes en een half jaar.

Het onderzoek tegen De Benedetti heeft een merkwaardig verloop gehad. Toen in april 1989 de onderzoeksrechters Pizzi en Brichetti de aanklacht tegen alle betrokkenen in de Ambrosiano-affaire ondertekenden, stonden daar veel belangrijke namen bij, maar niet De Benedetti. De Milanese procureur wilde hem vervolgen wegens afpersing, maar de onderzoeksrechters zagen daar geen grond voor.

De procureur ging in beroep en won een jaar later, maar de beschuldiging werd veranderd van afpersing in medeplichtigheid aan een frauduleus bankroet. Deze aanklacht heeft destijds diepe verdeeldheid veroorzaakt op het Milanese ministerie van justitie en is ook binnen het openbaar ministerie aangevochten.

    • Marc Leijendekker