Minder huiswerk en meer muziek

Zaterdag 13 nov. organiseert het Kon. Conservatorium balletaudities bij Introdans in Arnhem, vanaf 11 u. Op 16 jan. en 22 jan. zijn er voorspeeldagen in Groningen (De Oosterpoort) en Helmond ('t Speelhuis). Inl. 070-3814251.

“Hoe schrijf je Schubert?” vraagt Eelco de Jong aan zijn moeder. Hij vult een formulier in voor het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar hij een keer wil voorspelen. Vandaag zijn leerlingen van dat Conservatorium naar Arnhem gegaan om het publiek een indruk te geven wat ze tijdens de muziek- en danslessen leren. Eelco (9) komt luisteren omdat hij ook naar dat Conservatorium wil. Dat kan als hij in de laatste twee jaar van de basisschool zit. Vanaf dat moment mag hij toelatingsexamen doen voor de speciaal voor kinderen bedoelde muziek- en dansopleiding. Als hij aangenomen wordt, krijgt hij twintig uur in de week gewone schoolvakken (om een Mavo-, Havo-, of VWO-diploma te kunnen halen) en twintig uur kunstvakken.

Eelco speelt sinds vier jaar slagwerk en twee maanden cello. Hij studeert zeven dagen in de week, vaak wel drie kwartier achter elkaar. Het lijkt hem leuk dat hij op het Conservatorium nog meer muziek kan maken. Bijna net zo prettig is dat hij dan minder huiswerk krijgt en geen balsporten meer hoeft te doen.

Ook Marina (11) denkt dat het Conservatorium leuker is dan haar eigen school. Om dat zeker te weten komt ze in Arnhem kijken naar het optreden van de balletafdeling. Ze wil later balletjuf worden. Ze heeft vier jaar les, twee keer in de week. Thuis oefent ze ook. Vroeger deed ze dat altijd voor de tv zodat ze zichzelf kon zien. Nu kan ze haar eigen bewegingen veel beter bekijken: in haar kamer is een spiegelwand gemaakt.

Marina heeft alleen nog geen spitzen zoals de balletmeisjes die op het podium in Arnhem staan. Ze zijn tussen de twaalf en zestien jaar oud. In hun blauwe en zwarte pakjes warmen ze eerst hun spieren op. Daarna worden de passen steeds moeilijker totdat ze eindelijk als trillende vlinders op de punten van hun tenen balanceren. Er komt ook een groep jongens op het toneel. Ze hoeven niet op spitzen te dansen, maar ze moeten wel hoger kunnen springen, meer draaien en de meisjes optillen.

De muziekleerlingen die in Arnhem optreden zijn allemaal meisjes. Twee van hen spelen piano. De een zit daarbij heel stil, de ander staart eerst een tijd naar het plafond voor ze begint en laat dan met wiegend hoofd een ballade van Chopin horen. De enige die twee keer op het podium verschijnt is Maria-Paula Majoor met haar viool. Nadat ze het instrument heeft gestemd speelt ze uit haar hoofd een stuk van Bloch en van Hubay. Tijdens de zachte noten kun je een speld horen vallen.

Na afloop vertelt Maria-Paula (15) dat dit haar eerste solo-optreden was. Wel heeft ze eerder opgetreden met het orkest van het Conservatorium, waar ze sinds vijf jaar les heeft. Ze zijn net twee weken op tournee geweest naar Praag. Tien jaar geleden kreeg Maria-Paula haar eerste vioolles. Ze wil violiste worden. Op het Conservatorium zit ze nu in 4 VWO. Elke dag heeft ze tot kwart over twee les, daarna studeert ze een paar uur muziek. De viool is een mooi instrument, vindt ze, je kunt de muziek warm en koud laten klinken. Haar klasgenoten op de basisschool dachten er anders over, die vonden vioolspelen gek. Ze is blij dat ze nu leerlingen kent die ook muziek maken.

De zaal in Arnhem is inmiddels leeg. Alleen op het podium zit nog een groepje kinderen. Ze luisteren naar een leraar die een openbare les piano geeft. “Het stuk dat je daarnet deed, moet je nu wat vrolijker spelen,” zegt hij tegen een meisje met een rode vlecht. IJverig slaat ze de toetsen van de vleugel aan. Na een paar maten onderbreekt hij haar: “Probeer je nu eens voor te stellen dat je hier een heel orkest bij hoort.” Ze knikt en begint opnieuw. “Heel goed,” zegt de leraar tevreden. Hij kijkt de kring rond: “Is er misschien een ander die iets voor wil spelen?” Niemand durft, alle ogen richten zich vol bewondering op het meisje met het rode haar.

    • Noor Hellmann