Kiekjes uit het plakboek van het Rotterdams Philharmonisch

Portret van een orkest: Ned.3, 23.11-00.01u.

Wát een kans voor een tv-programmamaker: een jaar lang filmen en interviewen bij een orkest dat het 75-jarig jubileum gaat vieren. Zojuist kreeg dat orkest een verschil van mening met de nieuwe chef-dirigent, die dan maar zijn vertrek aankondigt. Daarna is het orkest meer dan een jaar naarstig op zoek naar een nieuwe chef-dirigent die het orkest wereldfaam moet verschaffen. Hoe kwam dat, hoe kon dat, wat ging er mis, hoe moet het verder - de vragen liggen voor de hand, de antwoorden kunnen buitengewoon interessant zijn.

Dat orkest waar een jaar lang werd gefilmd is het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De na slechts twee jaar vertrokken chef-dirigent is Jeffrey Tate. In september dirigeerde hij zijn laatste concert, al is hij nog het hele feestjaar officieel de chef-dirigent. Het orkest moet het echter een heel seizoen met anderen doen - meer dan dertig zelfs, vrijwel elke week een andere.

Maar gaat de documentaire Portret van een orkest, die de NOS vanavond uitzendt over al die problemen in Rotterdam, de enorme ambities, het zoeken naar een dirigent die het orkest de roem verschaft waarop het aanspraak meent te hebben? Pas in de twee laatste van de vijftig minuten durende documentaire kan de zeer oplettende kijker begrijpen dat er iets aan de hand moet zijn geweest. Jeffrey Tate, van wie voordien nauwelijks meer dan een schim was te zien, zegt dat hij te democratisch voor het orkest was. En de hoornist bevestigt dat: we willen eigenlijk een tiran.

Het is een karikatuur van een interessant conflict over de manier van musiceren in Rotterdam en het belang daarvan voor de rest van de wereld. Als het goed zou zijn uitgelegd was het ook buitengewoon tekenend geweest voor de positie van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In Nederland is dat vlak onder de top die het Concertgebouworkest is. Daarbuiten zou het vaak de echte top zijn: het Rotterdamse orkest verslaat bij voorbeeld met gemak de beste Belgische, Franse en Zwitserse orkesten.

Waar gaat Portret van een orkest dan wel over? Het programma doet aan als het bladeren in een plakboek met kiekjes. Bijna iedereen is wel even te zien, een aantal orkestleden komt even aan het woord, sommige zien we thuis, anderen geven les aan het conservatorium, het zijn gewone mensen, zelfs het violistenpaar met deeltijdbaan: “Toen we twee jaar in het orkest zaten kregen we een kind.” Ook de orkestinspecteur komt aan het woord, het is nog een heel gedoe om te zorgen dat ze daar allemaal op de juiste stoel zitten!

Verder zien we dirigenten aan het werk. Edo de Waart met het golvende kapsel van zijn jonge jaren. Haitink zegt ook wat leuks nadat hij heeft afgetikt: “Interessant, maar het is niet het origineel.” Valery Gergjev, die nu hopelijk snel officieel zal worden benoemd tot opvolger van Tate, blijkt hier inderdaad de ambitieuze, inspirerende en overrompelende persoonlijkheid waarmee het orkest zijn weg naar de wereld zal weten te vinden.

    • Kasper Jansen