Kandidatuur van Braks gebaseerd op foute theorie

Minister Bukman noemt Braks in zijn analyse over de nederlaag van de oud-minister bij de stemming voor de functie van directeur-generaal van de FAO: “een mogelijke consensus kandidaat die in de verschillende stemmingen wat steun oppikt” (NRC Handelsblad, 9 november). Deze verbazingwekkende theorie werd ook al gehanteerd bij de verkiezingen in 1986 in Lausanne voor de Olympische kandidatuur voor 1992, waarbij Amsterdam de kandidaat was namens de Nederlandse regering. Ook in Lausanne was er sprake van een afvalrace waar in elke ronde de kandidaat met de minste stemmen afvalt, totdat één van de kandidaten de meerderheid bereikt, en verbond Amsterdam zijn kansen aan het feit dat het voor veel IOC-leden een prima tweede, 'consensus'-keuze was die in de verschillende ronden 'steun' zou oppikken. Oók daar viel Amsterdam in een vroeg stadium uit de race met weinig stemmen.

Het verschil tussen de beide stemmingen is dat in Lausanne tussen twee stemmingsronden slechts de afgevallen stad werd bekendgemaakt, terwijl in Rome tussen de verschillende ronden informatie werd gegeven over het aantal uitgebrachte stemmen per kandidaat. Alhoewel extra informatie over de sterkte van de kandidaten het stemgedrag kan beïnvloeden, blijkt die bij stemmingen volgens het 'afvalmodel' weinig verschil in stemgedrag te sorteren. Dit geldt vooral bij consensus-kandidaten. Als voorbeeld kunnen de stemmingen voor de Olympische kandidatuur van respectievelijk 1992, 1996 en 2000 gelden. Allemaal stemmingen volgens het 'afvalmodel' waarmee ook de directeur-generaal van de FAO in Rome werd gekozen. Bij deze drie stemmingen ging de strijd in de laatste ronden tussen steden die reeds van te voren waren aangemerkt als 'sterke kandidaten' of 'mogelijke winnaars'. Deze sterke kandidaten konden alle van te voren rekenen op een sterk 'blok' van landen dat achter de kandidaat stond (bijvoorbeeld Barcelona in 1986 met het blok van Spaanssprekende Latijnsamerikaanse landen).

Een consensus-kandidaat als Nederland kan niet van te voren rekenen op een sterk blok; het verkrijgt zijn stemmen via de afvallers. De stemmingen volgens het afvalmodel laten zien dat de sterke kandidaten steeds sterker worden en de zwakke kandidaten steeds zwakker, en dus uiteindelijk afvallen. Stemmen op een kandidaat met weinig stemmen (na de eerste ronde is bekend welke kandidaten dat zijn), is dus vaak een verloren stem. In volgende ronden zal men dus niet gauw een stem uitbrengen op slecht scorende kandidaten. De kans is zelfs groot dat stemmers die in de eerste ronde op een 'underdog' hebben gestemd eieren voor hun geld kiezen en in de tweede ronde kiezen voor een kansrijker kandidaat. Dit is precies wat er met Braks is gebeurd. In de eerste ronde had hij nog negen stemmen, terwijl in de tweede ronde slechts minister Bukman zijn stem op Braks uitbracht. Waar Bukman dus spreekt van een 'goed ingeschat scenario' als hij het heeft over Braks als consensus-kandidaat, is dat goede scenario in ieder geval niet gebaseerd op de eerdere ervaringen waaruit blijkt dat een kandidaat zonder sterk eigen blok een kansloze kandidaat is.

Nog opmerkelijker is de uitspraak van Bukman gezien de voorbereidingen die Nederland trof in het kader van de stemming voor de Olympische kandidatuur van 1992. De destijds met steun van de Nederlandse regering in het leven geroepen 'Stichting Olympische Spelen Amsterdam' (SOSA) had voor de analyse van mogelijke stemscenario's een 'bidstrategy adviesgroep' in het leven geroepen, die onder meer een simulatiemodel liet ontwikkelen om de scenario's door te rekenen. Vooral de effecten van 'bloksgewijs' stemmen werd bekeken en ook werd de 'consensus'-variant doorgerekend. Uit deze analyses bleek overduidelijk dat bloksgewijs stemmen van bepaalde landen de kansen voor een consensus-kandidaat om te winnen bijzonder klein maakte. Precies de situatie die Braks één stem in de tweede ronde opleverde.

Het niet behalen van de Olympische kandidatuur was ook in 1986 een zware teleurstelling, vergelijkbaar met die van Rome. Ook in Rome had grondiger analyse van stemscenario's de kansen voor Braks waarschijnlijk niet kunnen keren. Echter de ervaringen van Lausanne en het inzicht van destijds hadden Braks en Bukman kunnen doen inzien dat gokken op de consensus-variant absoluut zinloos was. Tevens had PvdA-woordvoerder Van Zijl, die zich achteraf afvroeg hoe “eerder in viel te zien dat het zo mis zou gaan” (9 november), reeds van te voren een antwoord op zijn vraag kunnen krijgen.

Rest nog de vraag waarom Nederland, als vooraanstaand (en goed betalend) lid van enkele internationaal sterke 'blokken' (EG, NATO), er niet in slaagt een 'blok' stemmen voor zich te winnen. Jammer is ook dat Nederland er niet in slaagt om van zijn ervaringen te leren. Misschien is het zinvol een 'Centraal Lobby Meldpunt' op te richten, waar ervaringen met internationale stemmingen gemeld en dus later gedeeld kunnen worden. Wellicht had dan een echec à la Braks in Rome kunnen worden voorkomen.

    • Maarten Mourik
    • Mario van Vliet