Japan debatteert eindelijk over oorlog

Net als Duitsland blijft het oorlogsverleden Japan achtervolgen, hoewel Japan, anders dan Duitsland, zijn verleden verzweeg. Maar premier Morihiro Hosokawa heeft kort na zijn aantreden het stilzwijgen verbroken en heeft sindsdien niet zijn mond gehouden. In Japan heeft dat tot op de dag van vandaag uiteenlopende reacties losgemaakt.

TOKIO, 12 NOV. Daags na de excuses deze zomer van premier Morihiro Hosokawa dat Japan een agressieve oorlog had gevoerd en de natie zich had vergist, zei een tot tranen toe bewogen Akira Mikazuki (72) dat hij diep onder de indruk was van de woorden van de premier. “Ik ben het enige lid van het kabinet dat de ervaring heeft als student in het keizerlijke Leger te hebben gediend, sommigen van mijn beste vrienden zijn gedood in 'zelfmoordaanvallen'. De herinnering aan de oorlog heeft een diep spoor getrokken in mijn ziel. Alle soldaten gingen naar het front in het geloof dat ze vochten voor het land. Lang heb ik schaamte gevoeld dat ik de oorlog had overleefd. Ik heb destijds hard meegevochten. Hoewel ik grote moeite heb te aanvaarden dat al mijn vrienden die zijn gesneuveld een positieve rol speelden in een agressieve oorlog, zou ik de oorlog vandaag niet kunnen rechtvaardigen.”

Terwijl de Aziatische buren de Japanse verontschuldigingen verwelkomden, reageerden conservatieve politici in Japan afwijzend op Hosokawa's uitspraken. De krachtigste reactie kwam van de aartsreactionaire LDP'er Shintaro Ishihara, met Sony-topman Akio Morita auteur van het agressieve pamflet 'Japan dat nee kan zeggen'. (Na een storm van protest uit Amerika trok Morita destijds zijn bijdrage schielijk in).

De premier verdiende om zijn woorden te sterven, zei een opgewonden Ishihara vorige maand in het parlement. Anderen meenden dat de premier de complexe en veelzijdige aard van de oorlog had gereduceerd tot een paar uitspraken en het verleden van Japan daarmee onrecht aandeed, daarbij de eer van het land naar beneden halend.

“Wij kunnen zijn woorden nooit aanvaarden”, zei Tsuguo Morita, secretaris van de Vereniging van nabestaanden van oorlogsslachtoffers die één miljoen leden telt. “Zijn uitspraken tasten de fundamenten aan van onze organisatie, waarvan de leden trots zijn op hun vaders en zonen, echtgenoten en broers die hun kostbare leven gaven voor de vrede en welvaart van ons land.”

De commentaren in de Japanse pers waren over het algemeen gunstig voor Hosokawa. “Het kostte Japan 48 jaar om toe te geven wat mensen in het buitenland al lange tijd hebben gezegd. Wij juichen de uitspraken van de premier toe. Compensatie van de slachtoffers moet nu volgen”, schreef de Mainichi Shimbun. Een enkele krant reageerde kritisch. “De perceptie van de oorlog van de premier mist diepgang”, schreef de Sankei Shimbun, “eindeloze zelfveroordelingen door sommige media en intellectuelen zijn waarschijnlijk een erfenis van het Tokio Tribunaal, waarop Japan eenzijdig werd gestraft voor 'misdaden tegen de vrede' en 'misdaden tegen de mensheid', die niet duidelijk zijn gedefinieerd in internationale wetten”.

Op de opiniepagina's van de kranten roerden de intellectuelen zich. Een professor van de Universiteit van Tokio schreef in de Asahi Shimbun dat je niet de vele Japanse slachtoffers mocht brandmerken als agressors. Bovendien had het Westen zich nooit verontschuldigd voor meer dan vier eeuwen koloniale onderdrukking. Toch had bij hem, net als bij vele Japanners die het ongemakkelijke gevoel over de oorlog deelden, de openhartige uitspraak van de premier zijn hart geraakt. Tenslotte waren in Azië de slachtoffers die door het voormalige Keizerlijke Leger waren gedood, ook gewone mensen geweest die nog onschuldiger waren dan de Japanse slachtoffers.

Hoewel premier Hosokawa heeft geweigerd slachtoffers individueel te compenseren, meende een advocaat, die het opnam voor de Aziatische vrouwen die gedwongen waren zich voor Japanse soldaten en officieren de prostitueren, dat dit terstond moest gebeuren. Daarbij verwees zij naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, die in 1988 hun verontschuldigingen hadden aangeboden aan de Japanse geïnterneerden in Amerika en hun elk 20.000 dollar hadden gegeven.

Toen president Boris Jeltsin van Rusland kortgeleden in Tokio zijn verontschuldigingen aanbood voor het lot van de 600.000 Japanse burgers en soldaten die tot ver na de oorlog zijn gevangen gehouden in Siberische kampen, werd dat door iedereen in Japan toegejuicht. Ook nu werd door sommigen om individuele compensatie gevraagd, dit keer van het armlastige Rusland voor de Japanse slachtoffers.

Een hoofdstuk apart in het Japanse oorlogsverleden vormen Taiwan en Korea. Ofschoon premier Hosokawa zich erop beroept dat bij het Vredesverdrag van San Francisco uit 1951 collectieve compensatie met de getroffen landen “oprecht” was geregeld, waren Taiwan en Korea hiervan uitgezonderd, omdat het koloniën van Japan waren geweest. Bovendien hielden de Filippijnen en Vietnam als enige vast aan hun claims.

De laatste kregen in '56 en '60 respectievelijk 550 miljoen en 39 miljoen dollar aan hulp van Japan en lieten daarop hun claims vallen. Taiwan, waarmee in 1972 de diplomatieke betrekkingen werden verbroken omdat Peking diplomatieke erkenning kreeg in ruil voor het afzien door communistisch China van compensatie, is diplomatiek niet in staat een claim te leggen. Het communistische Noord-Korea eist nog steeds compensatie van Japan. Met Zuid-Korea zou in 1965 zijn afgesproken dat het land van compensaties afzag in ruil voor diplomatieke erkenning en 500 miljoen dollar aan hulp. Seoel heeft dat steeds bestreden, maar de verontschuldigingen die premier Hosokawa afgelopen weekeinde Zuid-Korea aanbood, leken voor de Zuidkoreaanse president afdoende.

Toch zullen, zolang Japan niet een royaal gebaar maakt, de individuele claims het land blijven achtervolgen met zijn verleden. In 1995 is het vijftig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog is beëindigd. Dan zou een Japanse premier een knieval kunnen maken in Nanking, op de Filippijnen of in Korea, schreef kortgeleden een Japanse krant, die eraan toevoegde dat niet geld, maar fatsoen de kern raakt van de kwestie.