IJskonijn met kroongordel

Wat voorafging: Gerrit, de poes van mijn vriend Jan, verdween spoorloos uit Dierenhotel Kroonjuweel. Terwijl we op de terugkeer van Gerrit wachten, arriveren er zonderlinge gasten in het hotel zoals de keizer van Gozo, de keizerin-moeder, een wit konijn en mijn eigen broer.

Met de keizerin-moeder liep ik naar de hotelkamer waar het witte konijn en mijn broer logeerden. Mijn broer zat achter een bureau de post door te nemen. “Dit is de moeder van de keizer van Gozo,” zei ik tegen mijn broer. Mijn broer stond op uit zijn stoel om de keizerin-moeder te begroeten. “Oh, ik zie dat u aan het werk bent, ik wil niet storen, hoor,” zei de keizerin-moeder. “Welnee,” zei mijn broer. “Ik ben even de post aan het doornemen voor mijn baas. Dat is mijn taak. Ik ben namelijk secretaris van een konijn. Maar gaat u toch zitten, mevrouw.” “Ik heb gehoord dat het konijn sneeuwwit is, wat enig hè,” zei de keizerin-moeder. “Hij is sneeuwwit en goudeerlijk en een tikje ongeletterd,” zei mijn broer. “De keizerin heeft iets heel moois dat het konijn vast wel wil kopen,” zei ik tegen mijn broer. “Nou dat valt wel mee, hoor. Het is maar een kroon,” zei de keizerin-moeder. Mijn broer liep naar het hemelbed dat achter in de kamer stond. “Meneer Wilfred er is hier een keizerin die een kroon te koop aanbiedt. Voelt u daar iets voor?” hoorde ik mijn broer tegen het konijn zeggen. “Dat hangt van de maat af. Ik heb hoedemaat één-en-een-kwart,” hoorde ik het konijn vanuit zijn bed antwoorden. De keizerin-moeder opende haar boodschappentas en legde de kroon op tafel. Hij was gemaakt van wit goud en versierd met blauwe maanstenen. “Zo'n mooie kroon heb ik nog nooit gezien,” zei mijn broer terwijl hij de kroon naar het hemelbed bracht om hem aan het witte konijn te tonen. “Een witte kroon, ajakkie. Ik hou veel meer van oranje. Het oranje van zo'n voorjaarswortel, dat is de mooiste kleur die er bestaat,” klonk de stem van het konijn uit het hemelbed. “Jammer, meneer Wilfred,” antwoordde mijn broer. “Door een witgouden kroon zou de blankheid van uw pels veel beter tot zijn recht kunnen komen. Vooral door het contrast met het koele blauw van de maanstenen.” “Denk je dat heus?” vroeg het konijn. “U twijfelt toch zeker niet aan mijn smaak, meneer Wilfred?,” antwoordde mijn broer. “Goed, ik ga die kroon wel even passen,” zei het konijn terwijl hij uit het hemelbed op de grond sprong. De keizerin-moeder kreeg rode blosjes op haar wangen toen het konijn zich aan haar voorstelde. “Mijn kroon zal u werkelijk prachtig staan,” zei ze zachtjes terwijl ze het konijn vol bewondering aankeek. De neushaartjes van het konijn begonnen zachtjes te trillen. Het leek wel of de aanwezigheid van de keizerin-moeder hem verlegen maakte. De kroon was een beetje groot voor het hoofd van het konijn maar hij paste wel om zijn middel.

“Ik kan hem misschien beter als gordel dragen,” zei het konijn. “Oh, dat geeft niets hoor. Met die gordel lijkt u net... ja hoe zal ik het zeggen... op een sneeuwprins,” zei de keizerinmoeder. “Of op een ijskonijn,” zei mijn broer. Het konijn wierp een boze blik op mijn broer en nam toen een sprong waardoor hij ineens bij de keizerin-moeder op schoot zat. (wordt vervolgd)

    • Betty van Garrel